Kamer maakt morsig einde aan kwestie-Mauro

De Angolees Mauro hoeft Nederland niet uit als hij een studievisum aanvraagt.Een schijnoplossing, volgens de oppositie. Maar een uitkomst voor het CDA.

DEN HAAG - De jonge asielzoeker Mauro Manuel is in tranen tijdens de actie voor zijn verblijf in Nederland op het Plein - PIERRE CROM

Bereik je eens wat, krijg je nog de credits niet. Dat zullen veel CDA’ers hebben gedacht na de rommelige afloop, voorlopig, van het politieke drama rond de 18-jarige Angolees Mauro Manuel. Gisteren maakte de Tweede Kamer een morsig einde aan de tactische manoeuvres van de voltallige oppositie om uitzetting van Mauro te voorkomen.

Formeel werd er niets besloten. Er is wel, zoals dat heet, een nieuwe ‘politieke werkelijkheid’. Met dank aan de CDA-fractie. Die wil dat Mauro zijn aanvraag voor een studievisum in Nederland kan doen. Een coalitiepartij die iets vraagt aan een minister, weet meestal dat het antwoord ‘ja’ zal zijn. Minister Gerd Leers (Asiel, CDA) heeft niet meer gezegd dan dat hij het verzoek „welwillend” zal bekijken. De indruk moest worden vermeden dat regels voor Mauro opzij worden geschoven – gewoonlijk mag een studievisum slechts in het buitenland worden aangevraagd. Maar achter de schermen ontkennen CDA’ers niet dat de boel geregeld is.

In die zin heeft het CDA, met dank aan de ‘dissidente’ Kamerleden Kathleen Ferrier en Ad Koppejan, voor de Angolees een strohalm tevoorschijn getoverd. Als hij een studievisum aanvraagt, wordt hij waarschijnlijk niet uitgezet. Althans, zolang hij blijft studeren.

Het CDA zelf heeft zich zo, in eigen ogen, gerevancheerd voor het beeld dat de fractie ondanks eerdere steun Mauro uiteindelijk in de steek heeft gelaten. Gisteren zei Koppejan, die de afgelopen week onder immense druk stond: „Hier staat een gelukkig christen-democraat.” Het is voor Mauro „per saldo” goed afgelopen, schrijft hij vandaag in deze krant.

Mauro zelf is daarvan nog helemaal doordrongen. Hij aarzelt of hij de weg van het studievisum wil bewandelen, en lijkt zich voorlopig meer thuis te voelen bij het oordeel van de oppositiepartijen. Die betitelden het CDA-voorstel als een „schijnoplossing”.

PvdA, SP, GroenLinks, D66, de ChristenUnie en de Partij voor de Dieren eisten gisteren, via een motie van SP en GroenLinks, een reguliere verblijfsvergunning voor Mauro. Het CDA stemde tegen, net als overigens VVD, PVV en SGP. Ook vroeg de oppositie om een regeling voor alle mensen die in een vergelijkbare situatie zitten als Mauro. Deze motie was herschreven om tegemoet te komen aan kritiek over willekeur. Om de CDA-fractie in verlegenheid te brengen, probeerde de motie ook aan te sluiten bij een uitspraak van het CDA-congres, afgelopen zaterdag, dat vroeg om een „humaan beleid” voor „minderjarige vreemdelingen”. De christen-democratische fractie stemde tegen.

Er was een oppositiemotie waar het CDA gisteren wel voor wilde stemmen; om Mauro in afwachting van een eventueel studievisum in Nederland te laten blijven. Vorige week, toen GroenLinks en D66 deze motie indienden, wilde het CDA er nog niets van weten. Regels zijn regels. Maar er was in het weekend, in de woorden van CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma, „perspectief ontstaan”. Nu vond het CDA deze uitweg een goed idee.

Helaas voor de geplaagde CDA-fractie. De oppositie besloot niet over de motie te laten stemmen. Oppositiepartijen wilden het CDA dat succes niet gunnen. Ze hoopten ook Koppejan en Ferrier te verleiden tot het steunen van verdergaande moties. Dat deden de twee niet. GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi: „Het was onze strategie om te komen tot een verblijfsvergunning voor Mauro. Dat is niet gelukt. We hebben gegokt maar helaas verloren.”

Van Haersma Buma liet achteraf weten „buitengewoon teleurgesteld” te zijn in de oppositie. Duidelijker kon de fractievoorzitter de zwakte van het CDA niet tonen. Hier verweet de leider van een regeringsfractie oppositiepartijen dat zij hem geen mogelijkheid hadden geboden in het parlement een standpunt in te nemen. Alsof zijn tegenstanders daarvoor verantwoordelijk zijn.

Het was een passende afloop voor een fractie die zich afgelopen week keer op keer liet verrassen door procedurele handigheden van de dit keer vereende oppositie. Het moet een pijnlijke ervaring zijn geweest voor CDA’ers. Juist in dat spel waren ze vroeger meester.

De eerste fout maakte het Kamerlid Raymond Knops al maanden geleden, door zich zij aan zij met de oppositie in het openbaar achter Mauro te scharen, blijkbaar zonder zeker te weten of de minister ook kon ‘leveren’. Voor een regeringspartij is dat een zeer riskante strategie.

Mirjam Sterk, vicefractievoorzitter van het CDA, beging de tweede fout door afgelopen donderdag een snelle stemming over de Mauro-moties af te dwingen. Dat is ongebruikelijk. Het was de bedoeling van het CDA vóór het partijcongres de boel op te ruimen. Maar Sterk kreeg slechts voor elkaar dat Koppejan en Ferrier zich voor het blok gezet voelden. Zij zouden namelijk tegen oppositiemoties moeten stemmen waar ze eigenlijk voor waren. Dus verschansten zij zich, postten journalisten voor de eikenhouten CDA-deur, en was er weer een crisis geboren. Later pareerden oppositiepartijen de zet van Sterk door hun moties uit te stemming terug te trekken.

Het CDA-congres bleek op de hand van Mauro te willen, waardoor de druk op de fractie groter werd. Na uitvoerig overleg in eigen kring en met impliciete toestemming van VVD en PVV besloot de fractie gisteren uiteindelijk wel voor een oppositiemotie te willen stemmen – die de oppositie toen uit de stemming haalde.

Het politieke drama is voorlopig voorbij, het menselijke nog niet. Zekerheid op verblijf heeft Mauro slechts zolang hij studeert. Daarna kan het hele circus opnieuw beginnen.

    • Derk Stokmans