IJdelheid, arrogantie en een verkeerd zelfbeeld

Nu het eerste onderzoek naar het bedrog van de Tilburgse wetenschapper Diederik Stapel is afgerond, is de omvang van de puinhoop beter zichtbaar. Ook is er meer zicht op de motieven van de sociaal-psycholoog, die maandag excuses aanbood.

Stapel legt een verband met het hoge ambitieniveau, de strijd om onderzoeksfinanciering en de druk die hem „de afgelopen jaren” te veel is geworden. Dat is alvast geen sterk verweer. De onderzoekscommissie-Levelt stelt vast dat hij in zijn Groningse periode van 2000 tot 2006 al fraudeerde. Ook in de jaren 90 verzamelde hij aan de Universiteit van Amsterdam al data „geïsoleerd, ongecontroleerd en ongetoetst”. De commissie adviseert de UvA nu uit te zoeken of hem de doctorsgraad uit 1997 kan worden ontnomen.

Stapel was dus al vroeg op het verkeerde pad. Vanwege de druk van buiten? Nee, natuurlijk. Hij wilde succes, net als iedereen. Alleen schond hij daartoe geheel in eigen beheer alle ethische regels en fatsoensnormen. De verklaring van emeritus hoogleraar André Köbben, die veel over wetenschapsfraude publiceerde, is dan geloofwaardiger. IJdelheid, arrogantie en een verkeerd zelfbeeld.

In zekere zin verschilt Stapel niet van fraudeurs als Bernie Madoff of de daders achter Palminvest. Zij teren op de goedgelovigheid van hun omgeving, ze zien dat ze ermee wegkomen en bouwen verder aan hun bedrog dat ook zelfbedrog is. De druk die zij ervaren is geheel van eigen makelij. Zij stijgen door fraude zo ver uit boven hun competentieniveau dat hun val onafwendbaar is. Dergelijk bedrog is een geval van witteboordencriminaliteit, waarbij aangifte passend is.

Dit eerste onderzoek naar de omvang van Stapels bedrog maakt ook glashelder dat ‘peer review’ in de sociale wetenschap niet heeft gewerkt. Zijn vakgroep, faculteit, universiteit en beroepsgroep kunnen zich collectief afvragen hoe dit zo lang ongemerkt kon passeren. Juist wetenschap hoort gebaseerd te zijn op verificatie en weerlegging. En dus op herhaling, op onderlinge toetsing, op these en antithese.

Kennelijk zijn die niet verankerd in de organisatie van deze vakgroep of faculteit en dus ook niet in de universiteit. Althans niet in deze. De Tilburgse rector magnificus bleek ook de vertrouwenspersoon te zijn voor integriteitskwesties. Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit vindt dat een onverenigbare combinatie. Het waarom is nu gebleken. Bij de rector durven maar weinigen aan te kloppen. Die beginnersfout mag Tilburg zichzelf aanrekenen.

De kwestie-Stapel heeft ook consequenties buiten Tilburg. Is er meer sociaal-wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd dat van frauduleuze herkomst is? Als Stapel zo flagrant databases kon vervalsen en vervolgens kon weghouden van nadere inspectie, wie kon dat dan nog meer?