Iedere cultuur houdt contact met de doden

Soms vindt de ziel van de overledene door de mist van tranen de weg niet naar het hiernamaals. De expositie De Dood Leeft toont dood, rouw en rituelen, zoals op Bali.

De schedels en botten zijn van stralend wit porselein, beschilderd met kobaltblauwe bloemmotieven. Ze liggen als kostbaarheden uitgestald in vitrinekasten. Underground Flowers noemt de Chinese kunstenaar Yang Jiechang dit kunstwerk over dood en vergankelijkheid, dat bestaat uit drieduizend objecten.

De associatie met vanitasschilderijen van Hollandse meesters dient zich aan. Maar Jiechangs „onderaardse bloemen” is meer dan een verwijzing naar de vergankelijkheid. Het is een even verstild als aangrijpend eerbetoon aan de doden die vielen tijdens de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede in China, 1989.

Vandaag, 2 november, is het Allerzielen. In het Amsterdamse Tropenmuseum opent op toepasselijke wijze de tentoonstelling De Dood Leeft, over dood en rouw, rouwverwerking en begrafenisrituelen, lijkverbranding, asverstrooiing en luchtbegrafenissen. In een verrassend samenspel van hedendaagse kunst, fotografie en doodsrituelen uit onder andere Bali, Tibet, Mexico en Ghana belicht de expositie het onvermijdelijke dat iedereen staat te wachten: de dood.

In de grote hal van het museum is met zwarte stof een reusachtige ruimte afgeschermd. Een telkens veranderend lichtspel schijnt van boven op de voorwerpen, waardoor het ene moment die ene sarcofaag oplicht en weer in het donker verdwijnt en daarna een houten dodenschip uit Sumatra zichtbaar wordt.

„De tentoonstelling benadrukt de verschillende manieren waarop we wereldwijd omgaan met de dood”, zegt conservator Pim Westerkamp die deze expositie zes jaar geleden bedacht. „De dagelijkse, soms ook vreeswekkende dood zien we bijvoorbeeld in videobeelden van de aanval op de Twin Towers. Rituelen rond de dood zijn onder meer de lijkverbranding op Bali of een begrafenis in Ghana.”

Westerkamp wijst op filmfragmenten van geëmotioneerde, huilende vrouwen die in Suriname of Afrika de laatste eer aan een dierbare bewijzen. Elders op de expositie laat Westerkamp de volkomen serene uitdrukking zien van een Balinese prinses, die afscheid neemt van haar adellijke grootmoeder. „In de ene cultuur is huilen noodzakelijk, anders denkt de overledene dat hij niet geliefd werd en gaat zijn ziel rondzwerven. Op Java en Bali is het juist andersom. Als de nabestaanden huilen, kan de ziel van de overledene door de mist van tranen de weg niet vinden om zijn lichaam te verlaten naar het hiernamaals. Blijft dus gevangen, zal rusteloos blijven dolen.”

In iedere cultuur overheerst het besef dat de doden voortleven. In Papoea, Indonesië, kan het voorouderbeeld Korwar bemiddelen tussen de zielenwereld en de mensen. Het beeld is vervaardigd van prachtig houtsnijwerk. Bovenin ligt een menselijke schedel. Een priester die zichzelf in trance brengt, raadpleegt het beeld. Het weer terugbrengen van leven in een dode toont performancekunstenares Marina Ambramovic in haar op video vastgelegde uitvoering Nude with Skeleton (2005). Een menselijk skelet ligt bovenop het naakte lichaam van Ambramovic; zij ademt heftig en zwaar, alsof ze de botten opnieuw leven wil inblazen. Het dode skelet beweegt mee op de golvingen van het levende lichaam.

De grootste schok bij De Dood Leeft krijgt de bezoeker meteen bij binnenkomst. De Hamburgse fotograaf Walter Schels maakte in het Hospiz van zijn woonplaats dramatisch scherpe zwart-witportretten van mensen vlak voor hun dood en meteen erna. Op de ene helft van het tweeluik kijkt de levende je aan; ernaast zijn de ogen geloken. Het verbluffende is dat het verschil zo miniem lijkt: de verinnerlijking van het gelaat is zelfs troostrijk te noemen.

De Dood Leeft. Tropenmuseum, Linnaeusstraat, Amsterdam. T/m 30/8/12. Inl: tropenmuseum.nl