Het kapitalisme krijgt drie klappen tegelijk

Het zou een ongelukkige samenloop van omstandigheden kunnen zijn. Toch was er zeker sprake van een gemeenschappelijk thema bij de drie gevallen van slecht nieuws uit diverse delen van de financiële wereld gisteren. Monumenten van financiële dwaasheid zijn ingestort en de brokstukken leveren risico’s op.

Om te beginnen is daar Griekenland. Het besluit om een referendum te houden over het jongste reddingsplan maakt een wanordelijk staatsbankroet waarschijnlijker. Hoe is het land in deze toestand verzeild geraakt? Binnen- en buitenlandse politici dragen een groot deel van de schuld, maar als kredietverstrekkers niet zo graag hun ogen voor de feiten hadden gesloten, had het land geen bergen schulden kunnen maken en waren de Griekse burgers niet gewend geraakt aan een levensstijl die zij zich niet kunnen veroorloven. Toch luidde twee decennia lang de door iedereen gedeelde financiële wijsheid dat je veilig je geld in de eurozone kon beleggen, net als dat eerder met Amerikaanse hypotheken het geval was.

Op het gebied van het zakenbankieren zet Crédit Suisse de bijl in de risicovolle bezittingen van zijn obligatiedivisie, terwijl de verliezen bij Nomura zouden kunnen inhouden dat deze firma de toekomst van haar Europese activiteiten zal moeten heroverwegen. De meeste zakenbanken hadden hun activiteitenpakket in het nabije verleden juist uitgebreid, omdat hun managers het geloof uit de hoogtijdagen van de markten deelden dat financiële tussenpersonen met weinig risico hoge rendementen konden boeken op de effectenhandel, op kosten van hun klanten.

Die klanten maken nog steeds een enigszins onaangedane indruk, maar nu de toezichthouders strengere (en redelijker) kapitaaleisen opleggen, lijkt deze strategie zijn langste tijd te hebben gehad.

De derde dreun voor het huidige kapitalisme op één dag kwam op het conto van private equity. Het voornaamste concurrentievoordeel van deze sector is altijd geweest dat schulden aftrekbaar waren voor de belastingen. Dat is feitelijk een subsidie van de belastingbetaler aan beleggers die risico’s nemen. Beleggers nemen deze risico’s nog steeds, en blijven ze bovendien onderschatten. Een van die risico’s, illiquiditeit, heeft zojuist de eigenaren van de Deense firma ISS getroffen. Het bedrijf heeft het goed gedaan in de zes jaar dat het in particuliere handen verkeerde, maar eerder dit jaar werd afgezien van een beursgang en deze week werd een overnamebod ingetrokken.

De financiële crisis bevindt zich nu in zijn vierde jaar en het einde is nog niet in zicht. De risico’s voor de reële economie nemen met de dag toe. Financiële exuberantie (overdrijving) is – net als andere vormen van verslavingsgedrag – leuk zolang als het duurt. Maar uiteindelijk komt er meer pijn dan vreugde uit voort.

Edward Hadas

Vertaling Menno Grootveld