Heeft u Pinkeltje?

Handelsreiziger in literatuur, Rascha Peper, observeert bezoekers van literaire avonden, boekhandels en onbekende huiskamers.

Op een cartoon uit de serie Het Literaire Leven van Peter van Straaten staat een schrijfster achter een katheder een zaaltje in te kijken waarin drie mensen zitten. Naast haar staat de organisator van de lezing die haar zodadelijk gaat aankondigen.

„U moet denken: het is ook nog niet helemáál acht uur”, zegt hij, op zijn horloge kijkend.

Uit eigen ervaring ken ik onderhand veel van dat soort uitspraken, variërend van „Ja, de dolle, dwaze dagen zijn in de Bijenkorf” tot „Er wordt ook zóveel georganiseerd hier in de stad”. Of „Toen Kader Abdollah hier was, tóén was het druk!”

Misschien doordat de ‘gewone’ literaire avond in bibliotheek of literair café voor de verwende bezoeker anno 2011 wat van zijn attractie begint te verliezen, worden er tegenwoordig opvallend veel huiskameravonden of -middagen gehouden volgens het Schrijver-aan-Huis-concept. Een paar gastheren of -vrouwen stellen, meestal op instigatie van een plaatselijke boekhandel, hun huis open voor een ontmoeting met een schrijver en het publiek tekent in op de lezing(en) van zijn keuze. Een gouden formule, omdat deze opzet de literaire interesse overstijgt. De bezoekers zijn gelegitimeerde voyeurs in andermans huis (altijd leuk), de schrijver wordt in deze intieme setting vertrouwelijker en iedereen wordt getrakteerd op heerlijke hapjes en drankjes.

De geïnviteerde schrijver maakt op deze manier ook andere dingen mee dan in de doorsnee bibliotheek. In Heemstede springt een mevrouw geschrokken op uit haar stoel als ik in de voorleesfauteuil in de huiskamer plaatsneem. „Ik moet bij Erik Vlaminck zijn!” O, die zit in het huis aan de overkant. In een dorp onder Nijmegen vindt het voorlezen plaats op de zolder van een groot buitenhuis aan de Waal. Iedereen zit gezellig op de vloer en luistert met veel instemming naar de liedjes van een Belgische zangeres met een gitaar, die vóór mij optreedt. Een groepje kinderen dat met hun ouders meegekomen is, swingt zichtbaar genietend mee. Als ik aan de beurt ben en ga voorlezen, klinkt er na vijf minuten zo gedempt mogelijk een meisjesstemmetje over de zolder: „Mamma, wanneer gaat ze nou zingen?” En in Eindhoven gaat de hond van de gastheer onder een sofa op mijn gevallen signeerpen liggen knauwen en piekert er niet over zich die te laten ontnemen.

Maar vlak ook de enthousiaste boekhandelaar (‘wij lezen zelf’) die graag een schrijver uitnodigt om een nieuw boek te signeren niet uit; die bestaat gelukkig nog steeds. Op een zaterdagmiddag dat de regen tegen de ruiten slaat ben ik te gast bij zo’n boekhandel in Amsterdam. Het loopt niet storm. Eén oudere dame die drie boeken tegelijk koopt (voor haarzelf, een vriendin en een tante) blijkt de klapper van de middag te zijn, daarna hang ik op mijn pen kauwend werkeloos rond in het kinderboekenhoekje.

„Het is zo onvoorspelbaar”, zegt de boekhandelaar. „We hadden hier Herman Koch, toen Het diner net uit was. Weet u hoeveel boeken we toen verkochten? Twee.”

Ik fleur helemaal op. We beleven hier dus de opmaat naar een bestseller.

Een jongeman loopt de winkel in, bladert wat in mijn boek en komt op me af.

„D’r komen vampiers in voor”, constateert hij.

Ik knipper even met mijn ogen.

„Ik sla hier zomaar wat open en er staat: ik ben een vampier.”

„Dat is een grapje”, beken ik.

„O, op die manier...” zegt hij, legt het boek terug op de stapel en verlaat de winkel.

Na een tijdje stapt er een oudere man binnen die tussen de kinderboeken begint te neuzen. Als hij niet vindt wat hij zoekt, draait hij zich naar mij om.

„Heeft u Pinkeltje ook?”

„Dat zal toch wel? Zo’n klassieker...” zeg ik.

Maar de boekhandelaar helpt ons uit de droom. Pinkeltje is niet meer leverbaar; dat moet hij maar antiquarisch proberen. Beteuterd praat de klant nog wat met mij na, beziet mijn stapel boeken en besluit ten slotte er daarvan dan maar een te kopen – hopelijk niet voor zijn vierjarige neefje.

„In plaats van Pinkeltje...” zet ik er zwierig in.

De handelsreiziger in literatuur leidt een kleurrijk bestaan.

    • Rascha Peper