Glamourarchitect: opdrachten win je niet met een etentje

Zakendoen in Rusland is geen sinecure. Maar architect Erick van Egeraat zegt de mensen te kennen die je moet kennen om in Rusland mee te tellen – na lang volhouden, dat wel.

Steven Derix

De opvallende goudkleurige Porsche op zijn parkeerplaats getuigt van zijn herwonnen zelfvertrouwen. In 2009 ging Erick van Egeraats architectenbureau kopje onder in de kredietcrisis, maar nog geen anderhalf jaar later heeft zijn bedrijf een succesvolle doorstart gemaakt.

Stuwende kracht achter de wederopstanding van Erick van Egeraat is zijn succes in Rusland, waar hij inmiddels ruim 50 procent van zijn opdrachten vandaan haalt. De ‘glamourarchitect’, bekend van zijn gewaagde ontwerpen en barokke materiaalgebruik, is hot in kringen van het Russische establishment.

Zijn kantoor won de prijsvraag voor het nieuwe stadion van Dynamo Moskou, dat het middelpunt wordt van het WK voetbal van 2018. Van Egeraat ontwierp het nieuwe waterfront van de rivier Moskva in de Russische hoofdstad en bouwt de universiteitscampus van de immense Sber-bank.

Al in 2007 presenteerde Van Egeraat zijn ontwerp voor een eilandenarchipel in de Zwarte Zee, te realiseren voor de Winterspelen van 2014 in Sotsji. Premier Poetin drukte hem persoonlijk de hand. Toen Van Egeraat later dat jaar te gast was in het tv-programma ‘Pauw en Witteman’, vroeg cabaretier Freek de Jonge zich retorisch af of Van Egeraat „de Albert Speer van Poetin” was. Van Egeraat was niet onder de indruk van die beschuldiging.

Het gesprek zou gaan over de problemen met zakendoen in Rusland. Maar op deze middag in Rotterdam wil Van Egeraat niet al te lang stilstaan bij de keerzijde van het land dat hem in het hart heeft gesloten. „Weet je, in heel veel landen deugt het niet. In de aanloop van de Olympische spelen in China vonden veel architecten dat je daar niet mocht bouwen. China was een fout land. Dat vond ik een hele aanmatigende discussie.”

Maar de gebrekkige toestand van de Russische democratie en rechtsstaat is niet alleen een moreel probleem. De woekerende corruptie heeft een negatief effect op de Russische economie. In de jaren negentig moesten ondernemers ‘bescherming’ kopen bij de maffiabendes die Moskou onveilig maakten.

In het Rusland van ex-KGB-officier Poetin komt het gevaar niet zelden van de veiligheidsdiensten. Kort na zijn aantreden zette de Russische president het justitieel apparaat in om de macht van almachtige oligarchen te breken. Zakentycoon en multimiljardair Michail Chodorkovski werd in 2003 opgepakt en in 2005 veroordeeld tot negen jaar strafkamp wegens belastingontduiking. Zijn oliemaatschappij Yukos werd ontmanteld en verdeeld onder Poetin-getrouwen.

Of Chodorkovski nu schuldig was of niet, anno 2011 zijn criminele overnames van bedrijven, ondersteund door overheidsdienaren, een groeiend probleem. In 2008 legden politiefunctionarissen onder valse voorwendselen voor 230 miljoen dollar beslag op de Moskouse investeringmaatschappij Hermitage Capital. Toen advocaat Sergej Magnitski aangifte deed, werd hij zelf gearresteerd. In 2010 overleed hij onder verdachte omstandigheden in zijn cel.

De affaire-Magnitski plaatste raiderstvo – de Russische term is afgeleid van het Engels – in het middelpunt van de belangstelling. Dmitri Medvedev, Poetins opvolger als president, sprak er schande van. Ondertussen greep de corruptie verder om zich heen. In de laatste uitgave van het Global Fraud Survey van accountantsbureau Price Waterhouse & Coopers staat Rusland op nummer 1. Grootste probleem volgens PWC: witteboordencriminaliteit.

Meestal zijn kleinere Russische bedrijven doelwit. Maar in 2008 werd het Noorse telecomgigant Telenor ineens veroordeeld tot betaling van miljarden dollars wegens een vermeend zakelijk geschil met een Russische aandeelhouder – door een obscure rechtbank in Siberië.

Verder moest Shell zich terugrekken uit een ontwikkelingsproject op het schiereiland Sachalin, nadat de Russische overheid ineens had vastgesteld dat de milieuregels waren overtreden. En werd British Petroleum op een vergelijkbare manier uit een project in Noord-Siberië gemanoeuvreerd. In beide gevallen was Gazprom – het staatsbedrijf waar Medvedev bestuurder was – de lachende derde.

Ook Erick van Egeraat heeft de Russische willekeur aan den lijve ondervonden. Jarenlang kreeg hij geen voet aan de grond bij de almachtige burgemeester van Moskou, Joeri Loezjkov, de grootste projectonwikkelaar van Rusland. Toen hij een presentatie mocht geven, vroeg Loezkov hem, „in redelijk Engels”: waarom moet het allemaal zo duur?

De meeste opdrachten gingen ondertussen naar de Russische stadsarchitect. En werd Moskou volgebouwd met architectonische „rotzooi”. Toen Van Egeraat uiteindelijk zijn eerste grote opdracht binnensleepte – de bouw van twee grote wolkenkrabbers in het centrum van Moskou – werd hij opeens buitenspel gezet. Omdat Van Egeraats ontwerp ‘niet aan de voorwaarden voldeed’, gunde Van Egraats opdrachtgever Capital Group de opdracht ineens aan een Amerikaans architectenbureau. Dat kwam met bijna een exacte kopie van zijn ontwerp.

Dat pikte Van Egeraat niet. Hij stapte naar de rechter. Zijn Russische collega-architecten vonden dat „not done”. Maar hij won wel. Een uitspraak van het hof van arbitrage in Stockholm werd in 2009 werd bevestigd door ene Moskouse rechtbank. Van Egeraat werd schadeloos gesteld. De uitspraak, vertelt hij, was een „belangrijk precedent” voor de architectengemeenschap in Rusland.

Van Egeraat heeft volgehouden. Inmiddels kent hij de mensen die je moet kennen om in Rusland mee te tellen en zegt hij: „De opdracht win je niet met een etentje en een mooie tekening”. De voormalige minister van Economische Ontwikkeling die hem in 2007 voorstelde aan Poetin is nu de directeur van de Sber-bank – volledig in handen van de staat.

De ex-minister, zegt Van Egeraat, staat behoorlijk bekend, als iemand die staat voor de nieuwe lijn in Rusland en die niet gevoelig is voor corruptie. „Ik heb hem weten te overtuigen dat als je dat doet, een nieuw gebouw neerzetten, dat het dan ook een duurzaam gebouw moet zijn. Hij zei: dan wil ik dat het voldoet aan de best practice in Europa. Boekhouders moeten leren dat ze niet voor zichzelf werken, maar voor de bank. Daarom is er veel aandacht besteed aan het contemplatieve aspect. De studenten moeten met zichzelf worden geconfronteerd. Daarom is het bewust niet aangelegd in de stad, maar ver weg, buiten.”