Eurodeal verworden tot zombie-akkoord

Al voordat de Griekse premier gisteren een referendum aankondigde, groeide de kritiek op het akkoord dat Europese regeringsleiders vorige week sloten. Markten zeggen nu hardop nee.

De grote vraag was vorige week donderdag: is het zwaar bevochten Europese akkoord genoeg? Het antwoord op de financiële markten is inmiddels een luid en duidelijk ‘nee’. De beslissing van de Griekse regering om een referendum te houden over het akkoord gaf de genadeklap. Maar daarvoor deden de vele losse eindjes het vertrouwen in de deal al snel ontrafelen. Er mag inmiddels gerust gesproken worden van een zombie-akkoord, niet dood en niet levend.

Direct na de Europese top van woensdag 26 oktober waren de markten nog positief. Maar eind vorige week drong door dat de 27 regeringsleiders van de Europese Unie wéér geen echt geld hadden neergelegd om de crisis te bezweren.

De beloofde bazooka van duizenden miljarden euro’s waarmee de financiële markten definitief rustig zouden worden, bleef uit. Met wensdenken en financiële trucs probeerden de regeringsleiders te doen alsof er wel én geen extra geld naar de redding van de euro gaat. Wél extra geld om het vertrouwen te wekken van de markten. Géén extra geld om de kritische kiezers gerust te stellen. Het kan niet allebei waar zijn en daarom is het akkoord ongeloofwaardig.

Arnoud Boot noemt de gekozen oplossing „verschrikkelijk vermoeiend”. De hoogleraar economie vindt dat de Tweede Kamer tegen het akkoord moet stemmen. Boot: „Als er geen politieke wil is om het probleem echt op te lossen, dan kom je er met trucs ook niet uit.” De kritiek is dat Europa drie hoofdproblemen in de eurozone niet echt aanpakt.

1Griekenland verdrinkt nog steeds in de schulden

Private investeerders schelden waarschijnlijk de helft van hun vorderingen op Griekenland kwijt. Maar inmiddels is een groot deel van de schulden in handen van de EU, de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Daardoor hoeft Griekenland op zijn best 28 procent van zijn schulden niet af te betalen.

De EU verwacht dat Griekenland een schuld overhoudt ter waarde van 120 procent van het bruto binnenlands product. Volgens economen is dit niet genoeg. Pas onder de 90 procent zijn de schulden houdbaar.

Het is zelfs de vraag of die 120 procent haalbaar is. Daarvoor moet het de Griekse overheid nu wel lukken om staatsbezit te privatiseren, en het begrotingstekort snel terug te dringen. Europa gaat ervan uit dat Griekenland 65 miljard euro binnenhaalt door te privatiseren. Maar dat lukt de Grieken al anderhalf jaar niet. Groot probleem is ook dat Europa wil dat banken vrijwillig schulden kwijtschelden. Door het Griekse referendum staan deze moeizame onderhandelingen nu op losse schroeven.

2Het noodfonds is geen ‘big bazooka’ geworden

Italië staat er financieel beter voor dan Griekenland. Toch loopt de rente die de Italiaanse staat moet betalen op zijn schulden op. Die oplopende rente kan Italië in echte financiële problemen brengen. Om deze dreigende neerwaartse spiraal af te wenden, moest het noodfonds EFSF extra geld krijgen. Met als boodschap naar de financiële markten: wij steunen Italië. Maar de regeringsleiders gaven in het akkoord het noodfonds meer vuurkracht zonder dat landen extra geld hoefden toe te zeggen.

Dat deden ze via twee wegen. Eén: het fonds zoekt staatsinvesteerders van buiten Europa. De animo daarvoor blijkt laag. China, Rusland en Brazilië investeren liever via het IMF in Europa, dan via het noodfonds.

Twee: het fonds gaat staatsobligaties van geplaagde landen als Italië deels verzekeren. Zo creëert de EU een hefboom: het kan meer financiële steun geven dan het aan geld in kas heeft. Het fonds beschikt zo over minimaal 1.000 miljard euro.

De kritiek op dit deel van het plan is groot. Het noodfonds heeft minstens 2.000 tot 3.000 miljard euro nodig, wil het geloofwaardig zijn, zeggen economen. De verzekering is bedoeld om investeren in Italiaanse staatsobligaties aantrekkelijker te maken – door de eerste 20 tot 25 procent aan mogelijke verliezen op die obligaties te garanderen. Maar de truc zou er wel eens toe kunnen leiden dat investeren in die obligaties onaantrekkelijker wordt. En lenen voor die landen duurder.

Dat zit zo. Europa doet er alles aan te voorkomen dat de verzekeringen tegen een Griekse wanbetaling die investeerders afsloten, gaan uitbetalen. Europa is bang voor een paniekreactie op de financiële markten.

Daardoor is de markt voor deze credit default swaps stilgevallen. Dat maakt lenen aan Italië en Spanje riskanter en drijft de rentes op. De verzekering die het noodfonds biedt, compenseert dit niet. Want wie zich zorgen maakt over de financiële gezondheid van Italië, vindt een verzekering van 20 procent van het verlies niet genoeg. Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie: „Het is dom de markt voor credit default swaps om zeep te helpen. Zulke verzekeringen hebben juist veel nut, omdat investeerders hun risico zo afdekken."

3Wantrouwen rond de banken blijft groeien

Europese banken moeten voor de zomer van 2012 extra kapitaal aantrekken. Dit moet de zorgen over hun financiële gezondheid wegnemen. Iedereen is het erover eens dat dit moet. Maar volgens economen als Willem Buiter hebben banken veel meer kapitaal nodig dan de ruim 100 miljard euro, die Europa nu voorziet. Bovendien zal het voor banken moeilijk blijken kapitaal aan te trekken van private investeerders. De kans is groot dat banken hun buffers verhogen door minder uit te lenen aan burgers en bedrijven. Dat kan de economische groei hinderen en landen als Italië in een recessie storten. Dat maakt het voor de Italiaanse regering (en anderen) nog moeilijker de schuldenlast en het begrotingstekort te verminderen.