En het systeem was al zo wankel...

Terwijl de leiders van de twintig grootste industrielanden in Cannes bijeen komen, nemen de risico’s voor het financiële stelsel toe. Een geloofwaardig antwoord op de crisis bleef uit. Grote vraag voor de G20: Waar te beginnen met een oplossing?

Nog geen week na het zwaarbevochten compromis tussen Europese regeringsleiders om de crisis in Europa op te lossen, is ingelast topoverleg noodzakelijk. Nadat het Griekse kabinet gisteravond besloot een volksraadpleging te houden over de laatste versie van een hulppakket voor de Grieken, komen Merkel en Sarkozy vanmiddag in Cannes met spoed bijeen. Zij gaan een dag eerder naar de Franse badplaats, waar de ministers van financiën en centrale bankiers van de G20, de twintig grootste industrielanden, de komende dagen bijeenkomen.

Vanavond dineert de Franse president met president Hu Jintao van China om te praten over financiële participatie van de communistische volksrepubliek in het Europese steunfonds. Daarna hoopt hij crisisoverleg met de Griekse premier George Papandreou en Merkel te voeren.

Nederland is er niet bij, maar praat achter de schermen wel degelijk mee. President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank zou vanmiddag het vliegtuig naar Frankfurt pakken om op het hoofdkwartier van Europese Centrale Bank te overleggen over de ontstane situatie. Een ongecontroleerd bankroet van Griekenland is niet denkbeeldig nu regeringsleiders zich verslikt blijken te hebben in de regie over Griekenland.

Natuurlijk zou het op de G20 al over de eurocrisis gaan, maar er zouden ook andere onderwerpen aan bod komen. Bijvoorbeeld de wens van Amerika dat China de waarde van yuan meer aan de markt overlaat. China wordt er van beschuldigd de munt kunstmatig laag te houden. Oneerlijke concurrentie volgens de Verenigde Staten, want daarmee wordt het bedrijfsleven van de VS uit de markt geprijsd.

Nog een belangrijk punt op de agenda. De handelsoverschotten van landen zoals Duitsland, China en Japan; die daarmee volgens critici de schuld van importerende landen aanjagen. Een land dat meer consumeert dan zelf produceert, moet dat namelijk financieren. Anders gezegd, het financiële probleem van landen met een handelstekort wordt gedeeltelijk veroorzaakt door landen met een handelsoverschot, zoals ook Nederland.

Belangrijke agendapunten, maar door het besluit van de Griekse regering om een referendum te houden, zal de schuldencrisis in Europa Cannes toch domineren. Volgens een verklaring van premier Papandreou, waaruit de persbureaus Reuters en Bloomberg vanochtend citeerden, zal de Griekse bevolking zich in het referendum mogen uitspreken over het Griekse lidmaatschap van de euro. Uit de verklaring zou blijken dat Papandreou tegen zijn ministers heeft gezegd dat het niet om de huidige Griekse regering draait. „Het dilemma is ja of nee tegen het akkoord over de lening, ja of nee tegen Europa, ja of nee tegen de euro.”

Dat gebeurt allemaal in een situatie die al zorgwekkend is. De werkloosheid in de eurozone heeft met 10,2 procent een nieuw record bereikt. De druk op de Europese Centrale Bank en zijn kersverse nieuwe president Mario Draghi om de rente te verlagen neemt er alleen maar door toe. Al is de vraag hoeveel zoden dat aan de dijk zet in een monetair systeem dat onder zulke hoogspanning staat.

Neem de jongste analyse over de financiële stabiliteit van De Nederlandsche Bank die vanmiddag werd gepubliceerd. Zou de centrale bank ooit een somberder beeld hebben geschetst van het financiële systeem, dat ietwat abstracte maar cruciale netwerk dat van geld een geaccepteerd ruilmiddel heeft gemaakt?

Vanmiddag kwam DNB met een gitzwarte analyse die nog geschreven is vóór bekend werd dat de Grieken hun electoraat willen laten oordelen over de merites van een nieuw reddingsplan. De enorme problemen worden bijna plichtmatig opgesomd, de diagnose is er niet minder huiveringwekkend door: „De schuldencrisis is geëscaleerd: investeerders twijfelen nu openlijk aan de schuldpositie van enkele grote Europese landen en banken, ook in het centrum van het eurogebied. In nagenoeg alle Europese landen verslechteren de overheidsfinanciën en er is een gevaarlijke wisselwerking ontstaan tussen de soliditeit van de financiële sector, die van overheden, en stagnerende groeivooruitzichten.”

De diagnose heeft ook iets tragisch. Immers, vele risico’s en gevaren waar de centrale bank eerder voor waarschuwde, zijn nu werkelijkheid geworden. Wat zegt dat over de invloed van monetaire autoriteiten, midden in een vervaarlijk ogende crisis? Over de Europese Centrale Bank waar ook De Nederlandsche Bank in het bestuur zit?

De problemen worden wel op tijd gezien en onderkend, maar de politieke oplossingen blijven telkens uit. Is de centrale bank net als die vele opiniërende economen en onheilsprofeten ook een soort roepende in de woestijn geworden? Een buitenstaander?

„Een paar maanden geleden werd de negatieve wisselwerking tussen overheden en banken als een risico beschouwd; inmiddels heeft dit risico zich gematerialiseerd”, constateren de toezichthouders. Het betekent dat ook gezonde banken financieringsproblemen hebben, elkaars gezondheid niet meer vertrouwen en hun kredietverlening willen temperen. Dat kan op zijn beurt de bedrijvigheid frustreren.

De interbancaire markt, waar banken elkaar onderling geld uitlenen, is vrijwel stilgevallen. Alleen met mooi en stevig onderpand kunnen financiële instellingen nog financiering lospeuteren. Beleggers zijn huiverig. Alleen al de speculaties over een Grieks referendum maakten bank-verzekeraar ING gistermiddag 14 procent minder waard, een waardedaling van een slordige 3,5 miljard euro.

Inmiddels is bijna de helft van de Europese banken op de beurs minder waard dan hun jaarrekeningen suggereren. Het duidt er volgens de centrale bank op dat beleggers „substantiële verborgen verliezen” vrezen.

Als het vertrouwen in banken niet terugkomt, kunnen sommige banken zo in gevaar komen dat overheden weer geld in deze financiële instellingen moeten pompen om ze overeind te houden. Terwijl veel overheden zelf al met fikse schulden kampen.

Dit besmettingsgevaar waar zo vaak voor gewaarschuwd werd, heeft de schuldencrisis nu van karakter veranderd. „Wat begon als twijfel aan de schuldhoudbaarheid van een individuele lidstaat, is omgeslagen in een vertrouwenscrisis in het vermogen van Europese beleidsmakers om de crisis op te lossen. Cruciaal voor het inperken van de besmetting is daadkrachtig ingrijpen van beleidsmakers om het vertrouwen te herstellen”, aldus De Nederlandsche Bank.

Daar kunnen ze vandaag in Cannes mee beginnen. De urgentie is nu wel duidelijk. De afgelopen maanden werd vaak de angst voor een dubbele dip uitgesproken. Inmiddels vrezen veel economen dat de eurozone al weer in een nieuwe recessie is beland. De bedrijvigheid in de Europese industrie blijkt vorige maand harder gekrompen dan gedacht, zo werd vanmiddag bekend – met name in Italië. De werkloosheid in Duitsland is voor het eerst in twee jaar weer gestegen.

Het zwaarste voor politici is niet eens om al deze macro-economische dreunen continu te incasseren. Het gaat er in Cannes nu om dat ze met een geloofwaardig plan komen. Maar waar moeten ze mee beginnen?