Eenzame ridder in de nacht

Ryan Gosling gooit hoge ogen als toekomstig aanvoerder van Hollywoods A-lijst. Lang vluchtte hij voor zijn sterrenstatus. Gesprek met de hoofdrolspeler van Drive.

Cast member and director George Clooney (R) poses with co-star Ryan Gosling at the premiere of "The Ides of March" at the Samuel Goldwyn theatre in Beverly Hills, California September 27, 2011. The movie opens in the U.S. on October 7. REUTERS/Mario Anzuoni (UNITED STATES - Tags: ENTERTAINMENT) REUTERS

Wie volgen George Clooney, Brad Pitt en Johnny Depp op nu zij de vijftig naderen? Wie worden de nieuwe ‘leading men’ van Hollywood? James Franco? Goed maar zweverig. Bradley Cooper? Knap, maar geniepig. Sam Worthington, Ryan Reynolds? Veel spieren, maar vlak. Voorlopig zet Hollywood zijn geld op een dertigjarige Canadees: Ryan Gosling.

Een sekssymbool, zeker in zijn leren motorjas. Viraal op YouTube met dat filmpje waar hij terloops twee vechtende mannen scheidt in New York. „O my god! Het is die acteur van The Notebook!” Voer voor paparazzi, die vorige week de eerste zoen met actrice Eva Mendes – en daarna met zijn hond – vastlegden.

„Hij is een ster, of hij dat nu accepteert of niet”, zegt zijn boezemvriend, de Deense cultregisseur Nicolas Winding Refn. Het is medio mei, in Cannes: de Deen wandelt met de onnatuurlijk relaxte Gosling een strandtent in Cannes binnen voor een rondje wereldpers. Gosling: wit overhemd, hip hoedje, een trippy glimlach van oor tot oor. En veel beleefde reserve. „Weet je wat ik haat?” zegt hij. „Als jullie mij vragen stellen die mijn psychotherapeut zou stellen. Een therapeut heeft nog een beroepsgeheim, jullie verwachten dat ik eerlijk antwoord geef zodat jullie het aan iedereen kunnen doorvertellen.”

Zo is dat, maar we verwachten het niet echt. Ryan Gosling koestert namelijk zijn mystiek. In zijn helderblauwe ogen zweemt altijd iets van spijt of weemoed, van afstand en gemaskeerde kwetsbaarheid. Met name in Drive, die serene, existentialistische misdaadfilm met plotse erupties van schokkend geweld: Winding Refn zal er later die week in Cannes de prijs voor beste regie mee winnen.

Gosling speelt de naamloze ‘Driver’ bijna tekstloos. „In Hollywood zijn ze doodsbang voor stilte”, zegt regisseur Winding Refn. „Dan gaan mensen nadenken, krijgen ze opinies en kan je zomaar ontslagen worden. Maar stilte geef zoveel ruimte. En naar een stille Ryan kan je urenlang kijken, een handvol acteurs in de hele filmgeschiedenis heeft dat.” Gosling, laconiek: „Ik kwam van de set van Blue Valentine, dat was een en al praten en improviseren. Deze held kan zonder tekst, en waarom? Door een geweldige cast die al het praten voor hem doet. Dankzij Albert Brooks en Ron Perlman kan ik mijn mond houden.”

In de Nederlandse bioscopen is Ryan Gosling deze week in drie films te zien. Naast Drive verliest hij als spindoctor Stephen zijn onschuld in Clooney’s The Ides of March; als zijige versierder Jacob brengt hij in de romantische komedie Crazy, Stupid, Love de ‘player’ in een uitgerangeerde huisvader boven terwijl hij zelf eigenlijk naar geborgenheid hunkert. „Serieus? Je lijkt wel gephotoshopt”, giechelt actrice Emma Stone als Gosling in die film zijn uit marmer gebeitelde sixpack onthult. Die buik zag er anderhalf jaar geleden heel anders uit, toen Gosling 27 kilo was aangekomen om een kindermoordenaar te spelen in The Lovely Bones. Voor niets, zo bleek, want Gosling kreeg op de valreep ruzie met regisseur Peter Jackson. Zo’n transformatie tekent zijn discipline en ambitie als acteur – en weerspreekt de nonchalante afwezigheid die hij uitstraalt.

Gosling is zoon uit een Mormoons gezin uit Ontario met een moeder die na haar scheiding losging; werd op school gepest om zijn dromerigheid en liefde voor ballet; was zo’n kasplantje dat zijn moeder hem een jaar lang thuis onderwees; werd op zijn twaalfde uit duizenden kandidaten gekozen voor Disney’s Mickey Mouse Show, samen met Britney Spears, Christina Aguilera en Justin Timberlake – Gosling woonde een tijd bij de familie Timberlake. Het kindsterretje leek daarna volcontinu op de vlucht voor Hollywood en zijn eigen sterrenstatus. De studio’s boden hem de wereld, Gosling koos ervoor een joodse neonazi te spelen in het hoogst controversiële The Believer in 2001. Toen hij in 2004 alsnog dreigde door te breken als romantische held in tearjerker The Notebook, volgde de rol van inspirerende én crackverslaafde docent in Half Nelson – zijn eerste Oscarnominatie – en van verlegen hork die in Lars and the Real Girl (2007) een psychotische liefde koestert voor een sekspop.

Zijn voorliefde voor complexe, bizarre karakters combineert Gosling met hondse trouw aan de Disneymagie. Met een bezoek aan Disneyland bezegelt hij doorgaans zijn liefde: met Eva Mendes, maar ook zijn ‘bromance’ met de fobische Deen Winding Refn, die hij meenam naar de Tower of Terror. Gosling, enthousiast: „Dat is een lift die een paar keer in zijn schacht naar beneden valt. Ik maakte Nicolas wijs dat hij boven kon uitstappen. Hij wilde huilen, maar hield zich zo stoer!”

Goslings rol van de schattig stuurloze Dean in relatiedrama Blue Valentine van debutant Derek Cianfrance heeft iets autobiografisch. Dean is een man die alles kan, maar niets heel erg wil. Gosling danst in zijn vrije tijd bij balletscholen, ontwerpt meubels, musiceert, kerft vage tatoeages in zijn huid. Wat is dat op zijn arm, een weerwolfklauw, vragen we hem in Cannes. „Dat was eigenlijk bedoeld als The Giving Tree, mijn favoriete kinderboek”, legt hij uit. „Maar het is niet helemaal gelukt.”

Na Lars and the Real Girl verdween Gosling anderhalf jaar helemaal uit het zicht om zichzelf gitaar, basgitaar en piano te leren en met vriend Zach Shields de band Dead Man’s Bones te vormen. Een jaar lang toerden ze langs lagere scholen met een soort musical: Gosling omschrijft het als ‘spookachtige doo-wopmuziek’. „De kinderen zongen mee, verkleed als vampier, spook of zombie. Maar het was niet erg rock-’n-roll. Je mag niet roken, drinken en vloeken met al die kinderen erbij.”

In tandem met zijn vriend Winding Refn klinkt Gosling wel weer heel rock-’n-roll. Als hij beweert dat Drive „eigenlijk (de lieve jeugdfilm) Sixteen Candles is, maar met ingeslagen schedels”, of dat het suède jasje met schorpioen op de rug dat Driver draagt uit Scorpio Rising (1964) komt, de ultieme cultfilm van de leernichtenscene. Gosling: „Driver is heel zacht en vrouwelijk, dat maakt zijn psychotische geweld verteerbaar. Drive is een sprookje met ridder, jonkvrouw, slechte koning en draak. Driver waant zich de eenzame ridder in de nacht. Travis Bickle uit Taxi Driver? Eerder iemand die te vaak Taxi Driver zag. Er zit veel woede, geweld en rancune in Driver, hij droomt ervan dat in iets positiefs om te zetten. Hij is held in de speelfilm in zijn hoofd.”

Held in eigen speelfilm: dat was Gosling vroeger al. „Ik was een outsider, eenzelvig. Als jochie zag ik Rocky en dacht meteen dat ik de grote jongens kon verslaan. Ze haalden me snel uit die droom. Daarna zag ik Rambo: First Blood, nam ma’s keukenmessen mee en gooide die naar mijn klasgenoten. Iedereen doodsbang: de school schorste me en ik mocht een jaar alleen bijbelfilms zien.”

Een rasacteur, wil hij zeggen. „Ik hou niet zo van wat erbij komt kijken, maar mijn drang om even iemand anders te zijn is sterker.” Anno 2011 lijkt hij vrede te sluiten met zijn sterrenstatus. „Ik ben dertig”, zegt Gosling. „Het is bijna alsof het leven nu serieus wordt.”

    • Coen van Zwol