Een valies met panties en Kukident

Tussen twee rood-witte linten staan een paar ambulances en een brandweerwagen, agenten in neongele hesjes lopen heen en weer. Ik heb postgevat naast een kluitje fotografen, die allen hun indrukwekkende telelens hebben gericht op één punt: de ingang van station Amsterdam Amstel. Er is niets te zien. De ingang is dicht. Toch blijft iedereen naar

Tussen twee rood-witte linten staan een paar ambulances en een brandweerwagen, agenten in neongele hesjes lopen heen en weer. Ik heb postgevat naast een kluitje fotografen, die allen hun indrukwekkende telelens hebben gericht op één punt: de ingang van station Amsterdam Amstel. Er is niets te zien. De ingang is dicht. Toch blijft iedereen naar dat punt turen, alsof we een groep vogelspotters zijn en zich daar ergens een zeldzame bontgevlekte grauwpootgrutto verscholen houdt. We kijken niet weg – omdat we allemaal hopen een glimp op te vangen van Het Object.

Iedereen weet dat het om een bruin, ouderwets aandoend koffertje gaat – er stond een wazige foto op internet. Toch wordt er volgens de persvoorlichter intern over gepraat als Het Object: een verdacht voorwerp dat ’s ochtends in de stationshal werd gesignaleerd en mogelijk explosieven bevat. Het station werd ontruimd. Gestrande reizigers staan in ontkenning langs het lint: „Ja natuurlijk hoor ik u, u zegt dat het station afgesloten is, maar ik moet om 11:15 de trein pakken, dus kan ik nu dan naar binnen? Anders ga ik wel even achterom.”

Terwijl ik daar sta, vraag ik me af: wanneer verandert een koffertje in een Object? De meeste bomkoffertjes zullen niet onheilspellend tikken, roken of uitgedost zijn met een schermpje waarop digitaal wordt afgeteld. Volgens de mensen om me heen wordt een koffer of tas een Object als het ergens onbeheerd staat. De kans is dus aanwezig dat de Explosieven Opruimingsdienst daarbinnen op dit moment röntgenfoto’s aan het maken is van een vergeten valies van een verstrooide dame, gevuld met huidkleurige panty’s en Kukident. Ik vraag aan de persvoorlichter waarom het koffertje verdacht was, maar hij antwoordt slechts dat er ‘tekenen’ waren, dat hij niet weet welke, en nee, dat hij het écht niet weet en dat hij nooit tegen me zou liegen.

Even later gonst door het persvak dat een van die tekenen bekend is geworden: volgens AT5 zou er BOM op de koffer geschreven staan. De kans dat het toch een bom is en geen grap wordt hierdoor flink kleiner, hoewel het onmiskenbaar fijn zou zijn als terroristen voortaan hun explosieven netjes zouden labelen en voorzien van een vrolijkgekleurd pijltjessysteem.

Het is vreemd hoe het werkt: een koffer met BOM erop geschreven is waarschijnlijk geen bom. De persoon die in de rij voor de douane hardop grapjes maakt over zijn vaardigheid in vliegtuigen kapen, is waarschijnlijk geen terrorist. En toch kan je die gevallen niet negeren – hoe potsierlijk ze haast zijn.

Uiteindelijk komt er iemand naar buiten in een beschermend pak dat ik alleen ken van Outbreak-achtige virusfilms. In zijn handen, nauwelijks zichtbaar, Het Object. Even later vertelt de persvoorlichter dat er inderdaad geen explosieven in de koffer zaten. Wat er wel in zat is ‘dadergevoelige informatie’, die wij niet krijgen. Degene die de koffer heeft achtergelaten, is namelijk toch een dader – je mag niet zomaar ongestraft een koffer in Een Object laten veranderen.

    • Renske de Greef