dvd en web

Bitterzoet wordt zoet

Conviction. Regie: Tony Goldwyn

dvd speelfilm

Conviction is het waargebeurde levensverhaal van Betty Ann (Hilary Swanks) en Kenny Waters (Sam Rockwell). Met een gigantische omissie, dat wel.

De echte Kenny Waters werd geboren onder een kwaad gesternte: white trash, impulsief en gewelddadig, bovenal gespeend van elke mazzel. Wel kon hij rekenen op de onvoorwaardelijke liefde van zijn zus Betty Ann. Dus toen hij een brute roofmoord in de schoenen geschoven kreeg, studeer deze alleenstaande moeder af in de rechten om hem te bevrijden. Keihard werk voor een schoolverlater, maar Betty Ann kreeg Kenny na achttien jaar achter de tralies weg.

Mooie ingrediënten voor zo’n inspirerend biografische film over toewijding en liefde, want dat is Conviction, niet meer, niet minder. Met het vastberaden, expressieve paardenhoofd van Hilary Swanks (Betty Ann) en Sam Rockwell (Kenny) en zijn bedauwde ogen als pluspunten. Plus strijkmuziek die op de juiste momenten inzet.

Goed, iets te conventioneel om echt te boeien, en ik vroeg me af: zou Conviction het durven melden? Want al kreeg Betty Ann haar broer uit de cel op basis van nieuw DNA-bewijs, en al kostte de foute agent die Kenny de moord in de schoenen schoof de politie smartengeld van 3,4 miljoen dollar, de zaak liep nogal onbevredigend af. Een half jaar na zijn vrijlating struikelde Kenny namelijk dronken in een gat, brak zijn schedel en stierf.

Uiteraard zwijgt de film daarover: hoezo strijkkwartetten als achttien jaar zelfopoffering Betty Ann slechts een dode broer en 3,4 miljoen dollar opleverde? Amerika kan niet goed tegen bitterzoet. Dan liever zoet.

Coen van Zwol

Energieke melancholie

Tilva Rosh. Regie: Nikola Lezaic

dvd speelfilm

Het Rotterdamse filmfestival (IFFR) brengt een aantal films op dvd en als video on demand (vod) uit onder de noemer Tiger Releases: 10 to Watch. De tweede van de 10 ‘to Watch’-uitgave van het IFFR is de energieke, maar ook licht melancholieke Servische film Tilva Rosh. De toon van Tilva Rosh doet denken aan de eerdere IFFR-uitgave Bad Posture. Beide films spelen zich af tijdens een landerige zomer en volgen een stel vrienden dat opgroeit in een gat waar nauwelijks iets te doen is. Uit verveling gaan ze graffiti spuiten (Bad Posture) of skaten en Jackass-achtige filmpjes maken, zoals in Tilva Rosh. En ook hier verstoort een meisje de vriendschap tussen twee jongens, van wie Stefan naar de universiteit in Belgrado gaat en Toda achterblijft in Bor, ooit een bloeiende industriestad, nu in verval. Toda’s vader werkt in de mijn, maar moet vrezen voor zijn baan. Af en toe betoogt hij tegen de slechte economische omstandigheden en dreigende sluiting van de mijn.

We zien de twee verveeld rondhangen, skaten en stunts vol waaghalzerij uithalen, die ze zelf filmen en online zetten. Ze dagen elkaar constant uit. Ze slaan elkaar met zweepjes keihard op hand en rug, waarna ze even kermend in elkaar zakken. Toda gebruikt een van deze uitdagingen om een aantal keer vreselijk hard op een emmer te beuken die om Stefans hoofd zit, een daad van agressie die een uiting is van zijn frustratie dat Stefan het meisje dat hij leuk vindt ook het hof maakt. Niet alle scènes zijn even sterk: eentje waarin een bevriende skater 5 minuten dronken lalt, is zelfs buitengewoon vervelend.

Maar het simpele verhaal is slechts een kapstok om de schoonheid van het ooit glorieuze industriële landschap te laten zien. Regisseur Nikola Lezaic, zelf geboren en getogen in Bor, liet zich inspireren door de landschapsfoto’s van William Eggleston. Beiden zien grandeur in het gewone. En vol berusting leggen ze aftakeling zo mooi mogelijk vast.

André Waardenburg

Italiaanse slachtpartij

L’uomo che verrà. Regie: Giorgio Diritti.

dvd speelfilm

Op zich is er niet zoveel mis met L’uomo che verrà, de film die in 2010 drie David di Donatello’s won – de hoogste Italiaanse filmprijzen – waaronder beste film. Het is een sobere, smaakvolle evocatie van de beruchte Marzabottoslachting in oktober 1944, toen de SS onder majoor Walter Redel 770 Italiaanse boertjes ombracht rond Bologna.

We beleven het door de ogen van boerenmeisje Martina, dat zwijgt sinds de dood van haar broertje. Het is een soort subgenre, de waanzin van de oorlog door de ogen van het onschuldige kind. Prachtige grote bruine ogen zijn het, die verbaasd toekijken als grote zus in het hooi stoeit of een Duitse soldaat van de partizanen zijn eigen graf moet graven. We horen Martina alleen als ze haar opstel voorleest: dat ze parachutes die in het bos landen aanziet voor broertjes en zusje van de ooievaar. Schattig toch? En wat erg dat Martina zo gebutst achterblijft.

De harde routine van het platteland, de fraai belichte, verweerde boerenkoppen, de emoties die kracht worden bijgezet met panfluit, accordeon en viool – het klopt helemaal. En is het dan zover, dan beleven we de treurige dodenmars („schnell, schnell!”) en de laatste seconde voor het sterven uiteraard in slowmotion. Waarna de camera naar de hemel wentelt en onderweg even bij een kruis blijft hangen. Uiteraard. Zo doe je een massamoord. Niet zoveel mis mee, alleen zag je deze tranentrekker van staatszender RAI’s lopende band al honderd maal. Zonder eigen smaak, stijl, schwung of lef: historisch drama dat nu vaak het beste blijkt wat de Italiaanse cinema biedt. En dat is wel erg.

Coen van Zwol