Donzen stem Herman van Veen laat liedjes leven

Herman van Veen. Gezien: 1/11 in Carré, Amsterdam. Aldaar t/m 10/12; tournee t/m 26/5. Inl:hermanvanveen.com ****

Een programmatitel heeft Herman van Veen allang niet meer nodig om eens in de zoveel jaar toch weer met een nieuw programma te komen. En de luidruchtige lachnummers, die de laatste jaren veelal gepaard gingen met platte grappenmakerij, ook niet meer. Hij is nu meer dan ooit de muzikant geworden die het middelpunt van een unieke muziekavond vormt, met veel liedjes en heel wat instrumentaal vuurwerk, gelardeerd met ultrakorte grapjes, een enkel mopje met een baard en allerlei verhaaltjes met een aforistische pointe. Hooguit vertoont zijn optreden ook nog sporen van de visuele clownerie waarin hij altijd uitblonk – in de pingpongballen die massaal naar beneden kletteren en in een lenig en lichtvoetig stukje jive, als om hem heen Buona Sera van Louis Prima wordt gespeeld, een hit uit zijn jongensjaren die hier wordt verweven met een korte herinnering aan zijn eerste verliefdheid.

Als altijd wordt Van Veen begeleid door pianist en klankbepaler Erik van der Wurff (ze werken nu 47 jaar samen) en vier jongere muzikanten vervolmaken het gezelschap. Met hoofdrollen voor de klassieke Spaanse gitaar van Edith Leerkes en de Balkan-echo’s oproepende viool van Jannemien Cnossen, en veelzijdige ritmes van Marnix Dorrestein en Hein Offermans op gitaar en bas. Zelf doet de baas van het spul trouwens dubbel en dwars mee op viool, gitaar en piano.

Van Veen zingt niet alleen nieuw materiaal op impressionistische teksten van eigen hand, maar ook heel wat nummers die ooit door anderen werden gezongen. Zoals het vertederende, voor kinderen geschreven borstenliedje van Willem Wilmink („net zo veel als Beatrix/ of misschien wel bijna niks”), het charmante Sonneveld-nummer Marjoleine, geschreven door Annie M.G. Schmidt, en zelfs zijn eigen oude hit Hilversum 3 in een energiek opgevoerd tempo. Maar ook Ramses Shaffy’s onmiskenbare Laat me, waarvan het refrein echter grote schade wordt berokkend door de mateloze galm waarmee Van Veen die woorden overstemt. Terwijl zijn donzen stemgeluid en zijn toegewijde voordracht alle andere liedjes stuk voor stuk tot leven laten komen.

Het resultaat is een muziekmozaïek met een verrassende repertoirekeuze die dit programma toch weer anders dan anders maakt.

    • Henk van Gelder