Dinsdag bleek ineens mogelijk wat donderdag nog ondenkbaar leek

‘Politiek is de keus tussen belabberd en allerbelabberdst”, heb ik een Kamerlid eens horen zeggen. Zo somber is het gelukkig niet altijd, maar het is wel waar – politiek is dikwijls niet meer dan schadebeperking. Hoe kun je de harde werkelijkheid wat minder hard maken? Hoe kun je er, ondanks alle wetten en andere bezwaren, toch iets aan verbeteren?

De afgelopen dagen heb ik dit bijna aan den lijve ondervonden.

Aan de orde was een van de lastigste kwesties waarmee een politicus te maken kan krijgen: een individueel geval.

Abstracte beleidsuitgangspunten krijgen het gezicht van concrete personen. Het zijn soms jonge, vaak oude, meestal kwetsbare mensen. Wat in theorie nog heel goed verdedigbaar lijkt, is in de praktijk bijna niet meer uit te leggen.

Ik heb het natuurlijk over Mauro, een jongen uit Afrika die volgens de regels terug moet, maar zo goed ingeburgerd is – hij spreekt Limburgs... – dat er van alles voor te zeggen valt om hem te laten blijven in ons land.

Mauro maakte het dilemma tussen theorie en praktijk in één klap duidelijk.

De afgelopen dagen heeft Nederland ermee geworsteld. Opeens kende iedereen hem, dankzij overdadige aandacht vanuit de media. Zelfs de meest geharnaste voorstanders van een streng asiel- en immigratiebeleid hielden zich muisstil.

Hoe moet je met situaties als deze omgaan?

Waar slaat streng beleid om in onrechtvaardig beleid?

Hoe combineren we hoofd en hart?

Moet de Tweede Kamer zich inlaten met individuele gevallen?

Waar begin je aan? Waar eindig je?

Hoeveel Mauro’s zijn er?

Wordt het niet onbillijk om er eentje, uitvergroot door de publiciteit, uit te pikken?

Laten we ons niet te veel meeslepen door emoties, gesymboliseerd door zo’n sympathieke jongen?

Voor ons – mijn partij, onze fractie, mijzelf – was het geen gemakkelijke week. In de volle breedte heeft het CDA geworsteld met deze kwestie, zoals iedereen heeft kunnen zien.

Deze worsteling begon al veel eerder. Mijn Limburgse collega’s Raymond Knops en Ger Koopmans zetten zich al tijden, al ver voor alle media-aandacht, in voor Mauro.

Samen met collega’s uit andere partijen hebben ze achtereenvolgende ministers en staatssecretarissen aan hun jasje getrokken, zonder resultaat. Bewindslieden als Hirsch Ballin (Justitie, CDA), Albayrak (Justitie, PvdA) en Leers (Asiel, CDA) reageerden steeds negatief. Ook de Raad van State oordeelde in Mauro’s nadeel.

Toch vond mijn fractie dat Mauro de kans moest krijgen om te blijven wonen bij zijn pleegouders in Nederland.

Een studievisum leek nog de meest haalbare optie, maar – en hier werd het schrijnend – dit visum zou hij dan waarschijnlijk moeten aanvragen vanuit Angola. Dit vond ik onaanvaardbaar. Vanuit de Kamer waren zo veel verwachtingen gewekt dat we hem uitzetting niet moesten willen aandoen. Samen met mijn fractiegenoot Kathleen Ferrier besloot ik vorige week mij niet neer te leggen bij deze onverhoopte uitkomst.

Dit is voor Mauro per saldo goed afgelopen.

Gesteund door het CDA-congres, dat zaterdag een ondubbelzinnig signaal afgaf, en geassisteerd door de Stichting Vluchteling-Studenten UAF – oud-premier Lubbers bewees goede diensten – bleek dinsdag mogelijk wat donderdag nog ondenkbaar leek: Mauro kan in Nederland blijven, om een studievisum aan te vragen.

Er is een goede kans dat hij kan blijven wonen en werken in Nederland. Dit is, ondanks alle schrille geluiden uit de oppositiebanken, winst. „Hier staat een gelukkig christen-democraat”, zei ik gisteren – spontaan, maar wel uit de grond van m’n hart.

Het was de uitkomst van een hele worsteling, vol emoties en spanningen.

Ook dit lijkt mij allesbehalve een probleem. Het laat vooral zien dat het in de politiek niet alleen draait om beleid, om regels, maar in de eerste plaats om mensen.

Dat mijn partij, het CDA, hiermee zo intensief bezig is, zo wikkend en wegend een goede balans probeert te vinden, zo mensen tussen alle regels tot hun recht wil laten komen, strekt de partij tot eer.

Er zijn wel mindere kwesties waarover je je kunt opwinden in de politiek.

Ad Koppejan is Tweede Kamerlid voor het CDA. Hij schrijft deze wisselcolumn beurtelings met Frans Timmermans (PvdA) en Elbert Dijkgraaf (SGP).