Diederik Stapel en het ik-weet-het-toch-wel-syndroom

Structuur van het DNA. Foto Wikimedia

Met leugens kom je verder in deze wereld, maar een weg terug is er niet. Dit Russische gezegde spookte misschien wel door het hoofd van Diederik Stapel toen hij in het diepste geheim onderzoeksgegevens verzon. Velen gingen de frauderende psycholoog voor. In sommige gevallen is de waarheid nog steeds niet boven tafel.

Sir Cyril Lodowic Burt bijvoorbeeld. Deze Brit (1883 - 1971) stierf als één van de invloedrijkste educatieve psychologen van zijn tijd. De geridderde wetenschapper genoot hoog aanzien vanwege zijn theorieën over de erfelijkheid van intelligentie. Het duurde tot 25 oktober 1976, vijf jaar na zijn overlijden, voordat hij van fraude beschuldigd werd. ‘Eminente psycholoog vervalste cruciale data’, kopte journalist Oliver Gillie die dag in de The Sunday Times.

Verzonnen onderzoeksassistenten

Anders dan bij Stapel, moest Gillie het zonder bekentenis doen. Ook was er geen hard bewijs voor de fraude. Zijn beschuldiging onderbouwde hij vooral met ‘the missing ladies’, zoals hij Burts onderzoeksassistenten noemde: Margarat Howard and J. Conway. Deze vrouwen bleken niet traceerbeer en daarom nam Gillie aan dat ze niet bestonden.

De journalist kwam niet zelf op dit spoor, weet Arthur Jensen, een voormalig assistent van Burt en later hoogleraar in hetzelfde vakgebied. In het boek Research fraud in the behavioral and biomedical sciences (onder redactie van David Miller en Michel Hersen, 1992) beschrijft hij een lunch met hoogleraar psychologie Jack Tizard in 1974. Jensen zei tegen hem dat hij graag in contact zou komen met Burts assistenten, maar dat ze wel van de aardbodem verdwenen lijken. “Zijn ogen schitterden en hij klapte in zijn handen”, zo beschrijft Jensen de reactie van Tizard. “Wat hij toen zei herinner ik me als de dag van gisteren: ‘Zou het niet geweldig zijn als we Burt kunnen ontmaskeren als een oude fraudeur?’ Later bedacht ik me hoe perfect zijn reactie paste bij zijn wens om Burt en zijn erfelijkheidstheorie onderuit te halen.”

Wetenschap met waarden

Tizard behoorde tot de egalitaristen, een ‘communistisch intellectueel’ die volhield dat niet de genen, maar de sociale omgevingsfactoren doorslaggevend zijn voor het denkpotentieel van een mens. Het idee dat IQ genetisch bepaald is, zoals Cyril Lodowic Burt beweerde, druiste in tegen alles waarvoor Tizard stond. Burt postuum ten val brengen zou zijn zaak goed doen. Dat deed hij via journalist Oliver Gillie. Het nieuws dat Burt mogelijk decennialang fraudeerde, sloeg in als een bom en was een opsteker voor de psychologen die een dominante invloed van genen afwijzen.

Of Burt echt onderzoeksgegevens vervalste is moeilijk na te gaan. Het meeste ruwe onderzoeksmateriaal is namelijk verbrand na zijn dood. Door zijn secretaresse, op advies van Liam Hudson, hoogleraar educatieve psychologie aan Edinburgh University. Saillant detail: Hudson was fel tegenstander van Burts theorieën over erfelijkheid.

Jensen kende Burt goed, bewonderde hem, maar pleit zijn voormalig meester niet vrij. Sterker, hij ontdekte meer aanwijzingen voor fraude. Het viel hem op dat een aantal datasets waaruit een correlatie blijkt, aan de basis liggen van meerdere onderzoeken over verschillende onderwerpen. Alsof Burt met niet-authentieke gegevens telkens zijn erfelijkheidstheorie probeerde te bewijzen. Hij rapporteerde zonder echt onderzoek te doen. Jensen denkt dat ijdelheid Burt aanzette tot dit bedrog. Maar het geïdeologiseerde vakgebied speelde zeker ook een rol. Zowel in de aanval op Burts integriteit als in de vermeende fraude.

Dwangmatige neuroot die verkeerd afsloeg

Wat waren de motieven van Diederik Stapel? Als we de sociale psycholoog zelf moeten geloven, ligt het aan de concurrentiedruk. “In de moderne wetenschap ligt het ambitieniveau hoog en is de competitie voor schaarse middelen enorm”, schreef hij maandag in De Volkskrant. “De afgelopen jaren is die druk mij te veel geworden. Ik heb de druk te scoren, te publiceren, de druk om steeds beter te moeten zijn, niet het hoofd geboden. Ik wilde te veel te snel. In een systeem waar weinig controle is, waar mensen veelal alleen werken, ben ik verkeerd afgeslagen.”

In NRC Handelsblad gaf een aantal deskundigen gisteren nog wat andere verklaringen. “Het zijn mensen die lijden aan wat ik het ‘Ik-weet-het-toch-wel-syndroom’ noem”, zei André Köbben, emeritus-hoogleraar en vooraanstaand publicist over wetenschappelijke fraude, tegen redacteur Karel Berkhout. “Het zijn allemaal buitengewoon ijdele mensen, die op hun omgeving een briljante indruk maken. Zij kijken neer op wetenschappelijk werk. ‘Ik heb dat onderzoek helemaal niet nodig, ik weet zo ook wel hoe het zit’, is hun hele houding.”

Hjalmar van Marle, forensisch psychiater, denkt eerder aan een karakterfout dan aan een psychiatrische stoornis. Een psychopaat geniet namelijk niet van zijn gekte en ziekelijke leugenaars verliezen niet het contact met de realiteit. Van Marle vermoedt een neurotische persoonlijkheid die lijdt onder zijn eigen dwangmatigheid. Een type mens dat in de wetenschap goed kan gedijen.

Eerder in deze serie:
Zestien miljoen ‘milieuwetenschappers’
Wie geen gelijk krijgt, kan altijd nog de wetenschap opheffen
Doe meningen niet altijd af als meningen. Objectieve moraal bestaat