De crisis als voorspel

In 2012 is het veertig jaar geleden dat de Club van Rome het rapport Grenzen aan de groei publiceerde, een volgens de maatstaven van toen allerzorgvuldigste ondergangsberekening. Als we hier op aarde op dezelfde voet verder zouden gaan, was de ondergang van onze beschaving niet te vermijden. Bevolkingsgroei, uitputting van de natuurlijke hulpbronnen, aantasting van de dampkring, alles werkte samen om de catastrofe dichterbij te brengen.

Zelden zal een voorspelling in eerste aanleg zo veel effect hebben gehad. Dit werd nog versterkt doordat een jaar later de eerste oliecrisis uitbrak. Na de Jom Kipoeroorlog besloten de Arabische landen, verenigd in de OPEC, tot een olieboycot van het Westen. Hier ging de benzine op de bon. Er kwamen een autoloze zondag en een maximumsnelheid. De sceptici verenigden zich en riepen ‘ik rij honderd als Den Uyl opdondert’.

Het is geweldig meegevallen. De boycot werd opgeheven. De welvaart bleef stijgen. Daarna won het Westen de Koude Oorlog. De prachtige jaren negentig braken aan. Met het doemdenken was het afgelopen, totdat op 11 september 2001 de Twin Towers werden verwoest.

Opnieuw verdween in het Westen het optimisme, maar er was een groot verschil met dertig jaar eerder. In dit nieuwe tijdvak was er een identificeerbare vijand: het moslimterrorisme. De Verenigde Staten en hun bondgenoten hebben geprobeerd het te verslaan. De twee oorlogen die daartoe zijn begonnen, hebben een ongeteld aantal soldaten en burgers het leven gekost. Er zijn miljarden uitgegeven, maar de strijd duurt voort. Zouden we eraan zijn begonnen als we hadden geweten dat de Arabieren in hun ‘Lente’ zelf kunnen afrekenen met hun dictators? Was het mogelijk geweest dat de Irakezen zonder hulp Saddam Hussein hadden verjaagd? Vergeefse vragen. Het schrijven van dit soort geschiedenis heeft geen zin.

Intussen zijn we in een nieuwe periode aangeland – die van de economische crisis, begonnen in 2008 in de Verenigde Staten en, na eerst wat te hebben voortgesudderd, uitgebreid tot het hele Westen. In de loop van deze drie jaar zijn er tientallen diagnoses gesteld, een ongeteld aantal vergaderingen gehouden, schuldvragen beantwoord en remedies bedacht. Al deze activiteiten kunnen worden samengebracht onder één noemer. Er zit niet voldoende geloofwaardigheid in en dus is er geen effect. De periode waarin we ons nu bevinden, wordt gekenmerkt door een groeiende uitzichtloosheid die nog geen politieke gevolgen heeft, behalve het Occupyprotest, dat meer en meer het vermoeden wekt in zijn passiviteit te blijven steken.

Alsof dit allemaal nog niet pessimistisch genoeg is, komt daarbij de volgende prognose over de groei van de wereldbevolking. De zevenmiljardste mens is dit weekeinde geboren. We mogen in 2025 of 2026 de achtmiljardste verwachten. Elke dag komen er 367.642 mensen bij en sterven er 152.522. Daarbij komt dat steeds meer mensen naar de steden trekken. Niet alleen groeit de wereldbevolking, er is ook een massale migratie op gang gekomen. Terwijl we in de ellende van deze crisis verdiept zijn, zien we dit alles voor onze ogen gebeuren.

Profeten hebben de neiging bij hun voorspellingen de lijnen van de ontwikkeling in het recente verleden in een verhevigde mate verder te trekken. Zo heeft de Club van Rome het gedaan, waarna ze snel leek te worden gelogenstraft door de werkelijke gebeurtenissen. Intussen kunnen we ook zeggen dat ze haar tijd vooruit was.

Laten we ons voorstellen dat we, op grondslag van wat we nu weten, een voorspelling zouden doen over de toestand van de wereldbevolking over een jaar of veertien, bij de geboorte van de achtmiljardste. De nu nog rijke volken hebben hun welvaart niet willen prijsgeven, maar intussen is de strijd begonnen om de schaarser wordende grondstoffen. De grootste bevolkingsconcentraties wonen in de steden – tien miljoen is geen uitzondering. Hier ontstaat een nieuw stadsproletariaat. Dat is tot alles bereid om te ontsnappen aan zijn verschrikkelijk bestaan.

Gaan we weer een tijdperk van grote oorlogen tegemoet? Dan is het een ander soort oorlog dan in de vorige eeuw. Het tijdperk van de geautomatiseerde wapens is al jaren geleden begonnen. De onbemande vliegtuigjes, de drones worden bestuurd vanuit een basis in de Verenigde Staten en laten hun bommen vallen boven Afghanistan. Alle grote mogendheden willen drones hebben. Tegen 2026 is dit allemaal nog veel verder geperfectioneerd. Als we de lijnen waarvan nu het begin lijkt vast te liggen verder trekken, moeten we wel tot de voorspelling komen dat een mondiale catastrofe onvermijdelijk is, ook al kunnen we niet vermoeden op welke manier deze zich kan voltrekken.

In de International Herald Tribune van gisteren staat een bijdrage van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon. Hij roept de leiders van de G20, die deze week in Cannes vergaderen, op om de grondslag te leggen voor het stichten van een soort productieve, spaarzame wereldverzorgingsstaat. Het ziet er verstandig uit, maar goed beschouwd is het niet meer dan een reeks vrijblijvende aanbevelingen. De VN zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Op een heel andere manier doet de wereldsituatie van nu denken aan die van 1938, toen de oorlog al niet meer viel te vermijden. Misschien is onze laatste zekerheid dat er in 2026 nog zal worden gevoetbald.