Collectief falen bij actie in Sirte

De inlichtingendiensten MIVD en AIVD faalden in hun samenwerking bij de mislukte evacuatie van een Nederlandse ingenieur en een Zweedse vrouw uit de Libische havenstad Sirte, in februari van dit jaar. Ook de afstemming met het ministerie van Buitenlandse Zaken was onvoldoende na de actie met de helikopter van het fregat Hr. Ms. Tromp. Dat concludeert de commissie die toezicht houdt op de inlichtingendiensten in een rapport dat gisteren verscheen.

„De communicatie tussen beide diensten is te laat en te langzaam op gang gekomen”, schrijft de commissie. De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst liet de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst pas na drie dagen weten dat troepen van Gaddafi de bemanning van de Nederlandse Lynx-helikopter vasthielden. Ook daarna werd vrijwel niet samengewerkt.

In de voorbereiding op de evacuatie is nauwelijks een beroep gedaan op de MIVD. Defensie had de dienst niet om een zogeheten dreigingsanalyse gevraagd, en een acuut verzoek om informatie van de Tromp zelf bleef op zondagmiddag 27 februari onopgemerkt. De MIVD is die avond wel ingeschakeld toen de twee evacués en de drie bemanningsleden van de helikopter waren overmeesterd.

Het was aan Buitenlandse Zaken hen vrij te krijgen. De MIVD stemde zijn activiteiten af op dat diplomatieke proces. Tot ongenoegen van de onderzoekers deed de AIVD – eenmaal ingeschakeld – dit niet. De diensten waren onvoldoende op de hoogte van elkaars activiteiten.

De commissie heeft ook kritiek op de manier waarop de militaire inlichtingendienst te werk ging. Zijn verzoeken aan Defensie om zogenoemde bijzondere bevoegdheden in te zetten, zoals volgen of afluisteren, waren onvoldoende gemotiveerd.

In hoeverre informatie van de beide diensten heeft bijgedragen aan de vrijlating van de evacués op 2 maart en de bemanning op 11 maart vertelt het rapport niet.