Zij wil vooral tijdloos schrijven

Van nature is Marente de Moor iemand die liever wegrent voor de spotlights. Gisteren won zij de AKO Literatuurprijs. „Herkenning is een overschatte kwaliteit.”

Nederland, Amsterdam, 31 -10-10-2011. Foto Maarten Hartman. Uitreiking AKO literatuurprijs in het Scheepvaartmuseum. Winnares Marente de Moor.Voor de 25 ste keer. De genomineerden zijn Bittere Bloemen van Jeroen Brouwers, Bonita Avenue van Peter Buwalda, Huid en Haar van Arnon Grunberg, De Nederlandse maagd van Marente de Moor, Kus me, straf me van Marja Pruis, De weldoener van P.F.Thomese. Maarten Hartman

Toen het woord ‘oorlog’ viel in de aankondiging van juryvoorzitter Ernst Hirsch Ballin begon men elkaar onder tafel aan te stoten bij Marente de Moor, auteur van De Nederlandse maagd. De winnares van de AKO Literatuurprijs 2011 was zich tot dat moment nergens van bewust. „Ik zat rustig achterover met mijn kopje thee. Iemand had mij ingefluisterd dat het Peter Buwalda zou worden.”

Dat dachten de meeste aanwezigen in het Scheepvaartmuseum. Om kwart over tien daalde de teleurstelling hard neer in het gezelschap van de grote favoriet. Buwalda’s Bonita Avenue komt in het rijtje boeken dat de prijs bij verrassing niet won. „Alweer een maagd”, grapte Buwalda na afloop. Een halfjaar geleden zag hij de Librisprijs naar De maagd Marino van Yves Petry gaan.

Hier en daar werd in de wandelgangen de naam gefluisterd van outsider De Moor – die het eerst werd gefeliciteerd door haar moeder Margriet, winnares in 1992 – maar de bekroning van De Nederlandse maagd kwam als een grote surprise, zeker voor de schrijfster zelf. „Ik dacht: ik bouw het rustig op. Dit is pas mijn tweede boek. Van nature ben ik een controlefreak. Dus ben je even radeloos als zoiets onverwachts je overkomt. Zo’n prijs gaat met je aan de haal. Ik zal die druk weer van mijn schouders moeten zien te krijgen. Ik moet schrijven, daar ben ik beter in dan in met mijn kop op tv komen.”

De Moor was dan ook licht ontstemd toen de presentator van Nieuwsuur gisteren in de uitzending de naam noemde van het Limburgse dorpje waar ze woont. „Daar staan maar een paar huizen. Nu heeft iedereen mijn adres!”

Vorige maand ging de bekendmaking van de AKO-nominaties langs De Moor heen omdat haar telefoon de bewuste avond niet opgeladen was. „Voor mij was de nominatie al heel belangrijk. Het is moeilijk om aandacht te krijgen voor een boek als je, zoals ik, de neiging hebt om weg te rennen voor de spotlights.”

De winnares van 50.000 euro bedankte de jury dat die haar boek ‘het recht van aanval’ had gegeven, een term uit de schermsport. Die speelt een centrale rol in De Nederlandse maagd, waarin een jonge Nederlandse vrouw in 1936 in de leer gaat bij een schermmeester in nazi-Duitsland. „Schermen is een enorm fascinerende sport, ik heb het zelf een aantal jaren gedaan”, zei De Moor vanmorgen. „Aan de ene kant is het schaken op topsnelheid, aan de andere kant heeft het iets heel primairs. Het gaat terug op het duel, heeft te maken met vergelding. De toeschouwer heeft een belangrijke rol, is in zekere zin medeplichtig. Schermen is een hartstochtelijke sport, maar op het moment dat die hartstocht met je aan de haal gaat, verlies je.”

De Moor (1972), columniste voor Vrij Nederland, is slaviste en werkte lang als journalist in Rusland. Haar eerste roman ging over Russische migranten in Amsterdam. „De overtreder was een boek waarin veel cynisme voorkomt, ik wilde nu juist een zinnelijk, hartstochtelijk boek schrijven. Daarom is het ook goed dat ik niet in Amsterdam woon, maar ver weg in Limburg.”

In De Nederlandse maagd wordt die hartstocht onder meer verbonden met veel thema’s, zoals het Nederlandse verlangen naar neutraliteit in de jaren dertig en het dubbelgangersmotief. Critici vergeleken De Moors werk met dat van Tolstoj, Hermans, Vestdijk, Daphne du Maurier en Charlotte Brontë. Allemaal dode schrijvers. De Moor: „Dat zijn vergelijkingen waar je alleen maar blij mee kunt zijn. Ik wil graag tijdloos schrijven. Herkenning is in de literatuur een overschatte kwaliteit. Ik houd meer van vervreemdende boeken.”