Vertrouwen van de Griek naar nulpunt

De bezuinigingen die EU en IMF opleggen, brengen een Griekse crisis dichterbij.

„Het probleem is gebrek aan gerechtigheid, niet aan geld.”

Vrijdag had een feestdag moeten zijn in Griekenland, met een militaire parade en marcherende klassen schoolkinderen. Op de jaarlijkse ‘nee-dag’ wordt gevierd hoe de Griekse leider Ioannis Metaxas in 1940 ‘nee’ zei op een ultimatum om Italiaanse troepen het land binnen te laten. Maar in Thessaloniki werd president Karolos Papoulias (82), oud-verzetsstrijder, weggehoond.

Zowel linkse activisten als gezinnen met kinderen maakten Papoulias uit voor verrader. In hun ogen levert hij het land uit aan een door Duitsland gedomineerd Europa. De militaire parade moest worden afgeblazen, voor het eerst in 71 jaar. In plaats van nationale trots symboliseerde deze ‘nee-dag’ woede en frustratie. De financiële draaikolk waarin Griekenland zit, heeft het land ook in een diepe politieke crisis gestort.

De bevolking wijst de bezuinigingspolitiek massaal af, maar dat heeft geen effect op de koers van de regering. De steun voor de twee grote partijen, die de afgelopen decennia om beurten regeerden, is nog maar een fractie van wat die ooit was.

Veertig procent van de bevolking overweegt niet te gaan stemmen als er nu vervroegde verkiezingen komen, iets wat voortdurend dreigt. Dat is een aardverschuiving voor een land dat sinds het in 1974 democratisch werd, een van de hoogste opkomstpercentages van Europa heeft, meestal meer dan tachtig procent.

„Jarenlang zei ik tegen mijn vrienden: ‘Er heeft hier bloed gevloeid voor het recht om te stemmen. Je moet gaan’ ”, vertelt veelgelezen blogger Pitsirikos (‘Hummel’), een alias. „Maar ik ben niet blind.”

Hij gaat zelf ook niet meer naar de stembus. Dat heeft geen zin, zegt hij, zolang geen schuldigen worden aangewezen voor de corruptie, verspilling en het cliëntelisme, zolang politici onschendbaar zijn. „Het probleem is gebrek aan gerechtigheid, niet gebrek aan geld.”

Grieken gedragen zich als politieke dieren, altijd klaar voor een fel debat waarin ruim met grote woorden wordt gestrooid. De wijk Exarchia staat symbool voor die bevlogenheid. De muren hangen vol posters met hamers en sikkels, oproepen tot actie en anarchistische graffiti. Nu wereldwijd het functioneren van de financiële markten ter discussie staat, zou hier een sfeer van voldoening en revolutionaire energie moeten hangen.

Maar ook in Exarchia heerst onzekerheid en twijfel. De linkse beweging is verdeeld. Tijdens de laatste demonstratie vochten anarchisten met communisten. Er hadden doden kunnen vallen, vertellen ooggetuigen.

Danai Papoutsi (29) is actrice en een typische actiebereide Exarchia-inwoner. Als we elkaar spreken zijn haar handen besmeurd met opgedroogde zwarte verf. Ze is de avond daarvoor de wijk in geweest om muren te bespuiten. Tijdens de rellen in juni voor het parlement kreeg ze zoveel traangas in haar longen dat ze naar het ziekenhuis moest. Toch wil ze nog steeds demonstreren. Tegen het beleid. Maar ze weet niet meer zo goed waarvóór. „Ik geloof in de theorie, maar ik weet dat je die niet in de praktijk kunt brengen. De oude retoriek is nu voltooid verleden tijd.”

Anders dan in Portugal en Spanje blijft de grootste oppositiepartij in Griekenland het IMF- en EU-programma van bezuinigingen en hervormingen hardnekkig afwijzen. De conservatieve partij Nieuwe Democratie (ND) werkt niet mee.

Dat geeft ND in de peilingen een voorsprong op regeringspartij Pasok. Toch zeggen veel Grieken te beseffen dat ND na verkiezingen ook weinig anders rest dan het IMF-programma uit te voeren. Zij verwachten dat de verkiezingen dit keer slechts een opmaat zullen zijn naar een nieuwe teleurstelling.

Politiek is overal in Griekenland. Dat is niet per se het gevolg van passie en ideologie, maar van de manier waarop politieke partijen in het DNA van de samenleving zijn gekropen. Ze zijn – vooral in de jaren tachtig en negentig – verworden tot clans, waarin de machtigen gunsten en banen uitdelen aan (geest)verwanten.

In ruil daarvoor zorgen die ervoor dat de partij aan de macht blijft en gaan ze op gezette tijden de straat op. Dit systeem, dat corruptie en nepotisme aanmoedigt en als een van de oorzaken voor het gebrek aan financiële discipline wordt gezien, ligt nu aan alle kanten onder vuur.

Politici hebben ook weinig meer uit te delen. Ze kunnen hooguit hun achterban uit de wind houden bij de bezuinigingen. Dat is de voornaamste reden waarom het de socialistische partij Pasok zoveel moeite kost in het ambtenarenapparaat te snijden. Dat hebben ze zelf opgebouwd, dat zijn hún mensen. Maar na enig dralen ontslaat Pasok nu toch 30.000 ambtenaren. Ze heeft geen keus.

Het IMF-programma verandert ook de regels van het politieke spel, zegt Kyriakos Pierrakakis, een jonge politiek analist. „Griekenland ontgroeit de politieke puberteit.” Hij hoort bij de nieuwe generatie Pasok-leden, die het niet moet hebben van banden met de vakbonden. Het oude model erodeert, maar geloofwaardige alternatieven zijn nog niet op tafel gekomen.

„Links heeft vooralsnog geen gezamenlijk programma”, constateert Nikos Giannopoulos, een oude rot in radicaal-links en de antiglobaliseringsbeweging in Griekenland. Hij omschrijft Griekenland als een laboratorium van het kapitalisme, waarin ten koste van de middenklasse wordt geëxperimenteerd. Als het bezuinigingsprogramma hier wordt doorgevoerd zonder een revolutie te ontketenen, kan het recept ook elders slagen. In verhouding tot de ‘aanval’ op de bevolking is de reactie beperkt, vindt hij. „Dat komt doordat mensen geen vertrouwen meer hebben in vakbonden en politieke partijen.” En hoe goed de communistische partij het nu ook even doet in de peilingen, iedere Griek weet dat het land het kapitalisme niet afwijst, stelt Giannopoulos vast. Grieken zijn volgens de ervaren actievoerder ‘in transitie’. Hij is er trots op dat zijn land nog altijd de lijsten met meeste stakingsdagen per jaar aanvoert. Het toont de actiebereidheid. „Maar dat is niet genoeg.”