Palestina is lid van Unesco en voor VS dreigt verlies invloed

Nederland weigert te zeggen of het ook de bijdrage aan Unesco wil staken, net als de VS en Israël, nu Palestina is toegelaten als Unesco-lid.

Lidmaatschap van Unesco is een belangrijk diplomatiek succes voor de Palestijnen, maar kan de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur in grote financiële problemen brengen.

Op de algemene conferentie in Parijs stemden 107 Unesco-lidstaten gisteren vóór toelating van Palestina. Veertien landen stemden tegen, met 52 onthoudingen.

Een paar uur later liet een woordvoerder van het Amerikaanse State Department weten dat de VS hun bijdrage aan Unesco, goed voor 22 procent van het totale budget, stopzetten. Ook de overboeking van 60 miljoen dollar die voor deze maand was gepland, is geschrapt. De VS betalen ongeveer 80 miljoen dollar per jaar aan Unesco.

De toelating van Palestina is „werkelijk een historisch moment”, zei de Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken Riad Malki opgetogen. Hij hoopt dat de stemming een impuls geeft aan de internationale erkenning van de Palestijnse staat.

Washington maakt zich grote zorgen over het vervolgscenario. De Palestijnen hebben aangekondigd van zestien andere internationale organisaties lidmaatschap aan te vragen. Amerikaanse woordvoerders herhaalden gisteren dat een onafhankelijk Palestina alleen het resultaat kan zijn van directe onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen.

Washington kan wel, in de Veiligheidsraad, een veto uitspreken over toelating van Palestina tot de VN als geheel, maar niet bij gespecialiseerde internationale organisaties.

Twee Amerikaanse wetten, uit 1990 en 1994, verplichten de regering de financiële bijdrage te staken aan VN-organisaties die groepen toelaten die niet internationaal erkend zijn als staat. Dit automatisme zou tot een verlies aan invloed kunnen leiden, bijvoorbeeld als de Palestijnen lid zouden worden van het International Atoombureau, dat onder andere toezicht houdt op het nucleaire programma van Iran, of van de Wereldorganisatie voor Intellectueel Eigendom. Binnen Unesco geldt de regel dat een land zijn stemrecht verliest als het twee jaar achterloopt bij het betalen van zijn contributie.

„De Amerikaanse betrokkenheid bij Unesco staat ten dienste van een breed scala van nationale belangen op het gebied van onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie”, zei Victoria Nuland, woordvoerder van het State Department.

„De VS zullen hun lidmaatschap van en betrokkenheid bij Unesco handhaven en we zullen overleg plegen met het Congres om ervoor te zorgen dat de Amerikaanse belangen en invloed gewaarborgd blijven.”

Een progressieve joodse groep in de VS, J Street, heeft het Congres opgeroepen de wetten uit de jaren negentig te wijzigen, om een verlies aan internationale invloed te voorkomen.

Ondertussen zegt Irina Bokova, directeur van Unesco, zich grote zorgen te maken over haar budget. Ook Israël heeft aangekondigd zijn bijdrage, goed voor drie procent van het budget, te stoppen. Canada wil zijn rol in Unesco heroverwegen.

Ook Nederland stemde tegen, met onder andere Duitsland, Zweden, Tsjechië, Roemenië en Litouwen. Een woordvoerder van minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken zei dat hij niet wil ingaan op vragen of Nederland ook zijn bijdrage aan Unesco staakt. Nederland betaalt nu 4,6 miljoen euro aan vaste contributie en nog eens ruim 15 miljoen euro voor specifieke Unesco-projecten, waaronder IHE, het kenniscentrum voor Water in Delft.

De EU-landen bleken verdeeld. Bij de voorstemmers waren Spanje, Frankrijk, Ierland en Oostenrijk.