Ouderen tevreden over verpleeg- en verzorgingshuis

Ouderen zijn tevreden over de verzorging in bejaardenhuizen. Dat blijk uit het vandaag verschenen rapport Zorg in de laatste jaren van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Dit wetenschappelijk instituut onderzoekt de zorg in de tehuizen elke vier jaar in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid.

Ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen zijn positiever gestemd over de manier waarop het personeel met hen omgaat dan voorheen. Werknemers nemen de ouderen vaker serieus. De bewoners voelen zich vrijer om zelf te bepalen wanneer ze opstaan en klagen minder dat personeel hun kamer binnen komt zonder te kloppen.

Niet erg tevreden zijn de ouderen over de tijd die het personeel voor hen heeft. Bijna de helft vindt dat verzorgers te weinig tijd hebben om levensvragen te bespreken. Een iets kleiner aantal ouderen heeft ook kritiek op de haastige verzorging. Maar in het algemeen zijn de ouderen positief. Ze zijn tevreden over hun bejegening, activiteiten in de tehuizen, privacy, zeggenschap en de hoeveelheid zorg die ze krijgen.

Mirjam de Klerk, auteur van het rapport, vergeleek de gezondheid van ouderen in instellingen en hun beroep op zorg in 2000, 2004 en 2008. Zij baseerde zich op antwoorden van ouderen of hun vertegenwoordigers op vragen hierover.

In totaal wonen er 165.000 ouderen in een instelling, circa 6 procent van alle 65-plussers. Van deze ouderen wonen er 100.000 in een verzorgingshuis, 65.000 in een verpleeghuis.

Ondanks de vergrijzing neemt het aantal mensen dat naar een instelling verhuist al jaren af. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen. De mensen die deze zelfstandigheid niet meer aankunnen en uiteindelijk toch naar een instelling moeten, zijn hulpbehoevender dan vroeger.

Tussen 2000 en 2008 steeg het aantal bewoners met ernstige lichamelijke beperkingen en chronische ziekten. Daardoor is de hulpbehoefte in de ouderenhuizen toegenomen. Het aantal ouderen met een eenpersoonskamer in het bejaardenhuis is tussen 2004 en 2008 gestegen van 21 naar 55 procent. Het ministerie wil op termijn af van kamers met drie of meer bewoners.