Opstelten heeft haast met de politie

De Tweede Kamer bespreekt vandaag en morgen de begroting van Veiligheid en Justitie. De minister wil snel een nationale politie. Hij heeft nog twee maanden.

Nederland, Den Haag, 31-10-11 Minister Opstelten op politie bureau Overbosch. © Foto Merlin Daleman

Onder de bevolking bestaat breed draagvlak voor strenger straffen bij geweld tegen agenten en ambulancepersoneel.

Het gebruik van elektronisch toezicht verdubbelt, voor delinquenten die onder bepaalde voorwaarden terugkeren in de samenleving.

De verhoging van griffierechten voor burgers pakt minder hoog uit dan eerder aangekondigd.

Dit zijn drie recente voorbeelden van persberichten van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Bij het aantreden van minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven, vorig jaar, ging bijna elke dag wel een persbericht de deur uit. Dat gebeurde de afgelopen dagen opnieuw, in aanloop naar de begrotingsbehandelingen vandaag in de Tweede Kamer.

Ivo Opstelten (VVD) wil vooral bekendstaan als minister die zaken aanpakt. Die dóét. Hij wil Nederland veiliger maken. Paal en perk stellen aan criminaliteit. „Ik ga dit gewoon doen”, elk debat zegt hij het wel een keer. Om er bijna even vaak aan toe te voegen „en u mag mij daarop afrekenen”. Dat zal de Tweede Kamer vandaag en morgen doen, vooral op de volgende punten.

1Een nationale politie Het stokpaardje van de minister: op 1 januari 2012 moet de nationale politie van start gaan. Eén politiekorps in plaats van 25 regiokorpsen moet korte lijnen en duidelijke verantwoordelijkheden opleveren, wat dan weer voor meer daadkracht op straat moet zorgen. Vanuit de politie zelf is kritiek op de uitvoering: zo is nog steeds de vraag welke rol burgemeesters gaan spelen, omdat straks de minister bepaalt hoe mensen en middelen worden ingezet.

In mei zijn de ‘kwartiermakers’ aan de slag gegaan, maar de oppositie denkt niet dat Opstelten 1 januari haalt. Zowel Tweede als Eerste Kamer moet de nieuwe Politiewet nog bespreken én goedkeuren, en dat in de komende twee maanden. Dat Opstelten zich zo heeft vastgepind op een datum, kan in zijn nadeel uitpakken. Zeker voor een minister die daadkracht en zich aan de afspraken houden zo belangrijk vindt.

Overigens is de politiesterkte het enige punt waarop Opstelten het dit jaar in de Kamer werkelijk moeilijk kreeg: het regeerakkoord beloofde drieduizend extra politieagenten, maar dat bleek slechts retoriek. Opstelten kon niet meer dan de politiesterkte op peil houden, met 49.500 agenten. Dat zijn er volgens hem nog altijd drieduizend meer dan zonder dit kabinet.

2Zwaarder straffen Burgers moeten bescherming krijgen tegen criminelen, „zeker als die van een eerdere veroordeling kennelijk niets hebben geleerd”, zegt Opstelten. Daarom is hij met een wetsvoorstel voor minimumstraffen gekomen. Rechters moeten criminelen die binnen tien jaar opnieuw een misdrijf plegen waarop acht jaar celstraf staat, de helft van het strafmaximum daarvoor opleggen. Dit is een belangrijk punt voor gedoogpartner PVV, maar de oppositie én de Raad voor de Rechtspraak zijn kritisch. Nederland kent nu alleen maximumstraffen. Rechters verplichten om bij recidive een minimumstraf op te leggen, zou een principiële wijziging van dat systeem betekenen. Het tast de vrijheid van rechters aan om per individu te oordelen.

In het verlengde hiervan kan de minister kritiek verwachten op zijn plan om rechters geen taakstraffen meer op te laten leggen bij zedendelicten en ernstige geweldsmisdrijven. Ook wil hij de verjaringstermijn voor die delicten oprekken. En jongeren kunnen straks sneller volgens het volwassenenstrafrecht worden berecht. Opstelten zet met al die maatregelen in op vergelding, terwijl uit onderzoeken blijkt dat niet strenger straffen, maar vooral de behandeling van psychische problemen recidive helpt voorkomen.

3Toegang tot de rechter Afgelopen weekend maakte de minister bekend dat hij de verhoging van de griffierechten iets naar beneden heeft bijgesteld. In plaats van de voorgestelde 500 euro kost het een burger straks 250 euro om bijvoorbeeld bezwaar te maken tegen de hoogte van sociale uitkeringen, studiefinanciering en huurtoeslag. Nu bedragen de griffiekosten voor dat soort zaken 41 euro. Voor andere bestuurszaken verlaagt hij het bedrag van 500 naar 400 euro.

Hiermee kan de minister weliswaar laten zien dat hij niet doof is geweest voor kritiek op de verhoging, maar dat betekent niet dat de oppositie nu ook tevreden is. Onder andere D66 en PvdA zullen betogen dat de vrije toegang tot de rechter, een grondrecht van burgers, nog steeds in het geding is.

    • Annemarie Kas