Oliebollen aan het graf

In Nederland herdenken we onze doden nauwelijks, vond kunstenares Ida van der Lee.

Daarom organiseert ze ‘Allerzielen Alom’, zonder religieuze context. Dat is geen rouwverwerking, maar „een feest voor de doden”.

Nederland, Amsterdam, 02-11-2006 Begraafplaats 'De Nieuwe Ooster'in de Watergraafsmeer Allerzielen Allicht Op de foto: 'Aarde' bezoekers kunnen bloembollen planten.
... de doden niet verzwijgen, maar vieren om wie ze waren en wat ze te vertellen hebben...

Allerzielen Allicht is een project van kunstenares Ida van der Lee in samenwerking met De Nieuwe Ooster en nabestaanden. Op 30 oktober en 2 november vormde het gedenkpark van begraafplaats en crematorium De Nieuwe Ooster in Amsterdam het decor voor een unieke viering met licht, vuur en klank. Het gedenkpark was twee avonden lang een sfeervolle ontmoetingsplek voor de levenden. Het stenen geheugen van de stad sprak. De overledenen waren voelbaar aanwezig. Hun energie, inspiratie en vitaliteit kwam tot leven. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS

Bij de ingang van de begraafplaats is een dik tapijt van bladeren neergelegd om de vergankelijkheid te symboliseren. Het kerkhof is veranderd in een zee van lichtjes, kaarsen en lampionnen. In de verte klinken de ijle tonen van een dwarsfluit. Bij het ene graf worden oliebollen uitgedeeld. Ergens anders wordt appelcider geschonken. Aan een door lampen verlichte waslijn hangen witte kleren waarop woorden staan geschreven: pa, minnaar, collega. Rondom een rokende vuurcirkel zingt een a-capellakoortje namen van overledenen, die via briefjes worden doorgegeven.

Het zijn impressies van Allerzielen Alom, een alternatieve versie van het traditionele katholieke feest waarbij op 2 november, morgen dus, de doden worden herdacht. In katholieke landen als Mexico, Italië en Polen wordt Allerzielen groots gevierd. De graven worden versierd, op het kerkhof wordt muziek gemaakt en er wordt gebeden voor het heil van de overledenen.

Kunstenares Ida van der Lee stak die traditie in een nieuw jasje en liet het op Nederlandse bodem wortel schieten. Ze ontdeed het van zijn religieuze context en voegde rituele kunstvormen toe, geënt op de thematiek van dood en herinnering. In 2005 organiseerde ze de eerste alternatieve Allerzielen op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam. Met 1.500 bezoekers liep het storm. Haar idee werd landelijk opgepikt en sinds enkele jaren worden er op verschillende begraafplaatsen in het land soortgelijke vieringen gehouden.

Volgens Van der Lee voedt Allerzielen een brede behoefte in de samenleving. „In Nederland herdenken we onze doden nauwelijks. Er is wel een uitvaart, maar daarna niets meer. Mensen blijven eenzaam achter met al hun verhalen. Er wordt niet openlijk over de doden gepraat. Maar de doden horen erbij. Ze wonen in de mensen. Hun herinneringen, wijsheid en gedachtegoed mogen niet verloren gaan. Daarom is Allerzielen ook een vorm van sociale duurzaamheid.”

Tijdens Allerzielen Alom wordt er juist wel gepraat over de doden. ‘De doden niet verzwijgen, maar vieren wie ze waren en wat ze te vertellen hebben’, dat is het motto van de organisatoren. Kunstenaars zetten installaties neer op het kerkhof en particulieren versieren het graf van overleden dierbaren of brengen tastbare herinneringen mee. Vandaar de oliebollen of de appelcider aan het graf, waar de overledene tijdens zijn of haar leven zo dol op was.

Vier jaar geleden verloor Lies Verver (61) haar 35-jarige dochter Iris aan darmkanker. Ze wilde het „van de daken schreeuwen” dat haar dochter overleden was. Tijdens een Allerzielenviering op de plaatselijke begraafplaats een half jaar later bekleedde ze een partytent met alle kaarten die haar dochter tijdens haar ziektebed en na haar overlijden had gekregen. Ze sprak mensen aan die haar installatie bezochten en vertelde haar verhaal.

Het werkte bevrijdend. „Soms schrokken mensen als ik tegen ze begon te praten, maar er ontstond wel een gesprek. Vroeger is mijn broer heel plotseling verdronken, daar werd nooit meer over gesproken. Ik praat nog dagelijks over mijn dochter. Dat zit in me. Ik wil erover blijven praten. Op die manier is ze toch een beetje bij me.” Na haar eerste ervaring is ze zelf tijdens Allerzielen kleinschalige herdenkingsbijeenkomsten gaan organiseren. Zo hoopt ze dat mensen met elkaar van gedachten wisselen over hun overledenen. „Mensen zijn er blij mee. Dat troost mij dan weer.”

Filosoof Jan Bor juicht het idee van Allerzielen toe. „Het aardige is dat je de dood een plek geeft in het leven. We willen dat doorgaans niet zien. Dat zegt iets over onze cultuur: alles moet jong zijn en een tandpastaglimlach hebben.” Dan biedt Allerzielen een gezond tegenwicht, vindt hij. „Je komt de vergankelijkheid onder ogen. Daardoor zie je de schoonheid van het bestaan scherper. Een tulp is juist zo mooi omdat hij binnen een aantal dagen verwelkt. Het mysterie en de pracht van het bestaan huizen in vergankelijkheid.”

Toch blijft de dood een gevoelig onderwerp. Het kostte initiatiefneemster Van der Lee dan ook de nodige moeite om het initiatief van de grond te krijgen. „De eerste jaren werden alle subsidies afgewezen. Er was veel huiver en angst. Men vond dat je niet zomaar een nieuwe traditie kon maken of dat de dood te particulier is.” Ondertussen is Allerzielen landelijk een bekend fenomeen geworden, met zeventig vieringen en 50.000 bezoekers in zeven jaar tijd. Die populariteit heeft het taboe rond de dood volgens Van der Lee enigszins kunnen doorbreken.

Kunst is daarbij het leidmotief. Volgens Van der Lee staan kunst en dood met elkaar in verbinding. „De dood is een mysterie dat je zelf moet invullen. De kerk heeft dat gedaan door de hemel en de hel te verzinnen, maar dat zijn ook maar concepten. Je kunt daar ook zelf een wereld bij bedenken die troost of houvast geeft. Goede kunst heeft verbeeldingskracht. Het zet een luikje open naar boven, naar een verbeeldingswereld.”

Van der Lee is gespecialiseerd in rituele kunstvormen, waarin de bezoekers zelf kunnen participeren. Het terrein van de begraafplaats staat dan ook vol met installaties, ontworpen door kunstenaars die door haar worden begeleid. Zo heeft een kunstenaar een alternatief hiernamaals gemaakt, een huis voor de doden waar in elke ruimte een poëtische tekst staat. Bezoekers zetten een kaars neer bij de tekst die het meest met hun overledenen overeenstemt. Maar een ritueel mag ook confronteren. Zoals de installatie waar mensen worden uitgenodigd om moeilijke of pijnlijke herinneringen aan hun overledenen op te schrijven. Over de doden dus niet louter goeds. Via de rituelen hoopt Van der Lee gesprekken op gang te brengen. „Het gaat erom aanleidingen te creëren waardoor mensen zich openen en op een natuurlijke manier gaan vertellen over de overledenen, voorbij de standaardverhalen. Mensen hebben vaak tien clichéverhalen over hun overledenen, die ondertussen zijn gestold en versleten. Er wordt heel veel nadruk gelegd op gemis, verdriet en rouw. Maar als het gaat over iets wat er niet is, zoals bij verlies, kun je er veel moeilijker mee omgaan. Ik redeneer vanuit wat er wel is: de herinneringen, de inspiratie en het gedachtegoed van de doden. De doden hebben de hoofdrol.”

Aan de achterblijvers de taak om die hoofdrol gestalte te geven. Verdriet en rouw staan daarbij niet centraal. Die boodschap wordt niet altijd begrepen. Want hoewel er wel ruimte is voor troost en rouwverwerking ziet Van der Lee die toch als bijproduct van de herdenking.

„Daar kom je bij al die uitvaartverzorgers haast niet doorheen. Hoe positief en nieuwerwets ze ook bezig zijn, als ze mijn initiatief zien denken ze meteen dat het om een nieuwe vorm van rouwverwerking gaat. Dan zeg ik: nee, dit is een feest voor de doden!”