Naar een bewaakt vijfsterrenhotel verbannen

In een hotel in Gaza zitten Palestijnse gevangenen die in ruil voor de Israëlische militair Shalit vrij kwamen.

Spijt van hun daden hebben ze niet. „Ik deed wat juist is.”

A view of the swimming pool is seen at Al Mashtal Hotel in the northern Gaza Strip August 15, 2011. Amidst the poverty and deprivation of the Gaza Strip, a few small signs of prosperity have started to emerge, giving violence-weary locals a taste of comfort that is taken for granted in much the rest of the world. Picture taken August 15, 2011. To match Feature PALESTINIANS-GAZA/LUXURY REUTERS/Mohammed Salem (GAZA - Tags: BUSINESS SOCIETY) REUTERS

Rond het zwembad lopen allerhande Palestijnen. Uit de boxen schallen nationalistische liederen. Watersproeiers spoelen het stof van de bosjes. Overal zijn bewakers.

Het vijfsterrenhotel van Gaza-stad, waar onder normale omstandigheden nooit iemand slaapt, zit opeens bomvol. Niet met toeristen – die laat Israël de Gazastrook niet binnen. De gasten zijn voormalige Palestijnse gevangenen, die Israël twee weken geleden vrijliet in ruil voor de Israëlische militair Gilad Shalit, en hun families.

De Palestijnse fundamentalistische beweging Hamas, die de Gazastrook regeert, sloot deze maand een akkoord met Israël over de vrijlating van 1.027 Palestijnse gedetineerden. Afgesproken is dat zo’n 150 gevangenen, afkomstig van de bezette Westelijke Jordaanoever, naar de Gazastrook worden verbannen.

Zij praten op het terras van het hotel met familie, die via Jordanië en Egypte hierheen is gereisd. Anderen hangen verveeld in de lobby, telefoneren, of kijken met natte ogen uit over zee. Ze buiken uit na een copieus ontbijt met kiwi’s, pruimen en dadels, croissants en bitterkoekjes.

De zware beveiliging is er onder andere voor Mustafa Maslamani. Hij is veroordeeld tot drie keer 99 jaar cel voor de moord op twee Israëliërs in 2001 in de Westelijke Jordaanoever. Maslamani heeft elf jaar van zijn straf uitgezeten. In het luxe hotel slaapt hij op de grond, omdat hij niet kan wennen aan een zacht matras.

Maslamani (47) heeft een dun snorretje, spleten tussen al zijn tanden en een pistool aan zijn riem. Hij vreest voor zijn leven omdat de kinderen van Talia en Binyamin Kahane, de ultra-orthodoxe rabbijn en kolonistenleider die hij doodde, een prijs op zijn hoofd hebben gezet.

„Als we hadden geweten dat er kinderen in die auto zaten, hadden we nooit geschoten”, zegt Maslamani nu. Vijf meisjes van het gezin Kahane raakten bij de aanval gewond. Maslamani: „Het was toeval. We schoten vanaf een dak op willekeurige kolonisten. Indertijd werden er veel Palestijnen gedood.”

Spijt heeft Maslamani echter niet. „Ik deed wat juist is. De bezetting is illegaal, de kolonisten confisqueren ons land en moeten niet klagen als wij ons daartegen verzetten. Dit was een normale verzetsdaad. Israël schept een bloeddorstig beeld van ons. Maar ik ben geen liefhebber van geweld.”

Hij geniet ervan om over het strand van Gaza-stad te lopen. Om weer vrouwen te zien – al laten die hier weinig van zichzelf zien, zo bedekken ze zich, klaagt Maslamani. Ook de veiligheidsmaatregelen en zijn verbanning drukken de pret, zegt hij. „Ik zit in een kooi die Gaza heet.”

Het meest pijnlijk, zegt Maslamani, is dat hij zijn familie niet kan zien. Ze wonen in Tubas in de Westelijke Jordaanoever. Israël laat hen niet de grens met Jordanië overgaan.

De zes kinderen van Maslamani zien hem wel elke dag op de Palestijnse televisie. Hamas wil zich presenteren als winnaar van de deal met Israël. Dus is voor zwaar veroordeelde gevangenen als Maslamani het propagandakanaal Al-Aqsa opengesteld.

In de toekomst zal Maslamani zijn strijd tegen de Israëlische bezetting voortzetten, zegt hij. „We gaan door tot de laatste Israëlische militair van ons land is verdwenen.” Hij spreekt niet per se over geweld: „Ook een televisie-optreden is een verzetsdaad.”

Even verderop rijdt een auto over de zandwegen van het vluchtelingenkamp Jabaliya om Mohammed Zakut (48) op te halen. Met een mes doodde Zakut in 1989 twee Israëlische burgers in Tel Aviv. Hij verwondde twee andere voorbijgangers ernstig. Zakut werd tot levenslang veroordeeld. Hij zat 23 jaar gevangen.

Zakut draagt een glimmend zwart pak voor zijn zoveelste verschijning op het Al-Aqsa-kanaal. Mannen van Hamas halen en brengen hem. Zakut – overtuigd lid van Hamas’ grote rivaal Al-Fatah – laat zich alle aandacht vergenoegd aanleunen.

„Ik was 23 jaar dood”, aldus Zakut. In de Israëlische gevangenis is hij slecht behandeld, zegt hij. De laatste zeven jaar mocht hij geen bezoek ontvangen. Hij zou opgesloten zijn geweest „in graven onder de grond”. Het is hem niet aan te zien. Hij is blozend en rond. Hij heeft nooit spijt van gehad van zijn daad, zegt hij. Toch zwoer hij geweld af. „Voortaan leef ik voor mijn familie.”

Zakuts zoon Jihad (23) rookt voor het huis een waterpijp. Hij werd geboren nadat zijn vader was opgepakt. „Ik heb geleerd een man te zijn, net als hij.” Gaat Jihad zijn vader achterna en neemt hij ook de wapens op? Hij bloost en stamelt: „Dat is een genante vraag, ander onderwerp alsjeblieft.” Zus Nihad geeft antwoord: „Eén familielid in de gevangenis was wel genoeg”.