Laat je weefgetouw staan, schuif gezellig aan voor Simsimstraat

Nu de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Pakistan tot een dieptepunt zijn gedaald, zetten de Amerikanen een nieuw wapen in om de Pakistanen voor westerse waarden te winnen: Sesamstraat. Vanaf eind deze maand kunnen Pakistaanse kinderen genieten van het kinderprogramma, in een nieuwe versie in de Pakistaanse taal Urdu: Simsim Humara.

Voor vertrouwde figuren als Koekiemonster en Graaf Tel is er geen plaats in de nieuwe versie, die ook niet in de straten van New York zal spelen, maar in een Pakistaans dorp met onder meer een theestalletje en huizen met overhangende balkons.

Het programma wordt gepresenteerd door een levendig meisje van zes jaar, Rani, dat aanvoerder is van het cricketteam op haar school maar ook een traditioneel harmonium bespeelt. Ze wordt bijgestaan door de vijfjarige jongen Munna, een cijferfanaat die niets liever doet dan spelen op zijn tabla, een traditionele trommel. Verder in de straat: Baily, een hardwerkende ezel, en Hasien O Jamiel, een ijdele krokodil die steeds problemen maakt.

Met de keuze voor Rani willen de Amerikanen onderstrepen hoe belangrijk het is meisjes naar school te sturen, wat voor veel Pakistaanse ouders allerminst vanzelfsprekend is. Zeker een derde deel van de kinderen gaat niet naar school.

De Amerikanen maken zich ernstige zorgen over de radicalisering van Pakistan, waar militante moslims de laatste jaren steeds meer invloed hebben gekregen. De anti-Amerikaanse sentimenten zijn sterk toegenomen. De liquidatie van Osama bin Laden dit voorjaar in Pakistan door Amerikaanse commando’s, volgens de Pakistanen zonder hun medeweten, heeft de betrekkingen verder onder druk gezet.

De Pakistaanse Sesamstraat moet helpen het tij te keren. Het project wordt betaald door USAid, het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp, dat hiervoor twintig miljoen dollar heeft uitgetrokken.

Openlijke propaganda zal in het programma niet voorkomen. „Een van de voornaamste doelstellingen van het programma in Pakistan is de verdraagzaamheid jegens vrouwen en etnische minderheden te vergroten”, zei Larry Doland, een van de Amerikanen die bij het project betrokken zijn, tegen persbureau AP.

Het is niet voor het eerst dat Sesamstraat aan kinderen in een islamitisch land wordt voorgeschoteld. Eerder gebeurde dat in onder meer Indonesië, Egypte en Bangladesh. In Israël bestond korte tijd zelfs een gemengd Joods-Arabisch programma: Rechov Sumsum/Shara’a Simsim. De Palestijnse poppen leefden in Simsimstraat, de Joodse in Soemsoemstraat, maar ze kwamen wel bij elkaar op bezoek.