Laat accountantsregels gelden voor alle banken van Europa

Franse banken waarderen hun Griekse staatsobligaties milder dan Nederlandse banken. Deze situatie leidt tot scheve verhoudingen, constateert Jan Bouwens.

Het gebrek aan besluitvorming over de Europese overheidsschulden heeft enorme verwarring gezaaid binnen de Europese accountancy (NRC Handelsblad, 22 oktober). Hoewel onze internationale verslaggevingregels (IFRS) voorschrijven dat financiële activa op de balans moeten verschijnen op basis van hun marktwaarde zolang er actief in deze activa wordt gehandeld, kiezen de Franse banken ervoor om de marktwaardes van hun Griekse obligaties te negeren. In plaats daarvan waarderen deze banken hun Griekse obligaties via een schattingsmodel.

Omdat onze Europese verslaggevingregels geen voorschriften voor concrete situaties bieden (principles-based), ontstaat ruimte voor interpretatie bij de beantwoording van de vraag of er voldoende wordt gehandeld in Griekse staatsobligaties. Hierdoor is het mogelijk dat Franse banken kiezen voor modelwaardering, terwijl Nederlandse banken kiezen voor de marktwaarde van staatsobligaties voor hun balanswaardering.

Het model schatte voor het tweede kwartaal van 2011 de maximale opbrengst van Griekse staatsobligaties op 79 procent en het minimum op 50 procent. Franse banken kozen voor het eerste getal, om langs deze weg hun bezittingen op te poetsen, terwijl de werkelijke waarde eerder in de buurt komt van de 50 procent. Ze hoopten nog altijd dat hun beleggingen zouden worden veiliggesteld met een Europese bail-out. De Franse president Sarkozy liep zich het vuur uit de sloffen om zo’n bail-out te organiseren, opdat de kosten voor de Franse staatskas zouden worden beperkt en het gezicht van de Franse banken onberoerd kon blijven.

Om te voorkomen dat deze situatie zich voor de waardering van welke bezittingen of schulden herhaalt, zijn drie maatregelen nodig.

1De accountant dient dezelfde handtekening onder de kwartaalrapportage te plaatsen als onder de jaarrekening. Dit hoeft nu niet. De bank kan zich ongewenste vrijheden permitteren bij de verantwoording van bezittingen en vermogen bij het afgeven van kwartaalrapportages. De accountant heeft het nakijken.

2Het principles-based-systeem is onhoudbaar. Ruimte voor interpretatie wordt gebruikt om berichten over de harde waarheid uit te stellen.

3Accountants moeten de door hen gesignaleerde risico’s in rapportering en toekomstperspectief rapporteren aan respectievelijk de Autoriteit Financiële Markten en aan De Nederlandsche Bank. Nu kunnen accountants pas waarschuwen als de bank (bijna) failliet is. Denk aan Fortis, Dexia. Als we weer besluiten uitstellen, zullen vele banken volgen.

Jan Bouwens is hoogleraar accountancy aan Tilburg University.

    • Jan Bouwens