Japan gaat op de solotour met zijn valutabeleid

De kracht van de yen is een goede graadmeter voor de mondiale financiële wanorde. De koers van de Japanse munt zou eigenlijk langzaam moeten stijgen, of helemaal niet. De opwaartse druk als gevolg van de lage inflatie zou moeten worden gecompenseerd door de zorgen over de trage groei (het Japanse bruto binnenlands product is hetzelfde als zes jaar geleden) en het Japanse begrotingstekort van 10 procent van het bbp.

Maar de wisselkoers van de yen is sinds april op een voor de handel gewogen basis met 9 procent gestegen, waardoor de autoriteiten zich gisteren opnieuw geroepen voelden op de valutamarkten te interveniëren.

Het probleem voor Tokio is dat de yen aantrekkelijk lijkt, gezien het dollarvijandige monetaire beleid van de Federal Reserve (het Amerikaanse stelsel van centrale banken) en de Amerikaanse bereidheid om van buitenlanders te lenen. Het Japanse begrotingstekort wordt vrijwel geheel binnenlands gefinancierd. Intussen maakt de euro een slechte indruk op handelaren, door de lange en onzekere weg uit een crisis die binnenkort twee jaar oud is.

Zal de Japanse interventie succes hebben? Het antwoord hangt ervan af wat daaronder wordt verstaan. Als het doel is de yen ervan te weerhouden duurzaam uit te stijgen boven een niveau van 75 yen per dollar, zou de jongste stap, die volgt op een soortgelijke maatregel in augustus, een tijdlang moeten volstaan. De dollarkoers klom gisteren van 75 naar 78 yen.

Maar de effecten zullen waarschijnlijk net zo snel teniet worden gedaan als in augustus, toen dat binnen een week gebeurde. Als de regering de opwaartse druk op de yen wil elimineren, zal zij op veel grotere schaal moeten ingrijpen.

Japan is niet bereid als eerste de consensus onder de rijke landen over de wisselkoersen los te laten – die in principe vrijelijk moeten kunnen zweven. Maar de unilaterale stap – nog geen week vóór een G20-top die een gecoördineerde poging zou hebben kunnen ondersteunen om de wisselkoersen te stabiliseren – toont aan dat deze consensus aan stevige erosie onderhevig is.

Japan heeft gelijk als het land niet verwacht dat de mondiale machten substantiële afspraken zullen maken, nu de Europeanen verdeeld zijn en de Verenigde Staten zich niet druk lijken te maken over hun internationale positie.

Je kunt Japan moeilijk verwijten dat het zijn economische eigenbelang laat prevaleren boven de mondiale solidariteit. Maar het besluit om solistisch op te treden kan alleen maar leiden tot een toename van de internationale financiële spanningen.

Edward Hadas

Vertaling Menno Grootveld

    • Edward Hadas