Jacob Kassay, kunstwonder

Jacob Kassay (27) staat symbool voor de gekte in de kunstwereld. Uit het niets werden vorig jaar voor zijn ‘zilverschilderijen’ kapitalen neergeteld. Nu draagt dezelfde kunstwereld de Amerikaan zijn succes na. Hype! Kleren van de keizer!

Weinig bezoekers van de Jacob Kassay-tentoonstelling in het Institute of Contemporary Arts in Londen zullen doorhebben dat ze de expositie van een hedendaags kunstwonder betreden. Dat wonder openbaarde zich op 9 november vorig jaar, op de grote najaarsveiling van hedendaagse kunst van veilinghuis Phillips the Pury. Topstuk was een doek van Andy Warhol, en er werd ook veel verwacht van werk van Takashi Murakami, Jean-Michel Basquiat en Jeff Koons. Niet veel mensen hadden daardoor oog voor een middelgroot, schijnbaar simpel zilverkleurig doek dat op de middagveiling werd aangeboden. Daar was ook weinig reden toe: de maker, de Amerikaanse kunstenaar Jacob Kassay, was pas 26, had nog nooit geëxposeerd in een museum en zijn werk was niet eerder op een veiling aangeboden. Phillips de Pury schatte de opbrengst van Untitled (2009) bescheiden in, tussen de zes- en achtduizend dollar. Maar nadat eerst lot 207 (een tekening van Raymond Pettibon) onverkocht bleef, gebeurde er bij Kassays lot 209 iets vreemd: de zenuwen sloegen toe. Op Untitled werd zo gretig geboden dat de richtprijs al snel werd overschreden, verdubbelde en doorschoot, tot er twee potentiële kopers overbleven die maar door- en doorgingen. Uiteindelijk hamerde de veilingmeester Kassays werk af op 86.500 dollar, ruim tien keer de geschatte waarde.

Voor Kassay goed tot zich had laten doordringen wat er was gebeurd, was er een week later nog een veiling van zijn werk – een liefdadigheidsveiling voor Kitchen, een non-profitorganisatie in New York. Hier bracht Kassays ‘zilverschilderij’ Untitled (2010) schijnbaar uit het niets 94.000 dollar op; volgens de geruchten boden zelfs verzamelaars uit India mee. Ineens was Jacob Kassay een sensatie. Iedereen wilde zo’n ‘zilverschilderij’, dat Kassay maakt door doeken eerst met zilververf te behandelen en daarna te ‘veredelen’ met een geheime techniek. Zijn New Yorkse galerie Eleven Rivington werd platgebeld en grote verzamelaars keken ongerust naar de gelukkigen die nog maar een jaar eerder op Kassays eerste solo-expositie zo’n zilverdoek hadden gekocht voor tweeduizend dollar. Zouden deze verzamelaars cashen? Stortte Kassays markt dan in?

Tegelijkertijd ging het gerucht dat Pace, een van de grootste en machtigste galeries ter wereld, zich over Kassay had ontfermd en zijn prijs in het geheim aan het opdrijven was – wat Pace ontkende. Langzaamaan begon Kassays reputatie te lijken op een ballon die veel te hard was opgeblazen – iedereen wachtte op de knal. Maar die bleef uit: in mei van dit jaar bracht een zilverschilderij van Kassay op een veiling al ruim 290.000 dollar op. De insiders raakten ronduit geïrriteerd. Waar hadden we het in vredesnaam over? Monochrome doeken van een 27-jarige! Spiegels van bijna drie ton – de nieuwe kleren van de keizer!

Binnen een jaar was Jacob Kassay het symbool geworden van de gekte en de ongrijpbaarheid van de kunstwereld. En erger nog: Kassay leek de wetten van de kunstwereld te tarten. Daar wordt die wereld heel onrustig van. Kassay moet vallen.

Die ongemakkelijke positie maakt het begrijpelijk dat het in het ICA in Londen opvallend stil is: in een half uur telde ik vier bezoekers. Kassay heeft op dit moment alles tegen: het grote publiek weet niet wie hij is, terwijl de kenners zich zo bewust zijn van de hype dat ze daar geen onderdeel van willen worden en de expositie mijden. Het ICA beseft dat: iedere vorm van sensatie rond de expositie wordt vermeden, de kleine catalogus is sober en het onderwerp ‘geld’ is taboe, ook in het korte catalogusinterview met Kassay, waaruit hij trouwens naar voren komt als een vriendelijke, bedachtzame, wat aarzelende jongen. Geen Koons of Hirst-type, eerder een kunstenaar die heel inhoudelijk bezig is met zijn werk – oh ja, dat waren we bijna vergeten: Kassay maakt ook nog werk. Waar we door alle buzz allang niet meer onbevooroordeeld naar kunnen kijken.

Het duurt dan ook even voordat je beseft dat Kassays eerste museale expositie helemaal zo slecht niet is. Er hangen vier van die vermaarde spiegelwerken. Op het eerste gezicht zijn het typisch exponenten van de minimale monochrome traditie: grijzige doeken, vaag glimmend, de verf ongelijkmatig aangebracht. Dat lijkt weinig bijzonders tot je ervoor gaat staan en naar voren of naar achteren loopt: je ziet dan dat je gestalte steeds preciezer wordt weerspiegeld naarmate je dichterbij komt. Daarin zit een mooie belofte: alsof Kassay een spiegel met matte verf heeft opgetuigd en je pas met je spiegelbeeld zou kunnen samenvallen als je (als Alice in Wonderland) door het oppervlak heen stapt om Kassays wereld te betreden. En daar komt nog iets bij: je beseft dat deze schilderijen het helemaal zonder eigen identiteit moeten stellen. Altijd weerspiegelen ze net genoeg buitenwereld of toeschouwer om op geen enkele plek, op geen enkel moment hetzelfde te zijn. Dat mag dan een tamelijk simpel idee zijn, voor schilderijen is het nieuw, alsof Kassay zowaar echt het nulpunt van de schilderkunst heeft bereikt.

Op de bovenverdieping van ICA zet Kassay dat idee voort. Ook hier laat hij de ruimtes bijna leeg. Op een muur staat een groot kruis, getekend in potlood, er hangen wat compleet witte doeken, soms met een halfronde zijde, op een muur staat een boogje van potlood. Ook hier: bijna niks, bijna totale leegte. Kassay vat de ruimte op als een soort driedimensionale puzzel: de lijnen en kaders van de verschillende werken raken elkaar, lopen in elkaar over, vullen elkaar aan, zodat je langzaam het gevoel krijgt dat de kunstenaar een heel web aan onzichtbare lijnen door de ruimte heeft getrokken die jij als toeschouwer voortdurend doorkruist en doorbreekt. Een web van leegte en suggestie. Maar: daar moet je je wel voor openstellen – en dat is precies wat maar weinig mensen, door Kassays reputatie, lijken te willen doen. Die willen die dollars bevestigd zien, het geld begrijpen. Leegte maakt de kloof alleen maar groter.

Lef valt Kassay dus niet te ontzeggen: op het eerste hoogtepunt van zijn carrière, het moment waarop hij met argusogen wordt gevolgd, maakt hij een tentoonstelling over leegte en afwezigheid. Hij lijkt heel goed te beseffen dat hij op dit moment als kunstenaar alleen maar kan overleven door de kern van zijn werk op te zoeken en dus af te dalen naar het punt waar hij de leegte zichtbaar maakt. Om de metafoor voort te zetten: Kassay draagt de kleren van de keizer niet zelf, maar wijst er heel subtiel op dat leegte en afwezigheid blijkbaar behoorlijk prikkelend kunnen zijn – kijk maar naar zijn werk, kijk naar de bedragen die ervoor worden neergelegd. Dat is zo gelaagd, zo slim dat je van de weeromstuit veel sympathie voor hem krijgt.

Of het Kassay lang zal helpen is de vraag: de nieuwe stormen kondigen zich aan. De kunsthandel kijkt reikhalzend uit naar de volgende veiling, op 7 november bij Phillips de Pury in New York, waar de richtprijs voor een zilverschilderij alweer 80.000 tot 120.000 dollar is. Misschien barst de ballon nu. Wie de tentoonstelling in het ICA ziet, beseft dat Kassay daar vermoedelijk niet mee zit – misschien kijkt hij er zelfs wel naar uit. Als de klap is gevallen kan hij verder. Die Kassay, die redt het wel.

Hans den Hartog Jager

Jakob Kassay. T/m 13 november in het ICA, The Mall, Londen. Info: www.ica.org.uk.

    • Hans den Hartog Jager