Italië weet nu ook dat het failliet kan

De Italiaanse staatsschuld dreigt onbetaalbaar te worden nu de rente op recordhoogte staat. Actie is nodig, zeggen bankiers. Maar premier Berlusconi geeft liever speculanten de schuld.

Met grote bezorgdheid wordt in Italië gereageerd op de oncontroleerbare stijging van de rente op Italiaanse schuldpapieren en de ongekend forse daling van de Italiaanse beurs. Vanochtend opende de Mibtel-index in Milaan met 4 procent verlies, nadat deze gisteren al 3,82 procent inleverde.

„De Ridder (Berlusconi) is verlamd, terwijl Rome brandt”, kopte oppositiekrant la Repubblica vanochtend. Maar ook gezaghebbende economen, bankiers en industriëlen waarschuwden de regering gisteren dat de aan Europa beloofde maatregelen onmiddellijk moeten worden ingevoerd, omdat de situatie anders uit de hand loopt.

De Italiaanse topeconoom van de OESO, Pier Carlo Padoan, luidde de noodklok het hardst: „Italië is niet te groot om failliet te gaan”, zei hij. De Italiaanse kwestie moet volgens hem met „grote urgentie” worden opgelost: „Het is een levensgevaarlijk spel te denken dat niemand ons failliet zal laten gaan, omdat we daar als Italianen te groot voor zijn.”

Als de noodzakelijke pijnlijke keuzes niet worden gemaakt „brengen we onze toekomst van ontwikkeling in vrijheid en democratie in gevaar”, stelde Giovanni Bazoli, president-commissaris van de bank Intesa Sao Paolo, maandag op een bijeenkomst van de Vereniging van bankiers.

Het vertrouwen van de markt in de capaciteit van premier Silvio Berlusconi om het land te saneren vloeit snel weg. Investeerders proberen van hun Italiaanse schuldpapieren af te komen, waardoor Italië steeds hogere rentes moet bieden om haar staatschuld van 1.900 miljard euro nog te financieren. De rente op 10-jarige leningen steeg vanochtend tot 6,21 procent – het hoogste niveau sinds de invoering van de euro en 4,36 procent meer dan Duitsland voor 10-jaars staatsobligaties betaalt.

Experts waarschuwen dat de situatie uit de hand kan lopen als de rente op 10-jaars staatsleningen boven de 6,5 procent komt.

Een dergelijke stijging, in combinatie met de Europese eis aan banken om hun liquiditeit te vergroten, kan volgens bankiers tot een credit crunch leiden in Italië. Bankier Bazoli waarschuwde hiervoor tijdens zijn toespraak gisteren. „We kunnen niet meer zwijgen. Er staat te veel op het spel.” Volgens hem komen Italiaanse banken in een onmogelijke positie als ze de actuele lage waarde van de vele staatsobligaties die ze in portefeuille hebben moeten weergeven op hun balansen, zoals Europa eist. De banken worden dan gedwongen extra kapitaal aan te trekken en lopen het risico dat ze dat geld niet vinden op de markt.

Bazoli: „Als deze Europese voorschriften niet worden herzien, riskeren we een kredietbeperking, zonder dat we de echte oorzaak van de crisis aanpakken: het gebrek aan vertrouwen in de duurzaamheid van de overheidsbegroting en de staatschuld.” Banken zullen gedwongen worden steeds minder geld tegen steeds hogere rentes uit te lenen, waardoor bedrijven steeds moeilijker aan krediet kunnen komen. En veel ondernemingen staat het water al aan de lippen door achterstallige betalingen van met name de overheid. Nieuwe cijfers tonen aan dat de afgelopen maand in Italië 86.000 banen verloren gingen. De jeugdwerkloosheid steeg in een maand van 28 naar 29,3 procent en de inflatie naar 3,4 procent tegen 1,7 procent vorig jaar. „Er zijn keuzes nodig die het vertrouwen weer terug brengen”, aldus Bazoli.

Van diverse kanten wordt aangedrongen op het vertrek van Berlusconi. Commentator Stefano Folli van werkgeverskrant Il Sole 24 Ore schreef vanochtend dat de kern van de crisis ligt bij het gebrek aan internationale betrouwbaarheid van de regering. Hij citeerde president Giorgio Napolitano, die gisteren hamerde op de noodzaak van beter functionerende instituties, daarmee indirect verwijzend naar de regering Berlusconi.

Ferrari-topman Luca di Montezemolo vroeg zondag in een open brief aan de krant la Repubblica om „een regering van algemeen belang” en dus het vertrek van Berlusconi. Hij noemde vijf actiepunten. Maar zijn voorstel werd zowel door de oppositie als door Berlusconi zelf koel ontvangen. De premier pareerde, verwijzend naar de heftige reacties op de beurs: „De koersschommelingen zijn niet het gevolg van mijn aanwezigheid of van wat de regering aan het doen is. De speculanten hebben hun vizier op Italië gericht en het antwoord moet mondiaal zijn. Wij kunnen niet veel meer doen dan we nu doen. En andere regering kan dat zeker ook niet. Ik zou wel eens willen zien hoe een regering, met technici die over alles verdeeld zijn, de maatregelen kan doorvoeren die wij beloofd hebben te nemen.”

    • Bas Mesters