Het dubbelleven van een gevierd onderzoeker

Sociaal psycholoog Diederik Stapel pleegde op ongekende schaal fraude. Plaatsen waar hij onderzoek zou doen, werden niet bezocht. Co-auteurs mochten nooit mee.

Nederland-Groningen(DR)-04-09-2002. Prof. dr. Diederick Stapel in de prinsetuin. foto bestemd voor 48 uur Groningen. Foto: Sake Elzinga Elzinga Sake

Voor de kinderen nam Diederik Stapel (44) altijd snoepjes mee. De hoogleraar sociale psychologie van de Universiteit van Tilburg was immer tot in detail voorbereid als hij afreisde naar een school om met de leerlingen een psychologisch experiment te doen. Een spannende hypothese, een flinke stapel vragenlijsten en benodigdheden voor de proefjes, zoals plaatjes. En snoep dus, om de testpersonen na afloop te belonen voor hun medewerking.

Zou Stapel al die rollen drop zelf hebben opgegeten terwijl hij thuis wetenschappelijke data verzon? Die vraag dringt zich op nadat gisteren bekend is geworden dat hij op ongekend grote schaal fraude heeft gepleegd. Want Stapel heeft nooit scholen bezocht voor de experimenten. De testresultaten waarmee de internationaal gerenommeerde wetenschapper terugkeerde, waren het product van zijn fantasie, niet van gedegen empirisch onderzoek.

Een commissie onder leiding van Pim Levelt, voormalig president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, presenteerde gisteren in Tilburg een voorlopige rapportage over het onderzoek naar Stapels werk. De conclusie: minstens dertig wetenschappelijk artikelen waarbij Stapel was betrokken als (co-)auteur zijn gebaseerd op verzonnen data.

En de teller loopt, want het werk van de commissie is niet klaar. Volgens Levelt zijn er nog tientallen andere artikelen „verdacht”.

Het staat vast dat Stapel sinds 2004 onderzoeksgegevens heeft verzonnen. In die tijd werkte hij als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Stapel verleende, nadat hij een eerste lijst met artikelen had overhandigd, geen verdere medewerking aan het onderzoek. Als hij volhardt in zijn weigering, kan het maanden duren voordat met behulp van statistisch rekenwerk is vastgesteld welke artikelen en boeken nog meer geschreven zijn op basis van verzonnen data.

Het rapport van Levelt schetst een ontluisterend beeld van de werkwijze van Stapel. Hij werkte het liefst samen met jonge onderzoekers: studenten die een researchmaster deden, promovendi, postdocs. Na intensief een-op-een-overleg werd een creatieve theorie ontwikkeld die aansloot op een onderzoeksvraag die vaak was geformuleerd door de jonge onderzoeker. Deze ging vervolgens aan de slag met de uitwerking van de experimenten die waren verzonnen om de theorie te toetsen. Ook stelde de junioronderzoeker, op verzoek van Stapel, vaak vast een tabel op met verwachte empirische uitkomsten.

Uiteindelijk werd al het materiaal ingeleverd bij de hoogleraar, inclusief het snoep. In veel gevallen zette zijn onderzoekspartner de dozen met spullen in Stapels auto, die vervolgens vertrok naar een school.

Zei hij.

Bij de experimenten waren Stapels co-auteurs niet welkom. De scholen wilden alleen zaken doen met hem en hadden geen trek in een komen en gaan van onbekende onderzoekers.

Zei hij.

De data werden op de scholen zelf door assistenten van Stapel meteen verwerkt tot tabellen met toetsingsuitkomsten, gemiddelden en standaardfouten.

Zei hij.

De co-auteur kon met een kant-en-klare dataset gaan schrijven.

Stapel deed er alles aan om een nauwe band te krijgen met de jonge onderzoekers met wie hij samenwerkte. Promovendi beschouwden hem als een persoonlijke vriend; ze dineerden bij hem thuis, gingen met hem naar het theater.

Jonge onderzoekers die niet met Stapel werkten, zagen dit aan met gevoelens van jaloezie. Zij wilden ook wel zo’n promotor: vriendelijk en altijd bereid prachtige datasets ter beschikking te stellen. „Besef je wel dat je goud in handen hebt?”, zei Stapel als hij weer eens iemand verblijdde met de gegevens voor een opvallend wetenschappelijk artikel.

Maar hij had ook een andere kant, ontdekte een jonge onderzoeker in Groningen, zo staat te lezen in het rapport. Met deze wetenschapper, die bleef aandringen op het zien van de ruwe data, ontstond een hooglopend verschil van mening waarbij Stapel suggereerde dat de onderzoeker zijn capaciteiten en ervaring als gerenommeerd hoogleraar in twijfel trok.

Ook in Tilburg sprak hij af en toe een machtswoord, als iemand bleef vragen om de ingevulde vragenlijsten. Twijfels die bij sommige collega’s op de opleiding bestonden over Stapels werkwijze, werden heel soms uitgesproken. Hoe kon het toch dat al zijn hypotheses altijd klopten? Maar nooit werd er iets gedaan om de „verificatiefabriek” van Stapel, zoals de commissie zijn productie omschrijft, écht te onderzoeken. Zijn reputatie maakte hem onaantastbaar. Hij maakte, aldus de commissie, „onbeschaamd gebruik van zijn prestige, aanzien en macht”.

En toch zijn er deze zomer drie jonge onderzoekers geweest die zijn gaan rekenen met de tabellen die Stapel had aangeleverd. Al gauw kwamen ze erachter dat de data die ze onderzochten niet kónden kloppen. Wat geschuif met de rijen in de matrixen liet verder zien dat veel cijfers gecopy-pastet waren. Begin september gingen ze met hun bevindingen naar de Tilburgse rector Philip Eijlander, die Stapel uitnodigde voor een gesprek. Stapel bekende.

Kort daarna stelde de rector de onderzoekscommissie van Levelt in. De klokkenluiders kregen gisteren een pluim van de commissie. Zij hebben „meer moed, alertheid en speurzin getoond dan zittende hoogleraren”, staat in het rapport opgetekend.

Eijlander toonde zich gisteren emotioneel, vooral over het feit dat Stapel op grote schaal jonge onderzoekers heeft misbruikt. Van de 21 promoties die hij in Groningen en Tilburg begeleidde, zijn er slechts zeven waarvan vaststaat dat er geen verzonnen gegevens voor zijn gebruikt. Eijlander: „Je proefschrift is zo belangrijk in de carrière van een wetenschapper. Deze jonge mensen moeten nu verder in hun loopbaan met deze smet, terwijl hen geen enkele blaam treft.”

Over mogelijke reputatieschade voor zijn universiteit maakt de rector zich weinig zorgen. „We passen onze procedures aan, zodat het makkelijker wordt om mogelijke misstanden te melden. Over drie jaar zal deze periode niet meer zijn dan een rimpeling in het water.”

Alle promovendi van Stapel mogen hun doctorstitel houden. Zijn eigen graad staat wel op de tocht. De Universiteit van Amsterdam, waar hij cum laude promoveerde, heeft nog geen bewijzen van fraude kunnen vinden in zijn werk. Dat komt omdat veel gegevens, volgens de regels, na een aantal jaar niet meer bewaard hoeven te worden. Toch wordt nu gekeken of de titel kan worden ingetrokken „op grond van uitzonderlijk wetenschappelijk onwaardig gedrag, in strijd met de aan het doctoraat verbonden plichten”.

Commissievoorzitter Levelt is blij dat hij geen oordeel hoeft te vellen over de vraag waarom Stapel heeft gedaan wat hij gedaan heeft. „De geestesgesteldheid van de heer Stapel viel buiten het bereik van mijn opdracht. Maar we hebben in Nederland een overschot aan psychologen. Er is er vast wel eentje die zijn tanden in deze casus wil zetten.”