Harten zwellen op door vetzuren in pythonbloed

Van pythonbloed krijg je een groter en sterker hart. Dat klinkt als een praatje uit de Aziatische volksgeneeskunde, maar het is de conclusie van Amerikaanse biologen. Ze schreven er vrijdag over in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Zij zagen dat het hart van Birmese pythons (Python molerus) flink opzwelt nadat zij een prooi verorberden. Pythons eten soms maanden niet, dus hun lichaam moet zich snel aanpassen om een plotselinge maaltijd te verwerken. Binnen drie dagen na een maal kan een pythonhart al 40 procent zwaarder zijn.

De biologen ontdekten groeibevorderende vetzuren in het bloed van pythons. Toen zij het vetzuurmengsel in dezelfde verhouding in de bloedbaan van muizen injecteerden, waren de muizenhartjes na een week merkbaar groter dan de harten van onbehandelde muizen. In vastende pythons hadden de vetzuren hetzelfde effect.

De vetzuurcocktail leidde niet tot groei van andere organen, zoals spieren en lever. Ook hoopte zich in de vergrote harten geen vet op, zoals gebeurt bij afwijkingen waarbij de hartspier verdikt raakt (hypertrofe cardiomyopathie). De biologen hopen daarom dat hun ontdekking veilig gebruikt kan worden om de hartfunctie van zieken te verbeteren. Over hartdoping reppen ze met geen woord.