Frommermann: lachen en wenen met Franz Schubert

Frommerfranz door Frommermann. Gehoord: 29 okt Concertgebouw A’dam. Tournee t/m 14/4; www.frommermann.nl ****

Tijdloos gezellig is het, zo’n avondje met vrienden. Dat vond Franz Schubert al, die met zijn vrienden soms knus één bed deelde en hen op zijn fameuze Schubertiades ook zijn nieuwe werken voorspeelde.

Maar vriendschap is ook de motor achter het close harmony-ensemble Frommermann. De club begon als Comedian Harmonists-act, maar veroverde – aangevuurd door succes – in zes jaar een eigen niche: licht-klassiek in een variété-achtige vorm.

In Frommerfranz keren de zangers terug naar hun klassieke wortels. Allen dragen bakkebaarden en een wapperjas: hun nieuwste programma is een hommage aan Schubert, in de geest ‘authentiek’ vormgegeven als eigentijdse Schubertiade.

In huiskamersetting zitten de vrienden bijeen, in afwachting van hun jarige vriend Franz. De plot van schrijver/regisseur Marc Pantus is dun en dient vooral als kapstok voor de line-up van liederen – vaak in geslaagde nieuwe, meerstemmige bewerkingen, soms intiem begeleid op gitaar in plaats van piano.

Dat de Chesterfieldfauteuils van de vrienden van opblaasplastic zijn (pffffft!), is veelzeggend. Op een vette lach rust geen tax bij de Frommermannen, zoals ook blijkt uit de frivole schemerlamp (met gloeiend Schuberthoofd) en de theedoek die onverwijld wordt omgeknoopt waar sprake is van meisjes.

Dat riekt naar schoolavondjespret en enige meligheid is Frommermann ook echt niet vreemd. Zo wordt het ingetogen openingslied van Schuberts liedcyclus Winterreise een sensuele stripperstango: Ich zieh’ mich wieder aus. Maar Frommerfranz is niet plat – althans, niet steeds, en zeker niet in de zin van ongelaagd. Want juist in de lichtheid waarmee Schuberts liederen worden gebracht, schuilt ook een echte meerwaarde. Liedkunst ís niet statisch, grijs of verleden. De frisse benadering van de Frommermannen schraapt óók een laagje van Schubert af dat meer met de receptie van diens muziek, dan met de muziek zelf te maken heeft.

En en passant worden ook nog wat wikiweetjes opgefrist. Dat Schubert (1 meter 57) maar 31 werd, toch nog 600 liederen naliet en vond – veelbetekenende blik – dat de Staat hem moest onderhouden, bijvoorbeeld.

Frommerfranz is het leukst waar de lach voortkomt uit de vorm, zoals in de ‘ordinaire’ medley van liederen, of de meermansuitbeelding van Erlkönig. On-Hollandse humor met een drempeltje is dat; het leukst voor wie de originelen goed kent. Maar elitair is Frommermann toch niet. Ben je geen Schubert-kenner, dan blijft óók een leuke voorstelling over. De humor van de Heidenröslein-rap („Stechen! Brechen!”) ontgaat je misschien. Maar Gutenacht, Freunde is met zijn romige, uitdovende meerstemmigheid een collectief roerende toegift.