Friese verzekerden houden voldoende te kiezen over

Edith Loozen, Erik Schut en Marco Varkevisser stellen dat er in Friesland weinig te kiezen valt in de zorg, door de concentratie tussen Achmea en De Friesland (Opinie, 24 oktober). Volgens de auteurs is het grootste probleem van de goedkeuring voor de concentratie dat er een luis in de pels wegvalt.

Inderdaad kan het verdwijnen van een kleine speler grote gevolgen hebben, zeker als deze speler een belangrijke aanjager is van de concurrentie. Echter, in de Friesland-Achmeazaak heeft de NMa – na onderzoek onder verzekeraars en zorgaanbieders – niet kunnen vaststellen dat De Friesland een aanjagende rol voor de concurrentie vervult op de landelijke zorgverzekeringsmarkt. De auteurs noemen zelfs een andere speler: DSW. Het onderzoek van de NMa wijst bovendien uit dat er na de fusie voldoende spelers over blijven om Achmea-De Friesland scherp te houden. De Friesland zal niet in staat zijn haar premie te verhogen of de kwaliteit van de ingekochte zorg te verlagen zonder dat zij hierdoor klanten verliest. Doet zij dit wel, dan springen de andere grote zorgverzekeraars hier meteen op in, door verzekerden naar zich toe te trekken. De NMa verwacht daarom geen nadelige gevolgen door de concentratie voor de patiënt/verzekerde.

Een ander punt waarover de auteurs zich zorgen maken, is of de goedkeuring van de fusie niet leidt tot een ongewenst domino-effect. Slechts vier landelijke verzekeraars zouden over blijven. Hierdoor wordt de concurrentie beperkt.

Dit is niet meer dan een slag in de lucht. Het is maar de vraag of dit scenario zich zal voordoen. De NMa heeft hiervoor geen aanwijzingen en kan geen rekening houden met fusies die er (nog) niet zijn. Voor toekomstige concentraties tussen verzekeraars geldt dat elke zaak op zichzelf staat en maatwerk is.

Henk Don

Bestuurslid van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)