Even die afbakstokbroden halen. BAM!

Het eerst viel het me op bij mijn vrienden:

„En dan gaan we daarna nog even naar de Zara. BAM!”

Daarna hoorde ik het bij Oh Oh Cherso:

„En as hij dan ergens een leuk chickie tegenkomt, dan is het gewoon van: kom op, ervoor gaan, BAM!, weetjewel.”

En gisteren was het opeens op de verjaardag:

„Heb je een fiets met een mandje gekregen? BAM!”

BAM. Daar was bam in mijn leven.

Bam (op zijn Nederlands uitgesproken, als het geluid van een dikke mus die vol tegen een winkelruit vliegt) kan bij zo ongeveer alles:

- ik eet nog even een bakje chocoladecruesli. BAM!

- ik doe eigenlijk niets liever dan een avond lang in joggingpak viersterren Sudoku’s oplossen. BAM!

- Johan Cruijff moet zich niet zo aanstellen. BAM!

Ik heb een tijdje nagedacht of er al eerder een woord als BAM! de taal verrijkte. Je hebt het nogal ouderwets aandoende ‘hup!’ dat klinkt alsof het alleen thuishoort in zinnen als: „En nu hup, fluks naar de klas waar Meester jullie alles gaat uitleggen over de verborgen anaalkliertjes van een muskusrat.” En begin 2000 was er het Ali G-eske booyakasha, dat weer alleen past in zinnen over diamanten grills, dikke wiebelbillen en ‘net mijn voeten gewassen in de Crystal, kietelde hard tussen mijn tenen, nu jij weer, booyakasha!’

BAM! is daarentegen voor een veel breder publiek inzetbaar. De aantrekkingskracht ligt in het feit dat iedereen die het gebruikt ogenblikkelijk klinkt als zijn eigen manager/inspiratiegoeroe/Emile Ratelband. Door na iedere opmerking BAM! uit te roepen, lijkt alles onderstreept door een fanatieke, opgepepte energie – als een cokeverslaafde topmanager die in een hyperactieve roes langs zijn personeel loopt en hier en daar met zijn vinger als een pistool naar mensen wijst: „Jij bent goed bezig, bam, en jij ook, en jij, bam bam! en hoppakee, dóórgaan.”

Een BAM! geeft een gevoel van daadkracht. Het zorgt ervoor dat zelfs het besluit om naar de Aldi te gaan voor een paar afbakstokbroden-gevuld-met-chemische-kruidenboter een beslissing lijkt in het leven van een wereldster, waar alles nou eenmaal duizelingwekkend snel gaat en er geen tijd is voor nutteloos getreuzel – „even die afbakstokbroden halen. BAM!”

Het lijkt mij wachten op het moment dat dit doordringt in de sport: „Ja hoor, lekker, die bal gaat erin! BAM!”, de commercie: ,,Twee flessen wasverzachter voor de prijs van één! BAM!” en de politiek: ,,Het is onzin om het er nog langer over te hebben: Mauro gaat naar Angola. BAM!”

Daarna begint de langzame neergang: BAM! is ook wel een beetje agressief, wordt er gezegd. En kort door de bocht. En drammerig. En vaak ongepast. En arrogant. Kortom: het lijkt wel erg op Emile Ratelband.

Wellicht komt er in de toekomst een nieuw woord, één dat past bij een tijd waarin mensen verlangen naar een langzamer leven.

Tot die tijd is het nu: vaart. Efficiëntie. Mening geven. Doorpakken. BAM!

Renske de Greef