Cruijffs voorbeeld

Hongarije rouwt om de dood van Flórián Albert, de minder bekende maar in eigen land even populaire opvolger van Puskas. „Veel bescheidener.”

(FILES) - Portrait taken in Budapest in the 50's of forward Florian Albert who played for the Hungarian national soccer team. Florian Albert, the former Hungary striker and European Footballer of the Year, has died in hospital at the age of 70, the Hungarian news agency MTI said on October 31, 2011. Albert died early morning on Monday following heart bypass surgery carried out on Friday. AFP

Hij was met Faas Wilkes en Alfredo di Stefano een voorbeeld voor Johan Cruijff. Een elegante speler uit Hongarije, het grote voetballand dat na zijn afscheid in 1974 een steeds kleiner voetballand werd. De zeventigjarige Flórián Albert overleed gisteren, drie dagen na een ‘geslaagde’ hartoperatie, in een ziekenhuis in Boedapest.

Volgens landgenoot Sándor Popovics, die in 1960 uit het communistische Hongarije vluchtte en decennialang als trainer in Nederland werkte, kwam het overlijdensbericht van „mijn grote vriend” onverwachts. „Hij is vrijdag geopereerd en zei tegen zijn familie: ‘ik mag morgen naar huis en ga maandag weer de jeugd van Ferencváros trainen’. Toen kwamen er complicaties en nu is hij dood. Heel Hongarije is in rouw”, vertelt Popovics vanmorgen vanuit zijn woonplaats Roosendaal.

Albert, opgegroeid als zoon van een smid aan de grens met Joegoslavië, was een sierlijke midvoor. Hij scoorde 31 keer in 75 interlands. Hij was in 1962 topscorer op het WK in Chili. Op het WK in Engeland was hij in 1966 ook uitblinker, vooral in het met 3-1 gewonnen duel tegen Brazilië. In 1967 was hij ‘Europees voetballer van het Jaar’. Hij is de enige Hongaar die de Gouden Bal won.

Albert debuteerde op zijn zestiende in het eerste van Ferencváros en zou er tussen 1958 en 1974 onafgebroken spelen. Hij won met de club uit Boedapest vier landstitels en in 1965 de Jaarbeursbeker (Europa League): hoogtepunt in de clubhistorie.

Sinds 2008 speelt Ferencváros in het Flórián Albert Stadion. Fans leggen er sinds gisteren bloemen en kaarsen voor de ingang. Popovics: „Op de websites van de twee sportkranten is een condoleanceregister. Tienduizenden mensen hebben al getekend.” Over de voetbalkwaliteiten zegt zijn vriend: „Ongelooflijk, alles leek heel makkelijk te gaan.” En over de mens Albert: „Heel beschaafd en bescheiden, heel anders dus dan Puskás.”

Anders dan Ferenc Puskás speelde hij ook nooit in het buitenland. Een vertrek uit Hongarije was na de Russische inval in 1956 bijna onmogelijk. Het communistische regime stond niet langer toe dat een jonge sportheld naar het Westen verhuisde, zoals de veertien jaar oudere Puskás wel naar Real Madrid mocht.

Popovics, die zelf tijdens een trainingskamp in Oostenrijk het IJzeren Gordijn de rug toe keerde, weet niet of Albert heeft getreurd om zijn relatief bescheiden voetballeven. „Daar praatten wij nooit over. Hij kon zich wel ergeren aan al die houten klazen die nu miljonair zijn zonder fatsoenlijk tegen een bal te trappen.”

Mede door zijn verplichte verblijf in Hongarije was Albert in het buitenland minder bekend dan zijn landgenoten Puskás, Sándor Kocsic en Nándor Hidegkuti. Zij maakten wél deel uit van de Magical Magyars , het beroemde Hongaarse elftal dat in 1953 het grote Engeland op Wembley met 6-3 vernederde en in 1954 bijna wereldkampioen werd.

Maar bij Alberts interlanddebuut in 1959 was de magie uit het wonderteam. Hij werd vaandeldrager van een generatie die op de WK’s van 1962 en 1966 tot de smaakmakers behoorde. Knappe prestatie, maar waarom is Albert bij de gemiddelde voetbalingewijde een onbekende gebleven? Popovics: „Dat ligt niet aan ons maar aan jullie Nederlanders.”