Al-Shabaab ronselt in de sloppen van Nairobi

Het Keniaanse offensief in Somalië leidt tot aanslagen in de hoofdstad Nairobi. Vaders missen zonen van 16, die door Al-Shabaab zijn geronseld en naar Somalië vetrokken.

Children of Kenya's largest slum play next to a sewer 09 November 2002 in Kibera, west of Nairobi. Most of the slum dwellers were pessimistic that the general election slated for December 27 will improve living conditions in their shanty town. AFP

Beteuterd luistert de 15-jarige John naar de donderpreek van zijn voetbaltrainer Ochieng op het door een hoge muur omheinde sportveld van de sloppenwijk Majengo. „Laat je niet door Al-Shabaab een heilige oorlog inlokken. Ze geven jullie een hersenspoeling”, spreekt hij zijn voetbalteam toe.

Het gezicht vol puistjes van John verkrampt: „Dat is niet waar, coach”, sputtert het jochie. „Ze gaven me eten en kleren. Wie anders in Majengo kijkt naar ons om, behalve die kerels van de moskee.”

John is geboren en getogen in de sloppenwijk Majengo in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Twee weken geleden was hij zoek. In het geheim had de Somalische terreurgroep Al-Shabaab hem van een moskee in Nairobi overgebracht naar een onderduikadres in de noordelijke stad Garissa. Vandaar zou hij vertrekken naar Somalië, waar het Keniaanse leger vecht tegen de terroristen.

Al-Shabaab liet hem vrij nadat ouders bij de politie aangifte hadden gedaan van hun verloren zonen. John keerde terug naar zijn familie en was vandaag weer op de training van de voetbalclub in Majengo.

„In de sloppen ken je elkaar. We leven hier dicht op elkaar, we weten bij wie je slaapt, met welke bende of groep je rondhangt. De sloppen kennen geen geheimen”, vertelt de 23-jarige Omosh Otienno. Hij hangt rond bij de training in de hoop op nieuws over zijn zoekgeraakte broer.

Zijn veertien jaar oude broer werd geronseld voor Al-Shabaab door een zekere Reagan. „Iedereen kent Reagan in deze buurt. Ik denk dat er vanuit Majengo al tachtig jongeren naar Somalië zijn verdwenen.”

Het terrorisme van Al-Shabaab heeft een nieuwe dimensie. Het is niet alleen meer van Somalische radicalen maar verspreidt zich onder andere volkeren van Oost-Afrika. Een rapport dit jaar van de Verenigde Naties over de gevolgen voor Oost-Afrika van de chronische instabiliteit in Somalië, noemt de vorming van aan Al-Shabaab verbonden groepen in Kenia „een alarmerende trend”.

Al enkele honderden Kenianen vechten bij de terreurgroep in Somalië. Tientallen anderen houden zich op in Kenia om aanslagen te plegen. De 28-jarige Elgiva Oliacha bijvoorbeeld. Hij liet zich tot Mohamed Seif omdopen. Al-Shabaab gaf hem een jaar lang training in Somalië. Hij gooide vorige week uit wraak voor de Keniaanse inval in Somalië granaten in een bar en op een busstation in Nairobi. Later in de week kreeg hij daarvoor levenslange celstraf.

De geronselde strijders zijn veelal geen Somaliërs maar Kenianen. Ze hebben hun christelijke geloof verruild voor een radicale versie van de islam. De Keniaanse Al-Shabaab-leden vormen een hecht netwerk in Nairobi, Mombasa, Eldoret en Garissa, met meestal een moskee als centrum. „Deze op Al-Shabaab geïnspireerde en door Al-Shabaab gecontroleerde extremistische groepen kunnen de nieuwe generatie terroristen gaan vormen”, waarschuwen de VN.

Robert Omolo is de vader van de 16-jarige verloren zoon Victor. Mistroostig loopt de oude man door een smal moddersteegje naar zijn onderkomen van twee bij vijf meter. Luidruchtige straatverkopers en klantenlokkers van openbaarvervoerbusjes vragen om zijn aandacht. „Het was zo’n lieve jongen, echt een familiekind”, treurt hij. Nadat Victor moslim was geworden veranderde hij. „Hij werd snel kwaad en accepteerde mijn gezag niet meer. Vrijwel iedere nacht sliep hij in de moskee, hij ontving er eten, kleren en zakgeld.”

Zo’n 60 procent van de inwoners van Nairobi woont in sloppenwijken, een keiharde wereld met gangsters, bendes en corrupte politieagenten. Majengo staat bekend om het hoge aantal hoeren, vooral vrouwen van boven de veertig. Iedere inwoner rent mee in de ratrace voor een mager inkomen. Het ultieme rolmodel voor een jongen is de bendeleider met de grootste buit en de meeste vrouwen. De politie kijkt voor een paar dubbeltjes de andere kant uit. Bij afwezigheid van effectief overheidsgezag maken tribale en semi-religieuze milities de dienst uit. Een vruchtbaar terrein voor Al-Shabaab.

Waarom zien we alleen maar kinderen in de moskee, begonnen bezorgde ouders in Majengo zich af te vragen. „Tot diep in de nacht kreeg Victor er onderwijs”, zegt zijn vader. „Ze leerden hem over de islamitische oorlogen in Afghanistan en Jemen. Ik vond in zijn kleren eens een video over Al-Shabaab, met hun wapperende zwarte vlag. Je zag hoe jongeren werden getraind.”

Vader Robert begon zich steeds meer zorgen te maken over Victor. Hij kreeg bezoek van Reagan, de ronselaar. Die bood geld voor zijn zoon. „Ik weigerde, maar ik weet zeker dat andere ouders en ook de politie wel geld aannemen van Al-Shabaab.”

Twee weken geleden vertrok Victor met één schoon T-shirt en een broek als bagage voor de lange reis naar Mombasa, net als Garrissa een doorvoerhaven voor rekruten. Sindsdien werd niets meer van hem vernomen. „Ik denk dat hij in al Somalië zit. Ik zal hem niet meer terugzien. Van al onze zonen in Majengo die naar Somalië vertrokken, is er nooit één levend teruggekomen.” Meer wil vader Robert niet over Victor vertellen. „Te gevaarlijk”, zegt hij, „Al-Shabaab is sinds vorige maand ondergronds, maar niet verdwenen. Als ze weten dat ik u over Victor heb verteld, ben ik vanavond dood.”

Ochieng, de coach van de voetbalclub, verwacht wraakacties van Al-Shabaab in Majengo nu Kenia de klopjacht heeft geopend op de terroristen. „Van de twaalf spelers in mijn team raakte ik er al twee kwijt aan Al-Shabaab”, zegt hij. „Dit soort jonge kinderen heeft nog geen hersenen. Wanneer een ronselaar aan zo’n sloppenjoch iets materieels biedt, dan gaat het kind direct voor de bijl.”

Ochieng gaat ondanks het gevaar door met zijn campagne in Majengo tegen de ronselaars van Al-Shabaab. „Ik bederf hun zaakjes en daarom zal Al-Shabaab me tot doelwit maken.”

    • Koert Lindijer