Al die Blekers

Soms komt er een moment waarop de ijdeltuit zichzelf ontmaskert.

Henk Bleker, prominent CDA’er, overkwam dat vrijdagavond in het tv-programma Pauw & Witteman. In een opwelling van generositeit schoof hij een briefje over tafel naar Mauro met de tekst: „Als je (met je moeder) meewilt naar FC Twente-PSV, dan kan dat!”

Met een alertheid die je van zo’n dromerig uitziende jongen niet zou verwachten, mompelde Mauro terug: „Mooi niet.”

Het gebeurde aan het einde van een programma, waarin Bleker zich in alle denkbare farizeïsche CDA-bochten gewrongen had om de uitzetting van de jonge Angolees te rechtvaardigen. „Ik walg zelf van de woorden”, liet hij zich zelfs ontvallen, waarna hij onmiddellijk zijn mantra hervatte over de rechtsstaat die zou bezwijken als de regels niet werden nageleefd.

Twee dagen later was het CDA in de peilingen naar het historische dieptepunt van elf zetels gezakt. Bedankt, staatssecretaris!

Als Bleker zijn onblusbare, naar publiciteit hunkerende ijdelheid voor één keer in toom had gehouden, zou hij het briefje pas na afloop van de uitzending aan Mauro gegeven hebben. Maar nee, heel Nederland moest paf staan van de nobelheid van de CDA-topman, die in zijn vrije tijd ook maar een gewone Nederlander met een gevoelig voetbalhart is. Mauro, ga mee, en als we het samen leuk hebben, kom ik je straks op Schiphol uitzwaaien. Wat maakt het uit? You win some, you lose some.

De televisie is verzot op de Blekers van deze wereld. Je ziet ze voortdurend aanschuiven in de praatprogramma’s. Extraverte mensen, het hart op de tong die altijd in beweging is. Lullen maar, het maakt niet uit waarover. Ze zijn de ultieme redding voor de ideeënarmoede op de redacties achter die programma’s. Wie zullen we vragen? Gaat het over politiek? Henk Bleker? Maar zat die eergisteren al niet…? Ach, dat is iedereen alweer vergeten. En als Bleker niet kan? Jack de Vries – ook een leuke ouwehoer.

Zo kan het gebeuren dat mensen als Bleker zichzelf kwaliteiten gaan toedichten die ze niet hebben. Als hij niet zo goed was, zouden ze hem toch niet zo vaak voor de tv vragen? Nou dan. Hij kon zich wel wat permitteren, hij was inmiddels hoog genoeg gestegen.

IJdel zijn we allemaal, de kunst is om het beest zoveel mogelijk in de kooi te houden. Went het aan zijn vrijheid, dan is er geen land meer mee te bezeilen.

Neem Diederik Stapel, de frauderende hoogleraar sociale psychologie. Hij nam het beest mee naar buiten, ravotte ermee in de zon, stak af en toe – en steeds langer – zijn kop in de muil. En, opeens, wraahhh!, lag zijn eigen kop eraf. Ongeveer zoals die avonturier overkwam in Werner Herzogs documentaire Grizzly Man, toen hij te familiair werd met een beer.

„Het zijn allemaal buitengewoon ijdele mensen, die op hun omgeving een briljante indruk maken”, zegt André Köbben, emeritus-hoogleraar, over zulke fraudeurs. Hij wijst erop dat het sociaal vaardige mensen zijn. Ook de vlot formulerende Stapel was een graag geziene gast op de tv. Köbben noemt tevens de op plagiaat betrapte hoogleraar René Diekstra, die ook op tv alweer aan een comeback bezig is. Zelf moet ik denken aan telegenieke Boudewijn Büch die een reputatie op leugens bouwde.

De televisie is uitgegroeid tot de favoriete speeltuin voor deze ijdeltuiten. Sommigen zwaaien zo hoog door op hun schommel dat ze eraf lazeren, maar er staat altijd weer iemand klaar om het over te nemen.