Wel een motie, maar geen stap dichterbij de oplossing

Afgelopen zaterdag hield het CDA een partijcongres.

Het verwachte debat over minderjarige asielzoekers bleef uit. Wel werd opnieuw de verdeeldheid zichtbaar.

Utrecht : 29 oktober 2011 CDA najaarscongres, behandeling van resolutie 14 over de uitzetting van minderjarige asielzoeker. Minister Leers in gesprek met een voorstander van het blijven van de 18-jarige Mauro. foto © Roel Rozenburg

De mannen uit Drenthe stapten in de intercity die om 7.24 uur uit Assen vertrok. Al tussen Hoogeveen en Meppel hadden ze beslist dat ze niet verantwoordelijk wilden zijn voor nog meer tekenen van verdeeldheid binnen het CDA. De achttien mannen – in pak, das en soms met een trots speldje op de revers – keken nog eens goed naar hun resolutie die door anderen al was uitgelegd alsof het lot van de Angolese asielzoeker Mauro Manuel ervan afhing.

Door de overweging dat aan „deze jonge mensen”, asielzoekers, een verblijfsvergunning moest worden verstrekt, ging een streep. En daar ging ook de kwalificatie dat het huidige vreemdelingenbeleid „kil” is. Wat overbleef: een resolutie die weinig meer inhield dan dat het CDA „een humaan beleid” wil voeren ten aanzien van minderjarige vreemdelingen.

„Ik vind niet dat we in de trein de resolutie hebben afgezwakt”, zegt de opsteller, Berend Janssen. „Ik vind alleen dat we de pijn eruit hebben gehaald.” Dat gebeurde na verzoeken daartoe vanuit de partijtop. Op vrijdagmiddag had voorzitter Ruth Peetoom namelijk de 73-jarige Janssen al weten te bereiken. Of die zin over het automatisch verstrekken van verblijfsvergunningen eruit kon. En volgens de Drenthenaren vroeg fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma daarna om het woord ‘kille’ eruit te halen. „Als je minister Leers’ beleid zo kenschetst, doet hem dat erg pijn”, vat Janssen de boodschap die hij van de fractievoorzitter kreeg samen.

Door de wijzigingen kon het partijbestuur afgelopen zaterdag de motie aanbevelen in plaats van ontraden. Dus nam het congres de motie aan, met 85 procent van de stemmen. Het verwachte felle debat over minderjarige asielzoekers bleef daardoor uit. Maar de bizarre anekdote blijft indicatief voor de precaire staat van het CDA: een paar CDA’ers uit de regio kunnen, zonder dat ze die bedoeling hebben, met een motie de interne onenigheid razendsnel blootleggen. En dan moet de partijtop ingrijpen om de schade te beperken.

„Beste CDA-vrienden”, zegt Van Haersma Buma later op de dag tot drie keer toe vol warmte in zijn stem. „Wat ben ik trots op u.” De fractievoorzitter heeft drie dingen geleerd van de affaire-Mauro, zegt hij zelf. Eén: de fractie moet bekijken of het asielbeleid nog wel bij deze tijd past. Twee: het heeft veel te lang geduurd voordat Mauro Manuel uitsluitsel kreeg. En drie: omdat het de minister is die de bevoegdheid heeft in te grijpen, moet hij dat in alle rust kunnen doen. Zonder dat heel Nederland meekijkt. „En die boodschap is niet alleen voor het CDA, maar voor de hele Tweede Kamer bedoeld.”

Misschien was het dus ook niet zo verstandig geweest, erkent Van Haersma Buma, dat een CDA-Kamerlid zelf op zoek was gegaan naar schrijnende gevallen. Of dat een ander Kamerlid met Mauro was gaan voetballen. Of dat minister Gerd Leers (Asiel, CDA) zelf had gezegd zich hard te willen maken voor deze Limburgse Angolees. Maar laat één ding duidelijk zijn, zegt Van Haersma Buma ook. „Als fractie hebben we gedaan wat we konden.”

Net als Van Haersma Buma zijn ook vicepremier Maxime Verhagen en partijvoorzitter Ruth Peetoom trots. „Onze partij gaat problemen niet uit de weg”, zegt Peetoom in haar toespraak. En herstel na de zware verkiezingsnederlaag mag een lange weg vergen, die weg wil Peetoom sámen bewandelen. „We doen dit sámen. Ik heb gemerkt hoe gráág de mensen dat willen.” Verhagen: „Het CDA draagt verantwoordelijkheid voor dit kabinet, hoe moeilijk soms ook. We boeken resultaten, en daar ben ik trots op.”

Al die mooie woorden ten spijt: het CDA is geen stap dichter bij een oplossing voor de kwestie rond Mauro Manuel. Iedere CDA’er legt de motie over minderjarige asielzoekers uit op een manier die hém goed uitkomt. De partijleiding vindt dat de partij zich achter Leers’ beleid heeft geschaard. Daar denken de ‘dissidenten’ in de Kamerfractie, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier, anders over. „Belofte maakt schuld”, zegt Ferrier.

Het congres heeft een heldere boodschap afgegeven, zegt zowel ‘dissident’ Koppejan als minister Leers: een humaan beleid voor jonge vreemdelingen. Koppejan zegt dat hij deze week een „open discussie” zal aangaan met zijn collega-Kamerleden. Maar hij zegt erbij dat hij zich nog stééds niet kan voorstellen dat Mauro Manuel terug moet naar Angola. Terwijl Leers én Van Haersma Buma de motie als aanmoediging opvatten om vooral in de toekomst het asielbeleid te veranderen. Leers: „We hebben nú een regeerakkoord, maar dat wil niet zeggen dat we niet over de toekomst kunnen nadenken.” En Mauro dan? „Ik snap de emoties, maar die kunnen geen basis voor besluiten vormen. Net zoals willekeur dat niet kan zijn.”

De CDA-Kamerleden hebben hun hoop nu nog gevestigd op vluchtelingenorganisatie UAF; die zou misschien een versnelde procedure voor de aanvraag van een studievisum kunnen regelen. „Een hele reële optie”, noemt Kamerlid Mirjam Sterk dat. Mauro Manuel zou die aanvraag eventueel in Nederland kunnen afwachten. Áls hij het al zou willen, verder studeren. Na afloop van het congres zei hij in een interview dat hij liever gewoon wil weten waar hij aan toe is: terug naar Angola, of in Nederland blijven. Zonder gedoe.

Ondertussen is de druk op de CDA-fractie om een unaniem besluit te nemen alleen maar groter geworden. Mede door toespraken van de eigen partijleiding. „U heeft een eensgezind signaal afgegeven”, zei Van Haersma Buma tegen de leden, „en u verwacht dat nu ook van de fractie.” Ook Verhagen sprak strenge woorden. Het congres was, kijk maar naar die resolutie uit Drenthe, samen uit deze moeilijke kwestie gekomen, zei hij tijdens zijn toespraak. „En ik ga ervan uit, Sybrand, dat de voltallige fractie dat ook eensgezind doet.”