Vijf wegen naar het koffiedik

Vanavond wordt de AKO Literatuurprijs uitgereikt.

Arjen Fortuin legt uit hoe de jury tot een winnaar kan komen.

De AKO-prijs zou moeten worden afgeschaft, zei uitgever Emile Brugman vorige maand (en de Librisprijs ook). Het geld weegt volgens hem niet op tegen de stress van de auteurs. „Die gaan toch denken dat het wel of niet bekronen van een boek iets zegt over de kwaliteit van een boek.” Quod non. Die stelling is in de aanloop naar de AKO-uitreiking onbedoeld geïllustreerd door een minidebatje over Tonio, de niet voor de prijs genomineerde ‘requiemroman’ van A.F.Th. van der Heijden. Een schande, vond HP De Tijd-criticus Frank van Zeijl, die eraan toevoegde dat hij zelf het boek niet durfde te lezen omdat het hem „te erg” leek. Het maakte zijn interventie niet alleen bizar, het getuigde ook van dubbele minachting. Voor de jury van de prijs (die moet zich kennelijk conformeren aan wat iedereen vindt) én voor de schrijver Van der Heijden.

In de slipstream van Van Zeijl schreef Maarten Moll in Het Parool dat de jury Tonio niet nomineerde om een statement te maken. Zou dat statement wellicht zijn dat ze Tonio niet zo goed vonden als Moll het vindt – om iets heel geks te noemen?

Een jury moet een beetje onvoorspelbaar zijn, en daar slagen ze bij AKO en Libris de laatste jaren uitstekend in. Daarom, denkend aan Brugman, vijf pogingen om toch te voorspellen wie maandag wint.

1 De ouderwetse methode: lees alle boeken en kijk welke het beste is. Dan wint dit jaar De weldoener, de schitterende, gelaagde roman van P.F. Thomése. (runners-up: Jeroen Brouwers’ Bittere bloemen, Arnon Grunbergs Huid en haar)

2 De tekstexegese-methode: kijk naar de loftuitingen in het juryrapport. Een makkie voor Peter Buwalda’s Bonita Avenue, een roman die ‘het hele leven probeert te omvatten’ en die over de lezer ‘heenwalst’ en hem ‘versuft van bewondering’ achterlaat.

3 De eliminatiemethode: wie valt er af? Te volle prijzenkast (Grunberg, Thomése, Brouwers), zelden bekroond genre (de essays van Marja Pruis in Kus me, straf me), publieksfavoriet (Buwalda). Dus: Marente de Moor wint met De Nederlandse maagd.

4 De face value-methode. Laat een onbevooroordeeld persoon (je zoon van vijf), de foto’s van alle auteurs zien. Hij kiest Marja Pruis.

5 De statistische methode. Ook heel leuk voor tijdens het diner: gooi 100 maal de dobbelsteen en tel. Dan wint Thomése met 19 procent, net voor Jeroen Brouwers.

Maar ja, een jury dobbelt niet.

Arjen Fortuin