Van Mierevelt gaf de 17de eeuw een gezicht

De portretfabriek van Michiel van Mierevelt (1566-1641), Museum Het Prinsenhof, t/m 8 januari. Catalogus uitg. W Books, € 39,50 ****

Met schilderen kon je rijk worden in de 17de eeuw. Niet zozeer met stillevens, landschappen, herderstafereeltjes of boertige scènes, maar wel met het schilderen van portretten. Volgens kunstkenners was dat niet de hoogste tak van dit nobele vak, maar met staag doorwerken en een goede klantenkring kon men in financieel opzicht verre uitstijgen boven de vakgenoten. Dat bewees Michiel van Mierevelt (1566-1641), de meest vermaarde Nederlandse portrettist van zijn tijd.

De stadhouders en hun familieleden, de hofelite, hoge militairen, diplomaten en welgestelde burgers uit Delft en andere steden behoorden tot zijn klantenkring. Zij bestelden bij hem een borststuk (50 gulden), een kniestuk (200-300 gulden ofwel het jaarinkomen van een ambachtsman) of een staand portret. Kopieën kostten natuurlijk minder. Dankzij Van Mierevelt zijn de gezichten van stadhouders Maurits en Frederik Hendrik nog altijd in de geschiedenisboeken te vinden en ook de intellectuelen van die tijd danken hun visuele bekendheid aan hem.

Dat waren niet de minsten: P.C.Hooft, Jacob Cats, Johan van Oldenbarnevelt, Constantijn Huygens, de femme savante Anna Maria van Schurman, Hugo de Groot, allen hebben ze geposeerd voor meester Michiel. De gravures die zijn schoonzoon Willem Jacobsz. Delff naar de portretten maakte, hielpen door hun grote verbreiding daar sterk aan mee.

Museum het Prinsenhof wijdt een geslaagde tentoonstelling aan Van Mierevelt. Het is samen met de informatieve catalogus de neerslag van enkele jaren grondig onderzoek naar de schilder. De bezoeker krijgt een goed inzicht in Van Mierevelts milieu, in zijn atelierpraktijk, in zijn manier van schilderen en in zijn cliëntèle. De ondertitel ‘de portretfabriek’ wijst erop dat we hier van massafabricatie kunnen spreken. Naar schatting hebben 5.000 portretten het atelier aan de Oude Delft verlaten. Van stadhouder Maurits alleen al zijn vijftig kopieën bekend. De man hing aan de muur bij Oranjegezinde families en in de verschillende verblijven van de prins, samen met zijn voorouders.

Van Mierevelts portretten vertonen bij eerste aanblik een grote formele gelijkheid: ernstige koppen, in driekwart afgebeeld, een donkere egale achtergrond. Legerofficieren, ingeblikt in hun harnas, hadden nog wel attributen zoals een commandostaf, een helm met verenbos, een degen. Maar bij een geleerde zien we geen boeken.

Burgers onderscheidden zich door sobere, maar kostbare kledij, bij vrouwen zien we nog al eens parels, een broche of gouden ketting opblinken; een waaier suggereert enige beweging. De formele kant betreft vooral de pose, de koppen zelf hebben door hun plasticiteit, de weergave van huid, haar en oogopslag een herkenbare individualiteit.

Ook in zijn kopieën bracht de schilder variatie aan. Het is een mooie vondst om zo’n tien portretten van Maurits naast elkaar te hangen, waarop we de man steeds ouder zien worden. Hier een rimpel erbij, daar het haar wat grijzer en tot slot een staand portret van een lijkbleke stadhouder in een glinsterend harnas. Een akelig gezicht; twee maanden later was hij dood.

Van Mierevelt deed wat van hem werd verwacht: hij maakte portretten van verstandige staatslieden, standvastige militairen, bekwame regenten en studieuze geleerden. Die hoorden niet te glimlachten of althans niet op een portret.

Toch zijn er voldoende schilderijen waarop de meester liet zien dat hij ook een minder afstandelijk, warmer portret kon maken. Maar wie daar echt naar verlangde kon beter aankloppen bij zijn leerling Willem van der Vliet.

Die gaf zijn opdrachtgevers een lossere houding en zelfs een zekere frivoliteit. Bij Van Mierevelts dood had een beweeglijker portrettraditie zich gevestigd met Gerard van Honthorst als favoriete hofschilder.