Onderzoek: keurmerk voor foute thee

Stelselmatige schending van arbeidsrechten, seksuele intimidatie en corruptie – volgens onderzoekers van Somo krijgt thee van Lipton (Unilever) vaak ten onrechte het stempel dat hij op duurzame wijze is geteeld.

A worker harvests tea leaves by hand at a tea plantation in Coonoor, India, on Friday, May 21, 2010. India is the world's largest grower of tea. Photographer: Prashanth Vishwanathan/Bloomberg Bloomberg

Een klein groen kikkertje rukt op in de supermarkten.

Consumenten hebben steeds meer belangstelling voor koffie, cacao en thee die duurzaam zijn geproduceerd. Grote producenten zijn ambitieus. Zo kondigde Unilever in 2007 aan dat in 2015 alle ingekochte Lip-tonthee het keurmerk van de Rainforest Alliance, weergeven door dat kikkertje, moet hebben.

Ook concurrenten als Pickwick van Sara Lee zijn de afgelopen jaren gestart met een overschakeling naar duurzame thee: thee die gekocht is van plantages waar het milieu zo veel mogelijk wordt gespaard en de arbeidsomstandigheden goed zijn. Die theepakkers hebben zich net als koffiebranders en chocolademakers daarvoor aangesloten bij een van de organisaties die keurmerken uitdelen, zoals Rainforest Alliance, Utz Certified of Fairtrade.

„Oppervlakkig gezien zijn die keurmerken een enorm succes”, zegt onderzoeker Sanne van der Wal van de niet-gouvernementele Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo). „Nadat uit eerdere onderzoeken bleek dat de arbeidsomstandigheden op bijvoorbeeld theeplantages vaak slecht zijn, hebben wij de invoering van dit type keurmerken aanbevolen. Organisaties achter die keurmerken stellen strengere eisen dan de codes van bedrijven zelf en zij kunnen de naleving ervan onafhankelijker en beter controleren.”

Maar bij Somo leefden ook twijfels. „Schendingen van sommige fundamentele arbeidsrechten zijn moeilijk aan te pakken”, zegt Van der Wal. Daarom heeft zijn organisatie samen met de Landelijke India Werkgroep als testcase onderzoek gedaan naar de arbeidsomstandigheden bij acht plantages waar Unilever zijn thee vandaan haalt. Naar de milieu-impact, een andere pijler onder het keurmerk, is niet gekeken.

Van der Wal zegt „hogelijk verbaasd” te zijn dat de arbeiders op een Keniaanse plantage van Unilever in gesprekken aangaven dat ze geen verbeteringen zagen in hun werk- en levensomstandigheden. „Wij hebben zelf die verbeteringen ook niet aangetroffen.” Op de plantage van 13.000 hectare werken 16.000 mensen met een vast contract en tot 4.000 mensen op tijdelijke contracten.

Meest schrijnend waren de gevallen van corruptie en seksuele intimidatie waar de Somo-onderzoekers op stuitten. Om werk te krijgen of te houden moesten vrouwen soms seksuele gunsten verlenen aan opzichters of geld onder tafel betalen. De onderzoekers constateerden ook dat de huisvesting vaak niet op orde was. Tijdelijke werknemers moeten hun hut met meerdere mensen delen.

Op zeven Indiase plantages waar Unilever thee inkoopt, krijgen arbeiders hun minimumloon deels in contanten uitbetaald, maar ook in voedsel, brandhout, brandstof en huisvesting. Daardoor houden ze erg weinig geld over, stelt Somo.

Bovendien constateerde Somo dat de arbeiders zonder beschermende kleding met pesticiden werkten. Op de plantages had één vakbond het monopolie, andere werden gedwarsboomd. Dat is volgens Somo in strijd met de voorschriften van The Rainforest Alliance, de regels van de ILO, internationale arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties, en de eigen principes van Unilever.

In India en Kenia heeft Rainforest Alliance opnieuw een controle uitgevoerd, nadat Somo haar conclusies had gedeeld. Die keer gingen de controleurs onaangekondigd langs. Maar de keurmerkorganisatie kon nog steeds niet de door Somo geconstateerde misstanden herkennen.

In reacties aan Somo lieten Unilever en de Rainforest Alliance eerder dit jaar weten dat ze teleurgesteld zijn dat Somo de namen van slachtoffers van seksuele intimidatie in Kenia niet wil doorgeven. „Wij schrikken heel erg van die beschuldigingen. Als het waar is, mogen we dat niet tolereren. Maar voor ons is lastig dat niemand zich bij ons heeft gemeld”, zegt marketingdirecteur Michiel Leijnse van Lipton. „Als we weten om welke opzichters het gaat, kunnen we die direct ontslaan. Op een plantage met 16.000 mensen sluit ik incidenten niet uit.”

„Het is niet zo dat we zeggen dat dit niet kan gebeuren. Dat zou naïef zijn”, zegt Ria Stout, directeur duurzame landbouw van Rainforest Alliance. „Maar zonder bewijs, kunnen we geen actie ondernemen. Dat doen we soms wel. We ontnemen jaarlijks enige plantages hun certificaat.”

Unilever heeft medewerkers opgeroepen klachten te melden via een al bestaande speciale kliklijn of e-mailadres. Op de plantage is een Waardigheidscommissie opgericht met vertegenwoordigers van management, vakbond en personeel om klachten te onderzoeken. Om machtsmisbruik door opzichters te voorkomen, wordt personeel alleen nog via een lotingsysteem aangenomen. Van der Wal: „Ik heb het sterke vermoeden dat die maatregelen zijn getroffen naar aanleiding van ons onderzoek.”

Groot discussiepunt tussen Somo aan de ene kant en Unilever en Rainforest Alliance aan de andere kant is de toename van de inschakeling van tijdelijke arbeidskrachten. Hun arbeidsvoorwaarden zijn slechter dan die van vast personeel, stelt Somo. In India hebben ze geen recht op huisvesting en medische zorg, krijgen ze geen ouderschapsverlof, geen bonussen en geen voedselsubsidie en zijn ze niet sociaal verzekerd. Om te voorkomen dat ze in dienst moeten worden genomen, wordt hun contract binnen zes maanden opgezegd.

Unilever en Rainforest Alliance claimen dat de theeplantages met de inhuur van tijdelijke krachten binnen de lokale wetgeving blijven. „Thee is nu eenmaal een seizoensproduct. Net als in Nederland in de tuinbouw heb je dan sommige maanden meer mensen nodig dan in andere maanden”, zegt Leijnse.

„Dat is ook zo”, zegt Van der Wal, „maar als je jaar in jaar uit de zelfde tijdelijke arbeidskrachten het grootste deel van het jaar tegen slechtere arbeidsvoorwaarden inhuurt, gaat dat tegen de geest van je keurmerk in dat je de arbeidsomstandigheden van die mensen wilt verbeteren.”

Er moet iets gebeuren aan de controle door Rainforest Alliance, vindt Van der Wal. „Daar gaat het ons om . Ze laten te veel de oren hangen naar de bedrijven die ze controleren.” Somo stelt dat de controles van Rainforest Alliance niet diepgaand genoeg zijn om de sociale problemen te kunnen ontdekken. Er wordt te weinig met kritische belangenorganisaties gesproken en er is te weinig vertrouwen bij personeel om klachten te vertellen aan controleurs.

Stout hoopt dat Somo verder de dialoog aan wil gaan. „Ik hoor graag waar wij nog verder kunnen leren en onze controles kunnen verbeteren. Dat is ook in ons belang.”

Leijnse noemt het „erg jammer” dat Somo dat aanbod afslaat. „Deze keurmerken zitten in een proces van doorlopende verbetering.” Van der Wal zegt dat Somo die rol niet wil spelen. „Wij doen onderzoek. Wij zijn geen consultants.”

Somo wil meer onderzoek doen naar keurmerken, ook naar Utz Certified en Fair Trade, in andere landen en in andere landbouwsectoren. „We willen beter kunnen beoordelen of al deze initiatieven wel effectief zijn en of arbeidsomstandigheden er beter zijn in vergelijking met bedrijven die niet streven naar het keurmerk.”