'Ik lees de hatemail niet meer, anders verlies ik het plezier in mijn vak'

„Heel moeilijk” vond Clairy Polak het toen zij hoorde dat ze Nieuwsuur niet mocht presenteren. Nu is ze blij dat het zo liep. „En dat zeg ik niet om dapper over te komen.”

Je zou het niet verwachten van een journalistieke duizendpoot. Met het oog op morgen, Buitenhof en tot voor kort Het filosofisch kwintet: Clairy Polak is veel op radio en televisie. Toch is zij „ontzettend lui”, vertelt de presentatrice in een Amsterdams etablissement. „Ik werk liever niet. Maar als ik werk, werk ik heel hard.” Op de vraag wat Polak zou doen als ze een paar miljoen euro zou winnen in de Staatsloterij: „Subiet stoppen.”

Vanaf 4 november krijgt Polak (55) het nog drukker. Dan begint De waan van de dag, een live mediaprogramma over ‘kwaliteiten en belangen van de journalistiek’. „Het liefst had ik een kunstprogramma gepresenteerd”, zegt ze. „Maar daar zijn er al twee van [Kunststof en Opium]. Een mediaprogramma was er niet meer op tv.”

Uw werk is niet uw passie?

„Mijn passies zijn eten en drinken, naar theater en muziek gaan. Luieren en wandelen in de bergen. Wat niet wegneemt dat ik heel gepassioneerd werk – dat is iets anders. Ik wil mijn werk goed doen, dus ik bereid mij uitstekend voor. Maar ik mis mijn werk niet als ik een maand vakantie heb. Ik kijk graag hoe anderen kritische vragen stellen.”

Bij het mediaprogramma ‘De leugen regeert’ weigeren journalisten vaak medewerking. Hoe gaat u hen straks over de streep trekken?

„Bij De leugen regeert wilden ze leugens aan de kaak stellen en de ‘daders’ ter verantwoording roepen. Dat is niet onze insteek. Bij ons mogen journalisten uitleggen hoe zij te werk zijn gegaan. Hoor en wederhoor. Transparantie. Daar draait het om. De afgelopen jaren is de roep om transparantie groter geworden. Bijna iedere krant heeft wel een ombudsman of -vrouw. Bij sommige kranten, zoals Trouw, legt de hoofdredacteur verantwoording af. In die zin hebben wij het tij mee, hoop ik.”

Het grote publiek vindt journalisten onbetrouwbaar. Heeft u daar een verklaring voor?

„Door de snelheid van het nieuws gaan journalisten soms onzorgvuldig te werk. Ze nemen genoegen met één bron in plaats van twee. Ze checken de feiten niet. Dan gebeuren er ongelukken – die soms breed worden uitgemeten.”

De hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, Mariska Orbán, zei onlangs in deze krant: journalisten zijn oppervlakkig, ze praten elkaar na en stemmen hetzelfde.

„Ik voel mij niet aangesproken. Jij?”

Nee.

„Nou dan! Dat soort uitspraken, zeker uit de mond van een collega, is dodelijk. Ze dragen bij aan het slechte imago van journalisten.”

Het stemgedrag van journalisten houdt mensen bezig. Als uithangbord van Nova werd u gepasseerd als opvolger voor Nieuwsuur: te links.

„Ik heb altijd gezegd: het doet er niet toe wat mijn politieke kleur is. Het gaat er om of ik hoor en wederhoor pleeg, of ik kritisch ben tegen ál mijn gesprekspartners. Of ik bereid ben verschillende invalshoeken te belichten. Dat doe ik voor mijn gevoel allemaal. En daarbij: niemand weet wat ik stem. Soms weet ik zelf niet eens wat ik moet stemmen.”

U had niet de neiging linkse politici hard aan te pakken om het ongelijk van uw critici te bewijzen?

„Nee. Hoewel ik daar wel van verdacht werd. In de periode dat deze discussie speelde, had ik bij Buitenhof Ahmed Aboutaleb [PvdA-burgemeester van Rotterdam] in de uitzending. Het was een fiks, kritisch gesprek. Na afloop kreeg ik veel mails: ‘Jaaaaa, nu wil je bewijzen dat je niet links bent, hè.’ Terwijl ik dat soort gesprekken altíjd stevig inga. Als mensen eenmaal een beeld van je hebben, kun je daarna ook geen goed meer doen.”

‘Ik ben woedend’, zei u vlak nadat u te horen had gekregen dat u niet welkom was bij Nieuwsuur. Is die woede inmiddels bekoeld?

„Ik ben nu blij dat het zo gegaan is. Dat zeg ik niet om dapper over te komen, hoor, ik meen het echt. Ik werd gedwongen een andere richting in te slaan. En ik kan nu veel meer mijn stempel drukken op programma’s als Het filosofisch kwintet [een reeks door Polak gepresenteerde verkenningen rond de rechtsstaat] en De waan van de dag. Meer dan ik bij Nieuwsuur ooit had kunnen doen. Neemt niet weg dat ik het een paar maanden heel moeilijk heb gehad toen ze me vertelden dat ik niet naar Nieuwsuur meeging. Ik heb flink met mijn rug moeten schudden. Praten, praten, praten. Maar het heeft wel iets moois opgeleverd.”

Ook uw Buitenhof-collega Peter van Ingen kreeg het voor zijn kiezen. Kijkers eisten via een internetpetitie zijn vertrek omdat hij Job Cohen niet goed zou hebben geïnterviewd. Als televisiepresentator moet je tegenwoordig stevig in je schoenen staan.

„Ongeveer sinds de moord op Fortuyn – ik zeg overigens niet dat er een direct verband is – gaan sommige Nederlanders zo met elkaar om. De kritieken worden steeds harder en cynischer. Ik lees de hatemail niet meer, anders verlies ik het plezier in mijn vak. Maar anderen, vooral collega’s, herinneren mij er graag aan. Als journalist moet je bestand zijn tegen kritiek. Het hóórt bij ons vak. Wat trouwens niet wegneemt dat ik mededogen had met Peter. Hij is een gewaardeerd collega.”

Theo van Gogh noemde u ‘een vleermuis uit een slechte LSD-trip’. PVV’er Martin Bosma wilde uw ‘rode neus er afhakken’. Dat raakt u niet?

„Schelden doet geen pijn; om zo’n vleermuis moet ik wel lachen. Maar als de toon hatelijk en dreigend wordt – dat is een ander verhaal. Daar moet je je voor afsluiten, anders kun je niet verder.”

U praat niet graag over het rode neuzenincident?

„Nee. Uit principe wil ik zo min mogelijk aandacht aan dat soort dingen schenken. Bovendien wil ik niet steeds geconfronteerd worden met iets dat jaren geleden is gebeurd.”

Uw tv-optredens roepen veel reacties op. Klopt het dat u antisemitische brieven ontvangt?

„Niet antisemitisch. Maar mijn naam roept wel bepaalde associaties op. Als ik in Nova een kritische vraag over Palestijnen stelde, riepen mensen: die Polak is pro-Israël. Dat heeft met framen te maken, dat hou je niet tegen.”

Haar vader was joods, haar moeder niet. Het gezin Polak (zij is enig kind) was niet belijdend. „Ik sta alleen stil bij mijn afkomst als anderen het erover hebben.”

‘Mensen zien me vaak als haaibaai’, heeft u eens opgemerkt. Is dat een pre bij een programma als ‘De waan’?

„Ik vind het niet zo gek dat ik streng en haaibaaierig ben bij het harde nieuws. Maar bij De Waan ligt het anders: we moeten wel mensen in het programma zien te krijgen. Ik denk dat als ik zeg dat ik niemand aan de schandpaal wil nagelen, dat ook wordt geloofd. Ik zal nu en dan uiteraard wel kritisch zijn, maar ook tongue in cheek en humoristisch. Dat ik dat ook kan, heb ik hopelijk bewezen bij Buitenhof.”

Ik herinner me een interview met Balkenende. U bloosde en leek verlegen. Clairy Polak heeft veel gezichten?

„Verlégen? Dat kan ik me herinneren noch voorstellen. Ik zei geloof ik dat ik besefte dat hij over bepaalde zaken niet kon praten. Dat was een manier om het gesprek niet te zeer te belasten. Het was de dag na de val van het kabinet. Balkenende zou niet uit de ministerraad klappen, maar ik moest toch een uur met hem praten. Ik kon de Sven Kockelmann-methode hanteren: keihard ondervragen. Maar ik wilde er graag een gesprek van maken. Ieder z’n eigen rol. Als je dat van tevoren beseft – en soms ook uitspreekt – dan kun je praten.”

    • Danielle Pinedo