Gitaar verzacht pijn haaienaquarium

Laurens Jan Anjema geldt als outsider bij de WK squash, deze week in Rotterdam. Gitaar spelen is zijn manier om te ontspannen en aan de harde wereld te ontsnappen.

den haag squasher laurens jan anjema foto rien zilvold

Eenzaam op een bed in een hotelkamer, zonder coach of vrienden. Ergens op een toernooi in India of Koeweit. Ver weg van zijn familie in Den Haag. Hij heeft vroegtijdig verloren, buiten is het snikheet. Zijn vliegtuig vertrekt pas over een paar dagen. Dat zijn de momenten waarop squasher Laurens Jan Anjema zijn gitaar pakt. Hij schrijft Nederlandstalige liedjes, met zwaarmoedige teksten. „Als ik muziek maak, kan ik mijn gevoelens uitdrukken. Nee, ik voel me helemaal niet goed, ik heb geen zin in het toernooi, ik ben niet blij dat ik de wereld kan rondreizen, ik ben fucking moe, ik wil niet vliegen.”

Muziek maken is voor Anjema (28) een manier om zich te ontspannen. En het is een remedie tegen de eenzaamheid. Als de gitaar mee is, maakt dat zijn week gemakkelijker. Squashtoernooien lijken soms net een haaienaquarium, zegt Anjema, de nummer twaalf van de wereld. „Niemand laat zijn zwaktes zien.” Met zijn gitaar kan hij zich even terugtrekken uit die harde wereld.

Anjema is geen favoriet voor de wereldtitel, hooguit een outsider. De linkshandige Hagenaar behoort al twee jaar tot de topvijftien van de wereld. Eind vorig jaar was hij even nummer negen; nooit eerder stond een Nederlander zo hoog. Zijn naam verschijnt bijna wekelijks op teletekstpagina 601. „Toch zullen weinigen weten welk gezicht bij mijn naam hoort”, zegt Anjema. Hij is een topper in een kleine sport, die voornamelijk leeft in Engeland, Frankrijk, Egypte, Australië en Maleisië. Squash probeert al jaren tevergeefs een olympische sport te worden.

Racketsporten zitten in Anjema’s genen. Vader Robert Jan is twaalfvoudig Nederlands kampioen squash en moeder Dorine Falkenburg was in haar jeugd een talentvolle tennisster; ooit speelde ze op het juniorentoernooi van Wimbledon. Vanaf jonge leeftijd ging LJ met zijn vader mee naar de squashbaan op het sportcomplex bij de Haagse hockeyclub Klein Zwitserland. De jonge Anjema – die ook fanatiek tenniste en hockeyde – wilde de bal hetzelfde geluid laten maken als zijn vader deed: „Taksjboem.” Een kwestie van de bal vol en krachtig raken. Rond zijn veertiende lukte dat. Tegen die tijd was Anjema verslaafd geraakt aan het spelletje in de glazen kooi. Discipline was zijn grootste talent. „Hij was een trainingsbeest. En hij had een heel sterke wil om te winnen. Als hij verloor, huilde hij tranen met tuiten”, vertelt Anjema senior.

Anjema haalde op zijn eigen manier de wereldtop, zonder (financiële) hulp van de Nederlandse squashbond. De basis voor zijn carrière legde hij in Londen, bij de Engelse succescoach Neil Harvey, die jarenlang de Britse grootheid Peter Nicol begeleidde. Op zijn achttiende, kort na het behalen van zijn gymnasiumdiploma, vertrok Anjema voor een trainingsweek naar Harvey – hij bleef er uiteindelijk vijf jaar. Daar, in een grauwe buitenwijk in het noordoosten van Londen (Chingford), ontwikkelde hij zich als mens en topsporter. Een sociaal leven had Anjema amper, hij leefde als een monnik. Twee keer per dag, zes dagen in de week trainde hij op spartaanse wijze onder Harvey, die zich als een vaderfiguur over hem ontfermde. Mentaal werd hij gehard. „Trainen bij mij is als de hel”, zegt Harvey. Anjema: „Ik ging zenuwachtig naar de training.”

In Londen trainde hij met veel topspelers, onder wie zijn jeugdheld Peter Nicol, van wie hij vroeger een poster boven zijn bed had hangen. „Er heerste een competitieve sfeer, iedereen trainde keihard”, zegt Anjema.

Zijn internationale doorbraak beleefde Anjema in 2005, toen hij op een toernooi in Chicago de toenmalig nummer één Nicol met 3-0 versloeg. Tijdens een sneeuwstorm belde hij in een euforische stemming als eerste zijn vader. In de jaren daarna maakte Anjema een gestage opmars.

Wat maakt hem zo sterk? Harvey, die Anjema nog af en toe traint: „Hij is toegewijd. Hij staat open voor verbeteringen, hij luistert naar verschillende mensen.” De squasher heeft een team met specialisten om zich heen verzameld: fysiotherapeut Charley Heus, mental coach Frits Don (oud-tennisprof), fysieke trainer Damon Brown, manager Tommy Berden (oud-topspeler) en zijn vaste trainer Lucas Buit, die tevens bondscoach is. De afgelopen twee jaar zit de zesvoudig Nederlands kampioen dicht tegen de toptien van de wereld aan. Wat moet hij doen om die laatste stap te maken? „Zijn verdediging moet beter”, zegt Harvey. Hij moet minder voorzichtig spelen, vindt Anjema senior. Vorig jaar schreef hij zijn zoon met Kerst een brief van drie kantjes waarin stond hoe hij zich nog kan verbeteren. „Ik vind dat hij aanvallend gedurfder moet spelen.”

Een ander punt is dat Anjema tijdens toernooien veel last heeft van spanning; soms piekert hij tot diep in de nacht over wedstrijden. Misschien helpt het om wat vaker de gitaar mee te nemen. Harvey, bij wie Anjema jarenlang inwoonde, weet nog goed hoe zijn pupil begon met gitaar spelen. Veel talent had hij niet. „Hij bleef keer op keer Tears in Heaven van Eric Clapton spelen. Ooit vond ik dat een geweldig nummer, nu luister ik het nooit meer.”