Geven voor kunst en cultuur

Het valt de cultuurinstellingen niet kwalijk te nemen dat ze zich „als een troep uitgehongerde wolven op deze magere kluif storten”, zoals een Kamerlid waarnam, maar dat maakt de zogenoemde Geefwet nog niet tot een gerecht van allure. Het kabinet-Rutte bezuinigt onevenredig veel op kunst en cultuur en hoopt nu dat dit enigszins wordt gecompenseerd door de goedgeefsheid van burgers en bedrijven.

De Tweede Kamer is vandaag begonnen met de mondelinge behandeling van de fiscale plannen voor 2012. De Geefwet, die het doen van giften aan ‘culturele instellingen’ fiscaal extra aantrekkelijk maakt, zal het kabinet volgens de raming van het ministerie van Financiën per jaar 22 miljoen euro kosten. Tenzij anders wordt besloten vervalt de regeling na vijf jaar. Zet dat af tegen de structurele bezuiniging van het Rijk op kunstsubsidies van 200 miljoen euro per jaar, en van de Geefwet blijft een doekje over dat het bloeden nooit kan stelpen.

Uiteraard moest het kabinet op zoek naar dekking voor deze in het regeerakkoord niet voorziene ‘tegenvaller’ van 22 miljoen. Die heeft het voor een flink deel gevonden door particulieren minder te laten aftrekken voor het onderhoud van monumenten.

Alle ‘algemeen nut beogende instellingen’ profiteren van de nieuwe fiscale wetgeving, bijvoorbeeld doordat ze meer geld met commerciële activiteiten geld mogen verdienen. Maar voor theaters, bibliotheken, filmhuizen, dansgezelschappen en andere culturele instellingen heeft het kabinet nog een extraatje bedacht. Burgers die (boven een bepaalde grens) een gift doen, mogen dat bedrag voor 150 procent van hun inkomstenbelasting aftrekken. Wie onder het hoogste belastingtarief valt en 1.000 euro aan een culturele instelling schenkt, is netto 220 euro kwijt. Iets soortgelijks geldt voor bedrijven en hun vennootschapsbelasting.

Bij fiscaal aftrekbare schenkingen gold altijd al dat het gulheid was mede op andermans kosten. Zie nu de monumenteneigenaren. Maar door culturele instellingen te bevoordelen boven ‘goede doelen’ die zich op gezondheidszorg, natuur of ontwikkelingssamenwerking richten, schept het kabinet een merkwaardige tweedeling. Staatssecretaris Frans Weekers (Financiën, VVD) heeft dat gemotiveerd met de opmerking dat de cultuursector het „zwaar” heeft. Maar hoe komt dat ook al weer?

Zijn collega, staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD), liet eerder weten dat hij de verhoging van het btw-tarief waarmee het kabinet de kunstsector heeft opgezadeld, zelf eigenlijk geen goed idee vindt. Het intrekken van dit besluit zou dan ook heel wat effectiever zijn dan het gesleutel aan aftrekposten waarmee Den Haag zich nu bezighoudt.