Dubbele nationaliteit (2)

Een Britse vriendin van mij woont in Nederland, samen met haar Nederlandse partner. Het koppel verwacht hun eerste kindje over enkele maanden en zal dan ook huwen. Verder zien ze in hun toekomstplannen een verhuizing naar het buitenland. Mijn vriendin, die een vertaalbureau heeft, wil het liefst naar Engeland, haar geboorteland, maar kan zich best vinden in de wens van haar partner om naar de Verenigde Staten te vertrekken. Hij, een promovendus, wil graag aan de slag aan een Amerikaanse universiteit, de beste in de wereld. Maar het valt niet mee om een plaats te bemachtigen. In de tussentijd verblijven ze in Nederland.

Ook denken ze intussen na over hun ongeboren kind. Het zal zowel Nederlands als Brits zijn. Als het aan mijn vriendin ligt, wil ze dat hun kind de Britse nationaliteit krijgt. Ze wil niet dat het kansen misloopt als het alleen de Nederlandse nationaliteit heeft.

Terwijl hun huwelijk nadert, nadert ook de mogelijkheid voor de man om Brits te worden en voor de vrouw om Nederlandse te worden. De vrouw wil dat best, zolang ze haar Britse nationaliteit niet verliest; de Britse vindt ze waardevoller dan de Nederlandse. De man wil echter geen dubbele nationaliteit. Natuurlijk ziet hij de voordelen ervan. Maar nationaliteit is niet louter als een kwestie van individuele belangen en voordelen. Een nationaliteit heeft ook te maken met de staat.

De staat beschermt je. In ruil daarvoor toon je burgerschap. Die is niet gelimiteerd tot rechten, maar het zijn ook juist plichten die met burgerschap van doen hebben. Belastingplicht, dienstplicht, loyaliteit jegens de staat, om maar enkele te noemen.

Het hebben van een dubbele nationaliteit is misschien wel gunstig voor het individu, maar niet altijd gunstig voor de staat, omdat het niet altijd burgerschap garandeert. Zo is het bijvoorbeeld in oorlogstijd lastig vast te stellen wie wel of niet loyaal is jegens de staat als iedereen een dubbele nationaliteit heeft. Maar ook in vredestijd kan een dubbele nationaliteit nadelig zijn voor een staat: mensen gaan dan namelijk ‘shoppen’ naar zo min mogelijk burgerschap. Neem de dienstplicht: menigeen zal kiezen voor de kortst mogelijke dienstplicht in één staat, om maar de langere in een andere staat te ontlopen.

Dus de man stelt zich ethisch op. Hij kiest vrijwillig niet voor een Engelse, dus dubbele nationaliteit. Het liefst ziet hij een wet die het verbiedt, omdat niet iedereen in staat is zich vrijwillig ethisch op te stellen. Toch, heel stiekem, zou hij best Amerikaans willen worden als dat een plaats garandeert op een Amerikaanse universiteit. Dat wel. En hij vindt het prettig als zijn kind later meer kansen heeft dankzij zijn of haar Britse en Nederlandse paspoort. Ook dat.

naema tahir