Court TV is slecht idee

Alle rechtszaken live op tv? Dat is geen goed plan.

Het volk of de journalistiek gaat niet over controle van de kwaliteit van de rechters.

In het artikel ‘Live op tv: alle zaken in de rechtbank’ (26 oktober) wordt de mogelijkheid van een themakanaal voor zittingen van de rechtbank geopperd. Bart Nooitgedagt, voorzitter van de Nederlandse vereniging van strafrechtadvocaten, zegt in het stuk dat daarmee „een betere controle op de kwaliteit van de rechtspleging mogelijk is”.

Nooitgedagt zou zich nog eens achter de oren moeten krabben over de vraag wie in het Nederlandse staatsbestel de controle over de rechtspleging uitoefent. Dat is niet het volk, maar dat zijn de partijen. Dit omdat de geïnteresseerden en de journalistiek het dossier in de regel niet volledig kennen. De partijen kunnen de zaak bij twijfel voorleggen aan het Gerechtshof en uiteindelijk aan de Hoge Raad.

De voornaamste reden waarom ik dan ook tegen het idee van rechtspraak-tv ben, is omdat uit het oog wordt verloren dat er bewust is gekozen voor die scheiding. Dat heeft te maken met het feit dat rechtspleging meestal te ingewikkeld is om in een oogopslag te begrijpen. Vooral als die oogopslag zich beperkt tot enkel de rechtszitting.

In het Nederlandse systeem is die zitting van ondergeschikt belang. Veel meer waarde hecht de rechtspraak aan de stukken in het dossier (deskundigenberichten, camerabeelden, aangiftes, contracten, etcetera).

Televisiebeelden bevredigen mijns inziens dan ook slechts een geveinsde interesse in de rechtspleging. Immers communiceert de rechtspraak niet via de zitting, maar via haar geschreven vonnissen. Daarin staat de beoordeling gevat in wat soms weken schrijfwerk heeft gekost. Het is een beoordeling waarin de zaak zo compleet en duidelijk mogelijk wordt benaderd.

Die vonnissen zijn al jaren openbaar op rechtspraak.nl. Ik ben benieuwd hoeveel geïnteresseerden en journalisten daarvan gebruikmaken in hun queeste die ‘controle op de kwaliteit’ heet; academici daargelaten.

Daarnaast zijn de zittingen openbaar. In dat licht vind ik de opmerking dat rechters ‘moeten worden bijgeschoold in optreden voor de camera en contacten met journalisten’ vrij scheef. Dat is niet de kern van hun vak. Als journalisten en geïnteresseerden te lui zijn om naar de rechtszaal te komen (en het vonnis te lezen), moeten ze niet verwachten dat rechters hen de informatie die ze in een vonnis hebben geschreven (ook nog eens) hapklaar op een gouden dienblad zullen aanreiken.

Van wie de moeite te veel vindt om naar de rechtszaal te komen, kan ik mij nauwelijks voorstellen dat diegene wel de moeite neemt zich in de materie van de zaak te verdiepen. En als dat niet gebeurt, zal een televisiekanaal een averechts effect hebben. Immers bestaat dan de kans dat er zonder nuance zal worden geknipt en geplakt.

Mijn conclusie is dat de journalistiek te veel macht naar zich toe trekt. Door bezit te nemen van slechts een stukje van de rechtszaak (de zitting), zet zij de rechterlijke macht klem. Volgens mij kan de rechterlijke macht beter via haar complete werk – het vonnis – blijven spreken, dan dat zij dat via fragmenten zou doen. Daar is de materie te ingewikkeld voor (vandaar een universitaire studie).

Daarnaast en daarom, beste Nooitgedagt, is het niet het volk dat over de controle van de kwaliteit gaat, maar het Hof en de Hoge Raad.

Jaap Maarleveld (26) is Rechterlijk Ambtenaar in Opleiding (RAIO) te Haarlem. Hij schrijft dit stuk op persoonlijke titel.