Universiteiten doen aangifte tegen frauderende hoogleraar

De Universiteit Tilburg en de Rijksuniversiteit Groningen doen aangifte tegen Diederik Stapel wegens fraude. Daarmee volgen zij het advies op van de commissie-Levelt dat vandaag haar eerste onderzoeksresultaten naar de fraude van Stapel presenteerde.

Uit het onderzoek (pdf) blijkt dat de fraude van Stapel ‘zeer aanzienlijk en verbijsterend’ is. Volgens de commissie-Levelt heeft Stapel voor zeker 30 artikelen in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften data en gegevens verzonnen. Bij tientallen andere publicaties bestaan er serieuze verdenkingen. Het bepalen van exacte omvang van de fraude zal nog maanden in beslag nemen. De drie onderzoekscommissies moeten nog meer dan 150 publicaties nader onder de (statistische) loep nemen.

Fraude was alleen Stapels werk

Stapel is volgens de commissie schuldig aan ‘bijzonder laakbaar gedraag’. Ook zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan machtsmisbruik en zou hij ernstige schade hebben toegebracht aan de goede naam van tientallen jonge wetenschappers die met hem samenwerkten. Bij slechts 7 van de 21 promoties die Stapel in Groningen en Tilburg heeft begeleid is geen sprake van valse data.

Volgens professor Pim Levelt, voorzitter van de commissie, is het “persoonlijke leed dat hij heeft aangericht bij zijn medeonderzoekers” schokkend. Levelt:

“Stapel heeft zijn partners misbruikt voor eigen glorie. Hij heeft hen voorgelogen. Zij kunnen niet meer met trots naar hun eigen publicaties kijken en hebben in sommige gevallen hun cv moeten aanpassen.”

Volgens de commissie blijkt de fraude alleen Stapels werk geweest te zijn. De commissie stelt vast dat promovendi en andere onderzoekers hiervan niet op de hoogte waren. Waarom de fraude niet eerder boven tafel is gekomen, wijt de commissie vooral aan Stapels raffinement, manipulaties en machtsmisbruik.

Stapel betuigt spijt

In een schriftelijke verklaring, gepubliceerd op de site van het Brabants Dagblad, reageert Diederik Stapel voor het eerst op de fraudezaak. Stapel:

“Ik heb gefaald als wetenschapper, als onderzoeker. Ik heb onderzoeksgegevens aangepast en onderzoeken gefingeerd. Niet een keer, maar meerdere keren, en niet even, maar gedurende een langere tijd. Ik realiseer me dat ik door dit gedrag mijn directe collega’s in verbijstering en boosheid heb achtergelaten en mijn vakgebied, de sociale psychologie, in een kwaad daglicht heb gesteld. Ik schaam me daarvoor en ik heb daar grote spijt van.”