CDA in verdeeldheid samen

Samen. Dat was hét trefwoord in de toespraak waarmee voorzitter Ruth Peetoom zaterdag het CDA-congres afsloot. Zesmaal sprak ze deze zin uit: „We doen het samen.” Ze kreeg een langdurig en luid applaus van de leden, als was het om te onderstrepen dat het aan saamhorigheid niet ontbreekt in de partij.

Maar dat de eensgezindheid soms ver te zoeken is, kwam ook tot uiting in de Utrechtse Jaarbeurs. In het bijzonder in de kwestie rond de achttienjarige Angolees Mauro Manuel uit het Limburgse Oostrum, de bekendste asielzoeker van het moment.

Vooropgesteld: de CDA-fractie in de Tweede Kamer hoort naar eigen inzicht te handelen. Zij is daar door de kiezers neergezet en niet door de leden. Dus ook in de zaak-Mauro geldt het mandaat dat de Kamerleden via de stembus heeft bereikt. Maar het valt niet in te zien hoe de twee ‘dissidente’ leden van de fractie, Kathleen Ferrier en Ad Koppejan, nog kunnen instemmen met een regeling die niet tot een verblijfsvergunning voor Mauro leidt. Willen ze tenminste hun geloofwaardigheid behouden. Dat geldt ook voor fractieleden die Mauro hun „steun” hadden beloofd.

Op het congres namen de leden een resolutie aan waarin werd uitgesproken dat voor jonge alleenstaande minderjarigen „een humaan beleid” moet worden gevoerd, ook als ze 18 zijn geworden, en dat „het uitzetten van deze jonge mensen met of zonder diploma ongewenst is en niet strookt met de CDA-uitgangspunten”. Deze uitspraak steunt degenen die Mauro in Nederland willen houden, vond de een. De resolutie gaat over de toekomst en niet over Mauro, meende de ander.

Het CDA is nog altijd een partij in verwarring. Dat leidt in de zaak rond deze asielzoeker bij sommige CDA-kopstukken soms tot veel, zo langzamerhand irritant publiek geworstel met het geweten. Alsof zijzelf het slachtoffer zijn van de zware beslissing waarvoor zij staan. Terwijl de vraag slechts is of CDA-minister Gerd Leers wel of niet van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik wenst te maken.

De onzekerheid bij het CDA is op de eerste plaats veroorzaakt door de verkiezingsuitslag van 9 juni 2010 toen de partij van 41 naar 21 zetels terugviel. Vervolgens raakte ze verdeeld over de keuze om een samenwerkingsverband met de populistische PVV aan te gaan. Op de derde plaats is, nadat oud-premier Jan Peter Balkenende uit de politiek stapte, de leiderschapskwestie onopgelost gebleven. Tot slot beloven de peilingen niets dan een verdere neergang voor het CDA.

Al deze factoren maken het CDA tot een partij die weliswaar heeft gekozen voor regeringsverantwoordelijkheid, samen met de VVD, maar vooral met zichzelf in de knoop zit. Een coalitiepartner die zo wankelmoedig oogt, wordt een risico voor het voortbestaan van het kabinet.