25ste AKO Literatuurprijs gaat naar ‘verrassende’ Marente de Moor

De winnaar van de 25ste AKO Literatuurprijs Marente de Moor. Foto YouTube / Lezen tv

Marente de Moor mocht vanavond de AKO Literatuurprijs in ontvangst nemen in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam voor haar boek ‘De Nederlandse maagd‘. Zij krijgt naast een sculptuur van kunstenaar Eugène Peters en een geldbedrag van €50.000.

Het is de 25ste keer dat de prijs wordt uitgereikt. Dit jaar door juryvoorzitter Ernst Hirsch Ballin. De andere genomineerden voor de prestigieuze prijs waren:

  • Jeroen Brouwers - Bittere bloemen (Atlas)
  • Peter Buwalda - Bonita Avenue (De Bezige Bij)
  • Arnon Grunberg - Huid en Haar (Nijgh & Van Ditmar)
  • Marja Pruis - Kus me, straf me (Nijgh Van Ditmar)
  • P.F. Thomése - De weldoener (Contact)

NRC Handelsblad-criticus Arjen Fortuin noemt de keus voor De Moor “een echte verrassing”. Fortuin:

“De Moor was toch een van de minst opvallende schrijvers op het lijstje voor de AKO Literatuurprijs. Niet echt een kanon naast een Grunberg of een Buwalda. Het was meer een stille genomineerde en daarom komt dit als een echte verrassing. In de kringen rond de andere kandidaten wordt gesproken over een ‘compromis’ waar de juryleden in alle verdeeldheid zich toch in konden vinden. Maar je kan natuurlijk moeilijk met de jury meekijken, als die eenmaal gaat vergaderen kan er van alles uitkomen.”

De Nederlandse Maagd gaat over een achttienjarige schermster Janna die in 1936 reist van Maastricht naar Aken. Een reis die haar leven voorgoed verandert omdat ze verliefd wordt op een man die zo uit Tolstojs roman ‘Oorlog en Vrede’ lijkt te zijn weggelopen, schreef criticus Elsbeth Etty vorig jaar in NRC Handelsblad. Het boek deed Etty denken aan De Donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans. Etty:

“Er is veel in deze roman dat aan Hermans’ Donkere kamer van Damokles doet denken: het dubbelgangersmotief, het gevecht van een mens tegen zijn schaduw, collaboratie met de nazi’s en het besef dat de werkelijkheid onkenbaar is. De Moor heeft misschien te veel motieven en verwijzingen in haar roman gepropt; de personages lijden daaronder. Maar de dreigende sfeer, de morele dilemma’s en woedende hartstochten die ze in schitterend gebeeldhouwde zinnen oproept maken dat goed. Soms schiet ze uit de bocht, met te barokke metaforiek of anachronismen (zoals een meisje dat in 1936 over haar minnaar denkt ‘Ik vond hem drie keer niets, deze nieuwe Von Bötticher’). Tegelijkertijd houdt ze meesterlijk de spanning er in tot het zwaard van Damokles eindelijk valt en iedereen zijn schaduw heeft omgebracht. Hermans revisited. “

Een portret van De Moor van lezen.tv:

David van Reybrouck won vorig jaar de prijs voor zijn boek Congo. Een geschiedenis. De moeder van De Moor, Margriet de Moor won de AKO Literatuurprijs in 1992 ook al. Zij won met het boek Eerst grijs dan wit dan blauw.