Zware steenklomp blijkt een embryonale planeet

Op 10 juli 2010 vloog de Europese ruimtesonde Rosetta langs Lutetia. Deze 120 kilometer lange steenklomp was toen de grootste planetoïde die door een ruimtesonde van nabij was bestudeerd.

Een internationale groep onderzoekers heeft nu uit de waarnemingen afgeleid dat Lutetia sterk verschilt van de andere, kleinere planetoïden (Science, 28 oktober). Hij lijkt meer op een planetesimaal: een bouwsteen van een planeet.

Rosetta vloog op een afstand van 3.170 kilometer langs Lutetia en maakte honderden opnamen van het bekraterde en met een dikke puinlaag bedekte oppervlak. Uit deze opnamen konden de onderzoekers het volume van de planetoïde bepalen. En uit de aantrekkingskracht van Lutetia, die een kleine afbuiging van de baan van Rosetta veroorzaakte, volgde de massa. De combinatie van deze grootheden levert de gemiddelde dichtheid: 3,4 gram per kubieke centimeter.

Deze waarde is veel hoger dan die van de meeste andere planetoïden. Nu zijn planetoïden – die zich ophouden in het gebied tussen Mars en Jupiter – in het algemeen fragmenten van grotere objecten of losse opeenhopingen van puin en gruis, dus overblijfselen van nog oudere objecten. Lutetia daarentegen moet gezien zijn grote dichtheid een compact en stevig inwendige hebben. De onderzoekers denken dat dit ooit (deels) gesmolten was en dat zich daar nu de zwaarste stoffen bevinden.

Alle waarnemingen wijzen er op dat Lutetia geen klassieke planetoïde is, geen overblijfsel van een nog ouder object, maar eerder een soort planeet-embryo. Dit ontstond door de samenklontering van oermaterie in een schijf rond de proto-zon. Op een bepaald moment werd dit embryo voldoende groot en heet om deels te smelten. En omdat het daarna om de een of andere reden niet meer aangroeide, behield het zijn oorspronkelijke structuur. Lutetia zou daarmee een uniek overblijfsel uit de vroegste periode van het zonnestelsel zijn.

George Beekman