Werkstraffen geëist in zaak schietende agent

Een werkstraf van ieder tweehonderd uur. Dat eiste de officier van justitie gisteren tegen Nick Koomen (28) en een van zijn voetbalvrienden, wegens openbare geweldpleging. In mei dit jaar hadden zij met hun amateurelftal het pad gekruist van de agent Fred B., op de Amsterdamse Spiegelgracht. Al de hele middag vierden ze dat ze kampioen waren geworden. Ze hadden gedronken en sommigen hadden ecstasy gebruikt.

Agent Fred B. hield hen aan, omdat ze over straat zwalkten, en een paar jongens bemoeiden zich met de arrestatie. De zaak escaleerde snel: later zou B. verklaren dat de jongens agressief waren en dat hij vreesde voor zijn leven. Hij schoot Michael Koomen dood, zijn broer Nick door zijn benen en de andere verdachte, Diego, in zijn buik.

Uniek aan de zaak is dat het incident bleek te zijn vastgelegd door bewakingscamera’s van een juwelier. In een volle rechtszaal bekeken de rechters, de twee verdachten, hun advocaten en het publiek een paar keer de beelden, die circa vier minuten duren. De zitting was bedoeld om te ontrafelen wie als eerste geweld had gepleegd, waarom en hoe.

Agent Fred B. werd gisteren ook gehoord, als getuige. In een ander onderzoek van de rijksrecherche, dat draait om de vraag waaróm hij ging schieten, geldt Fred B. als verdachte. Waarvan hij exact wordt verdacht is nog onbekend. B. zei dat hij schoot uit angst, maar Justitie heeft geen bewijs gevonden voor ‘poging tot doodslag’ op de agent door Nick en Diego.

Zijn getuigerol gisteren in de zaak tegen de voetbalvrienden was geen eenvoudige: de advocaat van Koomen ondervroeg de agent alvast alsof hij verdachte was. Dat zit zo: de verklaring tegen Nick, over die avond in mei, had B. een dag na het voorval afgelegd; vóórdat hij wist dat er camerabeelden bestonden. De verklaring van een agent weegt zwaarder dan die van een burger. Maar uit de beelden blijkt dat zijn verklaring op een aantal punten niet klopte.

De advocaat, Jeroen Soeteman, wil aantonen dat de agent achteraf omstandigheden verzon om zijn schietgedrag te rechtvaardigen. Het leverde een bizar spektakel op: per detail stelde Soeteman vast dat de beelden afwijken van de verklaring. De agent moest dat telkens beamen. Keer op keer mompelde hij: „Ik heb nooit wat verzonnen.” De officier wees erop dat de agent slachtoffer is, net als de jongens. B. had in zijn 36-jarige loopbaan nog nooit iemand beschoten.